DETO-voorzitter Frans Veldboer poseert in een lege sporthal De Eendracht.

DETO-voorzitter Frans Veldboer: 'Tafeltennis is schaken op tafel'

DETO-voorzitter Frans Veldboer poseert in een lege sporthal De Eendracht. Frens Jansen

Nijeveen - Frans Veldboer zegt zoals hij erover denkt. Als voorzitter, als tafeltennisser en als iemand die voor zijn vele werk voor DETO vorig jaar koninklijk werd onderscheiden.

De huidige coronamaatregelen voelen voor hem wel een beetje als discriminatie. „Ik gun het de korfballers van DOS’46 van harte hoor, dat ze weer mogen trainen en spelen, maar waarom wij niet? We hebben alle ruimte in de sporthal, de tafeltennistafels staan ver genoeg uit elkaar en er is nog niet zo lang geleden een compleet nieuw ventilatiesysteem aangelegd. We komen in trainingspakken binnen en we gaan in trainingspak naar buiten, dus waarom mag het niet?”

Bevlogenheid

Het tekent de bevlogenheid van Frans Veldboer. Voorzitter van DETO is hij al heel lang. In 2020 werd hij lid in de orde van Oranje-Nassau. Begonnen als penningmeester van de vereniging schoof hij op naar de rang van voorzitter. Zelf beschouwt hij het allemaal niet als heel veel werk. Alleen mag iemand anders wel een keer voorzitter worden van Door Enthousiaste Tafeltennissers Opgericht.

Dat laatste gebeurde in 1982, om precies te zijn op 6 september, en dat betekent dat deze tafeltennisvereniging uit Nijeveen volgend jaar 40 jaar bestaat. Zover is het nu nog niet. Eerst maar eens de realiteit zoals die vandaag de dag nog steeds geldt voor de sportverenigingen, en dus ook voor DETO.

Windstil

„Sinds 16 december, toen de lockdown van kracht werd, liggen we helemaal stil. De sporthal is dicht. Er zijn leden die in hun garagebox af en toe een potje spelen en ook kun je wel buiten een balletje slaan, maar dan moet het wel helemaal windstil zijn natuurlijk. We kaarten het regelmatig aan bij de gemeente Meppel. Dat we volledig coronaproof kunnen tafeltennissen, zodat we dat eerder ook deden. Er mochten toen maximaal dertig mensen tegelijkertijd in de zaal. We deden dat in twee blokken van vijftien tafeltennissers. Een tafeltennistafel is 2 meter 64 lang, kortom: er is ruimte genoeg. En toch mag het niet, terwijl bewegen en bezig zijn juist nu zo ontzettend belangrijk zijn. De richtlijnen van het NOC*NSF geven aan dat topsport weer mogelijk is. Maar iedereen presteert toch op topniveau? Het voelt al met al toch een beetje als discriminatie, maar het is niet anders. We hopen nu dat we in september weer volledig de zaal in kunnen.”

DETO startte vorig jaar september met zes competitieteams. Zelf slaat Veldboer al jaren het balletje over het net, in het tweede team. „We spelen van de eerste tot en met vijfde klasse, in de noordelijke competitie. Ons eerste team heeft in het verleden nog in de tweede divisie gespeeld. Voor mij is het begonnen als voor zovelen: achter de uitschuifbare eettafel een balletje slaan. Maar het is veel meer dan dat. Bij tafeltennis gaat het om je reactiesnelheid, maar het is ook een tactisch spelletje. Hoe plaats je de bal, welke reactie heeft je tegenstander en dat moet je allemaal in korte tijd bewerkstelligen. Het is goed voor je denkvermogen. Ik zeg weleens van: tafeltennis is schaken op een grote tafel.”

Eierwekker

DETO is uiteraard geen schaakclub, maar een tafeltennisvereniging ontstaan in 1982. Maar wat heeft een potje kaarten daarmee te maken? „Ik woonde in die tijd aan de Karspelstraat in het dorp, en tegenover mij woonde Harm de Wagt van schoonmaakbedrijf Paraat. Hij wilde in Nijeveen een tafeltennisvereniging oprichten. Ik speelde toen in Meppel. We begonnen in dorphuis De Schalle met zo’n 45 leden. Dat was supergezellig. We hadden denk ik zo’n vijf, zes tafels en dat betekende iedere twintig minuten wisselen. Dan ging de eierwekker en als je even niet hoefde te tafeltennissen, dan kon je klaverjassen of jokeren. Toen sporthal De Eendracht kwam, werd je als sportvereniging geacht om mee te verhuizen. Dat heeft ons in eerste instantie wel wat leden gekost. De gezelligheid was weg. Want hoe gek het ook klinkt: in de sporthal kon je natuurlijk óók kaarten op het moment dat je niet hoefde te tafeltennissen, maar op de ene op andere manier was de afstand toch te groot. Halverwege de jaren negentig hadden we maar dertien leden en twee teams in de competitie. Dat was wel het dieptepunt. Daarna liep het aantal weer op, ik weet eigenlijk ook niet precies waarom. We geven een paar keer per jaar een clinic op de twee basisscholen in Nijeveen. Dat doen wij tijdens de gymnastiekles, om zo de jeugd kennis te laten maken met de tafeltennissport. Meestal houden we daar wel een aantal jeugdleden aan over. Dat geldt ook voor de woensdagochtendgroep. Iedereen die zin heeft, kan dan tussen tien en twaalf uur vrijblijvend een balletje slaan. Dat zijn ongeveer twintig hoofdzakelijk ouderen die dat wekelijks doen. Sommigen zijn lid, anderen niet. Nu zitten we op ongeveer 35 leden. Het oudste lid is 83 jaar en speelt nog competitie, de jongste is 17 jaar.”

Derde helft

De vaste speelavond van DETO is normaliter de maandagavond. „Dat betekent niet alleen tafeltennissen, maar ook na de tijd gezellig samenzijn. Die derde helft vinden we heel belangrijk”, benadrukt Veldboer. „Je bespreekt hoe je wedstrijd is verlopen, wat je beter had kunnen doen, maar natuurlijk praat je ook over allerlei andere dingen. Dat mis ik wel. Ondanks corona heeft er niemand bedankt. We willen echt heel graag weer de zaal in, maar al met al: zoals het nu met DETO gaat, is helemaal prima.”