Het moderne leven
Door Misja Boonzaayer

Dus… bingo

Ooit, lang geleden, toen mijn hoofdinkomen nog mijn kleedgeld was, verdiende ik wat bij als receptioniste bij een bejaardenhuis. Zo heette dat toen nog. Daarna heeft het een keer seniorenflat geheten, en weer daarna ouderenwoning.

Anyway, ik werkte daar dus bij de receptie en zo heel af en toe, bij speciale gelegenheden, sprong ik bij in het animatieteam. Dan schoof ik aan tussen die mevrouw van nummer 54 en die meneer die altijd met zijn kunstgebit klapperde en dan deden we spelletjes. En als het aan mij lag was dat bingo.

I love bingo, namelijk. Bingo brengt iets teweeg bij mensen wat bijna geen enkel ander spelletje kan. Een soort oerdrift. En afhankelijk van het type mens wordt duidelijk wat die drift dan precies is.

Kijk, zo is er de verwarde bingo-er. Die haalt lingo en bingo altijd door elkaar, loopt stevast één nummertje achter, heeft de neiging om te spieken en heeft op onverklaarbare wijze altijd precies die pen die het halverwege opgeeft. Deze bingo-er heeft de meeste kans op de valse bingo.

Dan is er nog de sociale bingo-er. Die vindt dat iedereen recht heeft op een prijs. Ook wel de sociaal-democratische bingospeler genoemd. Die kiest bij een eerste bingo nog een leuke prijs voor zichzelf uit, maar bij een tweede keer kiest ‘ie de prijs voor de buurman die zat te verzuchten dat ‘die kekke broodtrommel vast aan zijn neus voorbij zal gaan’.

Als derde is er de fanatieke bingo-er. Die zit met tong uit de mond in een hyperfocus. Die zegt dat het niet om het winnen gaat, en in zekere zin is dat ook zo, maar de fanatieke bingo-er kan er ook niks niet tegen als er één of geen prijs gewonnen wordt. Niet om de prijs, maar om het principe. En dat is goed, want principes moeten er zijn. In principe.

Tot slot is er de facultatieve bingo-er. Die bingoot een beetje voor de lol, vindt de prijzen eigenlijk maar stom, dus hoopt op geen bingo maar streept evengoed wel heel serieus alle omgeroepen cijfers weg. De bingospeler die van alles wat in zich heeft als het ware.

Ik stel dat we bingo als management tool inzetten. Want als we ergens iets van onszelf kunnen leren, dan is het wel bij de bingo. En anders kunnen we op z’n minst alvast de fijne kneepjes van het bingo-en onder de knie krijgen voor wanneer we naar het bejaardenhuis gaan.