Rudolf de Graaf en Mary wonen antikraak in de voormalige HBS aan het Zuideinde.

Zij wonen in de voormalige HBS aan het Zuideinde: ‘Absolute vrijheid. Echt los van alles zijn’

Rudolf de Graaf en Mary wonen antikraak in de voormalige HBS aan het Zuideinde. Wim Goedhart

Meppel - Een ijzige oostenwind snijdt dwars door de paar zielen die de waterkoud vandaag trotseren op het Zuideinde. In de voormalige HBS - later Stad & Esch Zuideinde - is het vrijwel overal donker.

Wie vijf meter voorbij de kolossale toegangsdeuren loopt, naar daar waar vroeger de lerarenkamer van de school zat, ziet echter een oase van licht. Een witte kerstboom met versiersels, oranje geverfde wanden, kunst aan de muur. Verrek. Een teken van leven in het verlaten gebouw.

Het schoolgebouw is op deze kille decemberdag doordrenkt van kou. De verwarming is jaren geleden uitgeschakeld. Waarom zou je een leegstaand pand ook verwarmen? Het Zuideinde, een begrip in Meppel en verre omstreken, is verlaten. De tand des tijds heeft aan het schilderwerk geknaagd. Ogenschijnlijk zit de verflaag nog keurig op de ramen, maar dat blijkt een illusie. Flarden van herinneringen dwarrelen door de donkere gangen. In de aula, waar het altijd druk en rumoerig was, hangt een grauwe sluier. Zuideinde als school is niet meer. Zuideinde als gebouw nog wel. Maar de ziel is eruit.

Antikraak in de school

Enkele zelfgebouwde fitnessapparaten, een bank, wat andere meubels en een tafel met stoelen verraden dat hier in de voormalige aula, met de karakteristieke wenteltrap en de muurschildering van Folkert Haanstra achter het podium, een teken van leven is. In de voormalige lerarenkamer woont Rudolf van de Graaf sinds drie jaar. Anderhalf jaar geleden trok zijn vriendin Mary Grooteman uit Amsterdam bij hem in. Ze wonen antikraak en geven het kille gebouw wat franje.

„Deur goed achter je dichttrekken!” Brilglazen beslaan. Hier ontdooit iedereen. In een verrassend warme ruimte zit Mary op de bank televisie te kijken. Rudolf - lange, joviale man met een brede glimlach - staat op en begint direct met een rondleiding. Het conciërgeloketje in de muur richting aula is dicht. Nu is daar een kleedkamer. Daarnaast is de slaapkamer. Het ‘aquarium’, de vroegere rookruimte van docenten, is omgetoverd tot werkplek. In een paar jaar heeft Van de Graaf dit tot zijn huis én thuis gemaakt. Tot januari kan hij er samen met Mary van genieten. Dan moeten de twee op zoek naar een ander onderkomen. In de toekomst worden hier appartementen gerealiseerd.

Hippiedroom

Tot vijf jaar geleden zag het leven van Rudolf van de Graaf er heel anders uit. „Ik woonde in een grote villa in Almere. Alleen mijn wens van toen ik een jaar of zeventien was, om als hippie de wereld over te trekken, is nooit uitgekomen. Toen ik ging scheiden, wilde ik vrijheid. Los van alles zijn. Ik was operationeel directeur bij een IT-bedrijf en daar stopte ik.” Die beslissing bood hem direct vrijheid, als ware hij die zo vurig gewenste hippie van vroeger – maar dan zonder tierelantijntjes.

„Absolute vrijheid. Echt los van alles zijn”, vertelt hij. Of hij daar naarstig naar op zoek is geweest? Een volmondige ‘ja’ klinkt. „Ik heb altijd vrijheid ervaren, maar ik wilde nóg vrijer zijn. Als puber wilde ik de vrijheid al in. Ik kom uit een gereformeerd gezin waarin werken moet en werken goed is. Tot je er kapot bij neervalt. Keihard werken was het motto. Het was helemaal geen optie dat je ruimte voor jezelf nam. Ik ben het werkzame leven ingestapt met maar één doel; keihard werken en geld verdienen. Dat bleek alleen niet zaligmakend voor mij.”

In de afgelopen jaren woont hij in meerdere plaatsen in het land. Via zijn vorige vriendin belandt hij in Meppel. „De ruimte hier was helemaal leeg. Onbeschilderd, een beetje uitgewoond. Ik heb mijn spullen hier neergezet en ben gaan schilderen.”

Het spelende kind

Mary - roze schoeisel, artistiek gekleed - is kunstenares en heeft haar atelier nu in het oude geschiedenislokaal van Max van der Veen. Ze houdt van het leven in de school. „Het is geweldig. Toen ik hoorde dat Rudolf antikraak woonde, vond ik dat direct leuk. Hij is een vrije geest. Niet iemand die in hokjes denkt. Dat past bij mij.” Ze kunnen alle ruimtes in de oude school gebruiken. Mary heeft haar atelier, Rudolf heeft een eigen werkplaats ingericht waar hij graag mag klussen. „We hebben ruimte om creativiteit aan te boren, om meer te gaan spelen, als het spelende kind.”

De reacties van gasten zijn overweldigend, geven ze aan. „Ze willen dit ook, terwijl het allemaal mensen zijn met een eigen huis. In die huizen zijn de muren veelal wit. En dan zien ze hier de muren. Je ziet direct discussies ontstaan. Maar we hebben net geverfd… Haha. Nee, mensen vinden het echt prachtig. Dat zegt misschien heel veel over mensen zelf, maar het doet iets met ze.”

Nieuw hoofdstuk

Tot medio januari wonen Rudolf en Mary in het gebouw. Dan wordt het tijd voor een nieuw avontuur. „Iedere keer weer spannend. Hier laat je wat, daar vind je wat. Het geeft een positieve prikkel. Wat staat je straks weer te wachten?”, vraagt Rudolf zich af. Mary: „Je moet dingen ook gewoon willen loslaten, net als met alles in het leven. Zodra je met een nieuwe ruimte bezig bent, ben je daar zo door in beslag genomen.”

Duidelijk is dat de twee de warmte geven aan het Zuideinde die het schoolgebouw ruim honderd jaar heeft gekend, als een soort laatste eerbetoon. Je zou zeggen dat niet veel woonplekken deze stek kunnen overtreffen. Rudolf verwacht er het zijne van: „In Twello zat ik eerder ook in een oud schoolgebouw. Ik kon er alleen maar op achteruit gaan. Toen kwam ik hier… Wow!”