Het moderne leven
Door Misja Boonzaayer

Dus… gelukkig gevallen

Mijn computer heeft wel eens een fout gehad. Volledig onverwacht. We hadden hem allebei niet zo zien aankomen, mijn computer en ik. Ik bedoel, soms zie je iets van heinde en verre aankomen, maar soms overvalt zo’n fout je ook gewoon.

Ik vond het wel fijn dat mijn computer toen aangaf dat het voor hem ook een onverwachte fout was. Net zoals wanneer mensen ongelukkig vallen. Dat hoor ik ook wel eens, dat iemand ongelukkig is komen te vallen. Dan vind ik het altijd zo jammer dat niemand me ooit informeert als iemand gelukkig is komen te vallen. Want als je ongelukkig kunt vallen, dan verwacht ik dat je ook gelukkig kunt vallen.

Zoals ik laatst. Want ik ben dus gevallen. Niet zachtjes, niet omdat ik struikelde, nee, ik kwam hard te vallen. Heel. Hard. Nog sterker: ik vloog eerst een klein stukje door de lucht, voordat ik echt viel. Dat zat zo, mijn hond – die mijn streefgewicht heeft – zag iets leuks. En rende daar op af. Nou zat ze aan de riem en die riem zat weer aan mij. En in mijn hoofd vond een onverwachte fout plaats waardoor ik niet losliet.

Nou, en toen werd ik dus gelanceerd en landde op het asfalt.

Dat was geenszins een gelukkige situatie. De eerste paar seconden had ik even een brainfreeze, maar al gauw daarna wilde ik maar 1 ding: dat meneer Boonzaayer bij me was. Maar die was thuis en ik had mijn telefoon niet meegenomen. Wat eigenlijk een gelukkige situatie was, want die is net nieuw en heeft nog geen beschermhoesje, en aangezien ik al vrij snel in de gaten had dat ik niet schadeloos hieruit ging komen, achtte ik de kans groot dat mijn telefoon dat ook niet gedaan zou hebben.

Want mijn handen bijvoorbeeld, het enige dat ik op dat moment kon zien, waren overduidelijk beschadigd. En mijn buurvrouw – wier hondje ‘het leuke’ was en dus het hele ongelukkige tafereel had kunnen aanschouwen – hoorde ik iets mompelen over mijn gezicht.

Daar lag ik dan, de lucht uit mijn longen geperst, de hondenriem verstrengeld om mijn voeten, mijn handen stuk en mijn gezicht prikkend. En voor hetzelfde geld was ik tien centimeter verder gevallen en had ik de regenworm die vlak voor mijn landingsplaats lag verpulverd tussen het asfalt en mijn gezicht. Voor die regenworm ben ik echt heel gelukkig gevallen.