RIVM: meer onderzoek nodig naar bestrijdingsmiddelen

Diever - Er moet een nieuw onderzoek komen om eventuele gezondheidsrisico’s voor omwonenden van bollenvelden voor alle gebruikte bestrijdingsmiddelen preciezer in te kunnen schatten. Dat staat in het blootstellingsonderzoek gedaan naar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en het effect op de directe omgeving.

Het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft de resultaten van dat onderzoek donderdag bekend gemaakt. In het onderzoek staat dat omwonenden van bollenvelden in contact komen met bestrijdingsmiddelen. Uit het Onderzoek Blootstelling Omwonenden (OBO) blijkt dat zij bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen. ‘Dit kan het gevolg zijn van het gebruik van deze middelen in de omgeving, maar andere bronnen, zoals voedsel, kunnen daar ook aan bijdragen. Van de onderzochte bestrijdingsmiddelen overschreden de gemeten gehalten in de lucht of urine geen risicogrenzen’, zo staat in het RIVM-rapport te lezen’. In de landbouw wordt regelmatig met bestrijdingsmiddelen gewerkt. Omwonenden, en zeker inwoners van de gemeenten Westerveld en Midden-Drenthe, maken zich grote zorgen of dit een risico vormt voor hun gezondheid. Stichting Bollenboos verzet zich al jaren tegen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in Westerveld en sinds kort is er ook een actiegroep Meten = Weten actief.

In het RIVM-rapport staat verder dat ‘restanten van bestrijdingsmiddelen die op de onderzochte bollenvelden zijn gebruikt, zijn teruggevonden in de buitenlucht rond woningen in de buurt. Ook in het stof op de deurmat en in het huisstof zaten resten. Daarnaast zijn ze aangetroffen in de urine van omwonenden van bloembollenvelden, zowel bij volwassenen als bij kinderen. Dit was ook het geval in de urine van mensen die op meer dan 500 meter afstand van agrarische velden woonden. Ook zijn bij bollentelers en hun gezinsleden hogere concentraties bestrijdingsmiddelen gemeten dan bij andere omwonenden’.

Op basis van het huidige onderzoek vindt het RIVM het nodig om een brede werkgroep te laten verkennen of en hoe nader gezondheidsonderzoek ingevuld kan worden. Op die manier kan er ook naar andere aandoeningen en klachten worden gekeken, zoals bijvoorbeeld effecten op cognitieve ontwikkeling of autisme. Ook verdient de gezondheid van kwetsbare groepen, zoals kinderen jonger dan 16 weken, speciale aandacht.