Een foto uit het eredivisieseizoen 2001-2002: Ronny Venema, als speler van SC Heerenveen.

Toppers van Toen: Bij Ronny Venema gaat het na twintig jaar nog steeds over zijn Champions League-goal

Een foto uit het eredivisieseizoen 2001-2002: Ronny Venema, als speler van SC Heerenveen. ANP

Havelte - In deze ‘sportluwe’ periode staan we wekelijks stil bij de ‘Toppers van Toen’. Het gaat daarbij om succesvolle, aansprekende en bekende sporters uit de regio Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel. Hoe kijken ze terug op hun actieve sportcarrière? Vandaag deel 15: voetballer en trainer Ronny Venema (46) uit Havelte.

Geboren in Meppel, opgegroeid in Wilhelminaoord en groot geworden in Heerenveen. Is dat een beetje jouw verhaal?

„Ik heb in mijn jeugd altijd gevoetbald bij Old Forward. Een echte dorpsclub, waarin ik vaak samenspeelde met jongens die een of twee jaar ouder waren. Op een gegeven moment merk je wel dat je wat vaardiger bent. Ik heb ook nog een seizoen bij Havelte gespeeld, dat was wél met leeftijdsgenoten. Dat was ook de tijd dat ik in de Drentse selectie zat. Toen ik bij Olyphia in Noordwolde ging spelen en daar de mavo bezocht, kwam ik in de Friese selectie. Dat was samen met Johnny Jansen, de huidige hoofdtrainer van SC Heerenveen. Die Friese selectie bestond alleen maar uit jongens van Cambuur en Heerenveen. Wij waren de enige twee van een amateurvereniging. Uiteindelijk kwam ik in 1994 bij SC Heerenveen. Samen met Johnny. Foppe de Haan kwam zelfs bij ons thuis. Foppe heeft een belangrijke rol in mijn loopbaan gespeeld. Ik kon na al die jaren haast wel dromen hoe hij over voetbal dacht, wat hij wilde en wat hij van mij verlangde.”

 

Je hebt uiteindelijk bijna 130 wedstrijden voor Heerenveen, Veendam en Cambuur gespeeld. Iedereen herinnert zich jou als rechtsback. Maar het begon allemaal anders toch?

„Ja, ik was altijd spits of rechtsbuiten. Je had toen nog de Coca-Cola-jeugdcompetitie. Trainers konden dan punten geven en ik ben ooit nog een keer derde geworden in het eindklassement van beste speler. Ik moest altijd knokken voor mijn plek. Dat heeft ook wel mijn karakter gevormd, want ik wist van mezelf dat ik niet het grootste talent was. Toen ik in het tweede van Heerenveen speelde, was Gertjan Verbeek trainer. Het probleem voor mij was dat ik twee spitsen voor mij had die een contract hadden: Tony Alberda en Bert Zuurman. Ik speelde lang niet altijd en toen de rechtsback een keer geblesseerd raakte, zette Verbeek mij daar neer. Ik vond het prima, want zo kwam ik weer aan spelen toe. Ik werd zelfs aanvoerder, maar daarin schuilt ook een soort gevaar. Je moet niet te vast in een tweede team komen. Uiteindelijk maakte ik op 2 april 1995 mijn debuut in het eerste elftal van SC Heerenveen, thuis tegen Ajax. De wedstrijd eindigde in 3-3. Daarna viel ik nog wel een paar keer in, maar Heerenveen haalde Ole Tobiasen, die nu trainer is van Almere City. Fysiek echt enorm sterk. Daar kon ik wel twee keer in. Tobiasen is later naar Ajax gegaan en Deens international geworden, dus die had echt wel wat. Ik wilde toch speelminuten maken en ging halverwege het seizoen 1996-1997 naar Veendam, waar ik in de eerste divisie als verdedigende middenvelder of centrale verdediger speelde. Daar ben ik tot 1999 gebleven, waarna ik terugkeerde naar Heerenveen.”

 

Was er een moment waarvan je zegt van: ja, toen was ik de definitieve rechtsback van Heerenveen?

