Rayen Panday zet je op het verkeerde been

Steenwijk - Omdat Rayen Panday in mum van tijd alle kaarten voor zijn voorstelling ‘Fenomeen’ van afgelopen vrijdagavond verkocht, kwam hij ook op donderdagavond naar De Meenthe.

Locatie: De Meenthe, Steenwijk
Aantal bezoekers: 130 (uitverkocht)
Waardering: ****

De van origine stand-upcomedian debuteerde in 2008 toen hij de publieksprijs van het Groninger Studenten Cabaret Festival won. Met zijn cabaretprogramma ‘Niet verder vertellen’ brak de Zaandammer met Surinaams-Hindoestaanse roots definitief door. Hij verwierf ook bekendheid als tekstschrijver van onder andere ‘Raymann is Laat’.

Met op de achterwand de skyline van New York en op het podium een vleugel verwacht je als toeschouwer een fenomeen in orde van grootte van Frank Sinatra.

Het pakt allemaal toch net iets anders uit. Panday gaat maar een paar minuutjes achter die piano zitten. Hij praat vooral veel en schudt de ene na de andere grap uit zijn mouw. Met dat decor en zijn grappen zet hij je telkens slim op het verkeerde beeld. Hij toont daarmee aan dat iedereen de wereld anders ervaart. De cabaretier heeft bovendien originele gedachten. Als hij zegt dat de begraafplaats de rijkste plaats is, doelt hij daarmee op de ideeën, ervaringen en plannen van de overledenen.

Handelsmerk

Pandays handelsmerk zijn zijn pretogen. Hij maakt gemakkelijk contact met het publiek. Zo laat hij een man vertellen hoe hij zijn vrouw 42 jaar geleden tijdens een bokkenavond heeft ontmoet.

Tijdens het verdere verloop van de avond verwerkt Panday al improviserend dat gegeven meerdere keren in zijn programma. ‘Fenomeen’ bevat niet echt een rode draad. De oneliners van zijn broer en slechte ervaringen met DHL zijn wel telkens terugkomende elementen.

Panday snijdt ook gevoelige onderwerpen aan, zoals zijn migrantenachtergrond. Het publiek hoort hem dan muisstil aan. Telkens eindigt hij die verhalen met een verrassende grap, waarmee hij aan iedereen een schaterlach ontlokt.

Draad kwijt

Een enkele uiteenzetting is zo lang, dat je de draad kwijtraakt, zoals zijn belevenissen in een lift. De keren dat Panday achter de vleugel gaat zitten verrast hij met zijn opvallende hoge stemgeluid. Hij zingt drie korte liedjes, waaronder ‘Te laat voor mij’.

Op het eind van de voorstelling knoopt Panday alle korte eindjes aan elkaar en herhaalt hij nog eens zijn favoriete grappen. Ook wordt duidelijk dat het decor met de skyline van New York nog een hele andere alledaagse functie heeft. Bij Panday is uiteindelijk niets wat het lijkt.

Hilda Knol