De buren van... ‘We wonen in een paradijsje’

Sint Jansklooster – Het begon allemaal ruim twintig jaar geleden, toen een paar mensen uit Eindhoven vroegen of ze in de tuin mochten kamperen. Het was helemaal hun tuin niet, het was weiland, maar ach, waarom ook niet, dachten de ouders van Sonja Winters. En gebruik maken van het toilet was ook geen probleem.

En toen kwam er nog een verzoek om te kamperen, en nog een verzoek, en nog een verzoek. Dus moesten er toiletten komen. En douches. En een vergunning. En zo was mini-camping Het Waterhoentje in Sint Jansklooster geboren.

‘Ja, hoor dit is ook receptie!’ Sonja staat op van de bank, stapt uit de voortuin het erf op en komt naderbij voor de begroeting. Zojuist hebben zij en haar partner Ed van der Wal twee dames met een camper ontvangen en hen hun plaatsje gewezen achterop het terrein. Als ware ik een campinggast wordt me spontaan een drankje en een zitplek op de buitenbank aangeboden. De druiven en aardbeien komen op tafel. Niets staat een gezellig gesprek over het campingleven aan de Leeuwte in Sint Jansklooster in de weg.

‘Mijn ouders zijn de camping begonnen,’ vertelt Sonja, geboren in Vollenhove en op 10-jarige leeftijd verhuisd naar de huidige locatie in Sint Jansklooster. ‘Elf jaar geleden overleed mijn vader. Mijn moeder heeft het een paar jaar alleen gedaan, tot ze een nieuwe man ontmoette. De vraag kwam of wij het wilde overnemen. Getwijfeld? Nee, niet echt. Ik ben ermee opgegroeid. Natuurlijk is het anders of je ouders het doen of jij zelf. Maar ik heb geen seconde spijt gehad.’

Ed vult haar aan. ‘Ik was net gestopt op een grote camping in Heerde. Dus zo’n kleine camping was appeltje eitje,’ lacht hij. Nee, minderwaardig zal hij er zeker niet over doen. Sterker: de overstap van de Veluwe naar de Kop van Overijssel heeft het campingleven er alleen maar leuker op gemaakt. ‘Het is een fantastische plek. We wonen in een paradijsje. Zo’n kleine camping is een stuk gezelliger. Er is veel meer onderling contact. We hebben veel gasten die terugkeren. Zoals opa en oma.’

Eretitel

Het zijn niet echt hun grootouders, legt Sonja uit, maar door de opgebouwde band én hun leeftijd hebben ze deze eretitels gekregen. Oma heeft zelfs een plekje in de folder van Het Waterhoentje gekregen. De tekst in de flyer over activiteiten op en in de omgeving van de camping is voorzien van een vrolijk plaatje, waarop oma in zomerse kledij met accordeon voor de borst over het grasland op het kampeerterrein loopt. ‘Ieder jaar zeggen ze als ze arriveren: we komen thuis.’

Het Waterhoentje heeft een unieke ligging aan het water, met een eigen boothelling. Als je je vaartuig in het water laat glijden, het smalle watertje afvaart, ligt de Kleine Beulakerwijde aan je voeten. Het naastgelegen Bezoekerscentrum De Wieden biedt diverse vaarexcursies. Een kano of bootje huren bij Ed en Sonja behoort tot de mogelijkheden. Ieder jaar zet een vaste vrouwelijke gast een vaartocht uit voor de kampeerders. ‘Wie zelf geen boot heeft, mag bij haar instappen. Of ze stappen bij elkaar in de boot. Het delen is geweldig.’

Boerengolf

Zes jaar is Het Waterhoentje nu in hun beheer en het stel zou niet anders willen. Sonja voor de reserveringen, overige administratieve rompslomp en de catering (‘En de schoonmaak!’) en Ed voor het buitenwerk. Ook voor het organiseren van een activiteit draait hij zijn hand niet om. Zoals het boerengolf, bijvoorbeeld. Ed begint te lachen.

‘’s Morgens zet ik een circuit uit en we spelen mannen tegen de vrouwen. Nou, ik heb nog nooit zoveel gemenigheid bij elkaar gezien om te kunnen winnen. Gelukkig ben ik er als scheidsrechter.’ En Sonja: ‘Het stelt niet zoveel voor hoor, maar het is heel gezellig. We drinken koffie, ik maak wat hapjes. Het is één grote familie, want er komt hier van alles, van arts tot putjesschepper. Op een camping maakt dat niets uit, alles komt bij elkaar. Er ontstaan leuke vriendschappen, mensen houden ook buiten de vakantie contact.’

Levensverhalen

‘We horen hele levensverhalen. Omdat de gemiddelde gast iets ouder is, hebben ze vaak al heel wat meegemaakt. Als ik over de camping loop, kan ik bij iedereen wel een praatje maken. Eerder had ik mijn aardbeienplanten achterop het terrein. Soms was ik een uur onderweg en had ik nog niet één aardbei geplukt! Nu heb ik ze maar bij huis neergezet.’

De gasten komen uit alle delen van Nederland, maar ook van over de grens uit Duitsland en België. Sonja: ‘Duitsers zijn heel netjes, Belgen altijd gezellig. We hebben zelfs mensen uit Oostenrijk die ieder jaar terugkomen. Je ziet ze een jaar niet en het is of ze niet zijn weggeweest. Als er een lekkere periode aan zit te komen, moeten we regelmatig nee verkopen. Dat vind ik wel lastig, maar het is niet anders. Uitbreiden mogen we niet, omdat we in het natuurgebied zitten, maar vijf plekken erbij zou het toch net ietsje gemakkelijker maken.’

Starheid

Ed, wiens geboortegrond in Vaassen ligt, snapt niets van die starheid van de overheid. ‘In het bezoekerscentrum hiernaast komen jaarlijks 100.000 bezoekers. Dan denk ik: waar wordt de natuur meer door verstoord?’

Keer op keer krijgen ze van hun gasten te horen hoe mooi Sint Jansklooster en omgeving zijn. ‘Zelf vind je het al gauw gewoon, maar mensen zeggen het telkens weer: wat kun je hier mooi fietsen! Je loopt de camping af en zo het wandelpad van De Wieden op, dat is natuurlijk fantastisch. Ze komen iedere keer foto’s laten zien van allerlei vogels en andere beestjes.’

Sonja’s moeder is nog fit en vitaal én in de buurt. Ze woont in Vollenhove en kan nog weleens worden ingevlogen om de boel een dagje over te nemen. ‘Ze weet van de hoed en de rand en kent veel gasten. Voor haar is het ook leuk. En het is altijd netjes en schoon als we terugkomen! Dan zeg ik ’s ochtends: er komen twee caravans en één camper, wil je die even ontvangen? Verder hoef je niets te doen. En als we terugkomen, zijn toch de ramen gewassen! Heel fijn natuurlijk!’

De hitte van vorige zomer zijn ze op Het Waterhoentje prima doorgekomen. Sonja: ‘Velen gaan het water op. We hebben een pierenbadje neergezet met ijsklontjes erin waar iedereen met de voeten in kon zitten. We hebben ijsjes uitgedeeld. En in zo’n kringetje, ja, dan komen de verhalen wel los!’

Ed: ‘En af en toe de gasten opgieten hè, dat hoort bij een boerenwellness!’


Gerelateerd nieuws