„Toen ik terugkwam, was Tobiasen inmiddels naar Ajax. Ik moest strijden om een plek met Max Houttuin, hij vond zichzelf meer een middenvelder, dus ik beet mij er echt in vast om rechtsback te worden. In die tijd speelde ik met Jeffrey Talan en Mika Nurmela voor mij. Naast mij had je Hans Vonk in de goal en Johan Hansma en Tieme Klompe centraal achterin. We werden in het seizoen 1999-2000 tweede van Nederland, waardoor we rechtstreeks geplaatst waren voor de Champions League. Dat waren sowieso de hoogtepunten hoor, die Europese tripjes. Ik heb onder meer gespeeld tegen Villareal, Lierse SK en National Boekarest. We deden ook mee aan de Intertoto Cup, de voorloper van de huidige UEFA Cup. Daar was Heerenveen wel een voorstander van, omdat je zo ook andere ploegen en systemen leerde kennen. In Nederland speelde iedereen haast 4-3-3, maar in het buitenland niet. Ik vond dat ook wel een soort van verrijking. Wat mij is bijgebleven is de wedstrijd in 1999 op Upton Park in Londen, tegen West Ham United. Dat was voor de Intertoto Cup. Ik speelde tegen Paolo di Canio, Frank Lampard deed ook mee en ik kon mij staande houden. Toen had ik de overtuiging dat ik mijn basisplaats had afgedwongen. Je hebt het dan echt over een ander niveau. Je moest zó scherp zijn en blijven en als je een aantal dagen later dan weer competitie speelde, moest die knop echt wel om. Maar ik denk dat ik mij aardig staande heb gehouden.”

 

Fans herinneren zich jouw doeltreffende afstandsschot in de Champions League, in en tegen Valencia. In de poule waarin ook Olympique Lyon en Olympiakos Piraeus zaten. Jullie wonnen thuis van de Grieken en speelden met 1-1 gelijk in Valencia. Je speelde alle zes wedstrijden helemaal en juist in die twee ontmoetingen kreeg je een gele kaart. Je enige twee in de Champions League. Wist je dat?

„Ha, ha, eerlijk gezegd niet. Ik weet nog wel dat we in Valencia door een rode kaart van Arjan Ebbinge ruim een kwartier met tien man moesten spelen. Valencia was in die tijd echt een grote club, ze haalden later dat seizoen zelfs de finale tegen Real Madrid. Een schitterende ervaring. Je beleeft het allemaal in een roes. Het is nu ruim twintig jaar geleden, maar in mijn dagelijks werk als accountmanager bij SC Heerenveen word ik er nog regelmatig op aangesproken. Dan zeggen mensen van ‘ik weet nog waar ik op dat moment die wedstrijd tegen Valencia keek en dat je scoorde.’ Ik ben een nuchter iemand, maar dat is en blijft bijzonder.”

 

Na Heerenveen ging je naar Cambuur, waarna je stopte. Je speelde daarna nog kortstondig met je broertje Johnny bij MSC. Na een speler-trainerschap bij Havelte, een duobaan bij Olyphia met buurman Peter Everts, ben je nu een van de twee trainers bij vv Steenwijk. Heb je alles uit je carrière gehaald?

„Ik was niet echt blessuregevoelig, al heb ik bij Cambuur veertien maanden rondgelopen met een blessure die achteraf een simpele liesbreuk bleek te zijn. Maar juist op een aantal cruciale momenten liep ik ze op. Een enkelblessure in een duel met Romano Denneboom in de voorbereiding. En in de winterstop op trainingskamp in Malta scheurde ik de binnenband van mijn knie, terwijl mijn contract afliep. Ook omdat er bij SC Heerenveen een nieuwe wind ging waaien, betekende dat wel het einde van mijn tijd daar. Ik heb echt een mooie tijd gehad en ik ben niet zo van ‘als dit, dan dat’. Ik werk nu met volle tevredenheid op de commerciële afdeling van SC Heerenveen. Het is en blijft toch mijn club. Het zijn zeg maar twee werelden die bij elkaar zijn gekomen.”