Sterke dorpsagent Jan Coenraadts overleefde de oorlog niet

Staphorst - Op het monument in Staphorst staat ook de naam van Jan Coenraadts. De dorpsagent die veel kwajongens op het rechte pad bracht, was niet opgewassen tegen de SD en de Meppeler politie. Hij werd op 14 april 1944 doodgeschoten in zijn woning, een van de zogeheten Boldewienshuuz'n. Coenraadts werd 47 jaar oud.

Coenraadts kwam in 1927 als rijksveldwachter in Staphorst en woonde in één van de Boldewienshuuz'n aan de huidige Rijksparallelweg. Hij was het prototype van een ouderwetse veldwachter: een grote sterke kerel, streng maar rechtvaardig.

Deze politieman moest van de Duitse overheersers niets hebben. Menigmaal waarschuwde hij voor komende huiszoekingen. Als het verzet voor een actie even vrij baan moest hebben, zorgde hij ervoor dat de kust veilig was. En regelmatig kreeg oom Hein, de leider van de Meppeler Knokploeg, waardevolle adviezen van Coenraadts. Twee zonen van hem zaten in het verzet.

Huiszoeking

Al deze activiteiten waren een doorn in het oog van de Meppeler politiechef en SS-kapitein Van Wijnen. In de nacht van 14 april 1944 deed Van Wijnen in gezelschap van vier SD’ers en vier Meppeler politiemannen een inval in de woning van Coenraadts en eiste de uitlevering van zijn twee zonen, die daar op dat moment niet waren.

Nadat de flink uit de kluiten gewassen Coenraadts een paar indringers naar buiten had gesmeten, volgde huiszoeking. Daarbij werd hij door Van Wijnen zodanig getreiterd dat die hem een enorme dreun met zijn staaflantaarn voor zijn hoofd gaf. Daarop werd Jan Coenraadts neergeschoten. Hij werd hij zwaar gewond overgebracht naar het ziekenhuis in Groningen. Na twaalf dagen overleed hij aan zijn verwondingen.