Minister Schouten: ‘Spuitvrije zones niet nodig’

Den Haag/Diever - Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft de Tweede Kamer uitgebreid geïnformeerd over de vondst van 57 chemische stoffen in de gemeente Westerveld genomen grondmonsters. De monsters zijn genomen en laten onderzoeken door de lokale actiegroep Meten=Weten in de buurt van bollenvelden.

Minister Schouten geeft aan dat de gevonden stoffen onder alle veilige grenswaarden blijven en dat het invoeren van spuitvrije zones niet nodig is. Daarnaast bevestigt ze de stelling van bollentelers in Westerveld dat de meeste stoffen geen verband hebben met de lelieteelt. In een brief geeft Schouten antwoord op 60 vragen die in maart zijn gesteld door de vaste commissie van LNV.

Ze geeft haar antwoorden op basis van cijfers van het CBS, het onlangs gepubliceerde onderzoek van het RIVM naar de blootstelling van omwonenden en een advies van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).

Veilige grenswaarden

De minister geeft aan dat alle gevonden stoffen in Westerveld beneden de veilige grenswaarden liggen die het Ctgb hanteert bij de toelating van deze middelen. Op basis van de waarden van de aangetroffen stoffen concludeert Schouten dat spuitvrije zones geen meerwaarde hebben voor de gezondheid van omwonenden.

Riskanter

Minister Schouten haalt in haar beantwoording aan de Tweede Kamer ook nog specifiek de uitspraak aan van hoogleraar Toxicologie Ivonne Rietjens, die eerder voor de Drentse regionale omroep stelde dat je je beter druk kunt maken om acrylamide, een stof die vrijkomt bij het maken van toast of patat. Deze stof is schadelijker voor de gezondheid dan de kleine beetjes gewasbeschermingsmiddelen die we binnenkrijgen via ons voedsel en de lucht. De minister bevestigt de conclusie van hoogleraar Rietjens.

Op scherp

André Hoogendijk, adjunct-directeur van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur KAVB, zegt blij te zijn dat de minister bevestigt dat er in de gemeente Westerveld geen sprake is van risico’s voor de gezondheid. ‘We vinden het wel erg jammer dat de ophef over de grondmonsters het imago van de bollenteelt in Westerveld heeft geschaad. Ook zijn onderlinge verstandhoudingen tussen bollentelers en omwonenden op scherp gezet. In plaats van ‘meten is weten’ was het nu meer een kwestie van ‘gissen is missen’. Ons aanbod als sector blijft staan om bij zorgen vooral samen onderzoek te doen. We roepen de lokale politiek, bewoners en telers op om met respect voor elkaar, met de juiste nuances en op basis van kennis en feiten het gesprek te blijven voeren. Gezondheid is ons grootste goed. Dit raakt ons allemaal.‘