Het moderne leven
Door Misja Boonzaayer

Dus… bereikbaar

Sinds ik in officieel buitengebied woon, heb ik het niet makkelijk. Ben ik voor elk wissewasje – en de wissewasjes van de kuikens Boonzaayer, en dat zijn er nogal wat – minstens een half uur onderweg. Moet ik elke avond koken want de thuisbezorging is een zorg.

En sinds de buslijn mijn officiële buitengebied heeft verlaten, heb ik het niet alleen niet makkelijk, maar ben ik ook nog eens afgesloten van de wereld. Eenzaam. Onbereikbaar. Ver van de bewoonde wereld.

Mijn vrienden en familieleden vragen zich af hoe ik dat toch volhoud, dat wonen in een buitengebied. En hoe ik alles voor elkaar krijg. Want als er geen bus rijdt, en je de sushi kilometers verder zelf moet halen, dan is het heel aannemelijk dat er ook geen enige vorm van internet is.

Sterker nog, het is zeer aannemelijk dat ik deze columns typ op een typmachine, waarna ik op mijn fiets spring om hem door weer en wind aan te leveren bij de redactie.

Maar er is goed nieuws. Dat wist ik eerst ook niet, maar ik kreeg een brief in de brievenbus en die opende met: “Beste inwoner van dit buitengebied. Goed nieuws!”. Nou, toen hadden ze mijn aandacht natuurlijk subiet te pakken.

Als ik iets goed kan gebruiken tussen alle taxiritten en moestuinuren om onszelf te voorzien in levensonderhoud, dan is het wel goed nieuws. Ik was rázend nieuwsgierig. De brief kwam trouwens van het Energiebedrijf Buitenaf b.v.. Dat gaf me moed, want Buitenaf, dat betekent zoiets als ‘ver van de bewoonde wereld’ en met een kleine stad op zo’n tien kilometer van mijn huis, val ik natuurlijk bijkans van de aarde af. Nou, en daar had de directeur van het Energiebedrijf Buitenaf b.v. dus goed nieuws over.

Hij wil graag glasvezel aanleggen bij mij thuis. En dat, lieve lezers, is kennelijk heel goed nieuws. Dat hij, Directeur Energiebedrijf Buitenaf b.v. dat graag voor mij wil doen. Bij mij thuis! Geen idee of hij het ook werkelijk gáát doen, dat vertelde hij niet. Hij vertelde me wel in de brief dat als ik glasvezel heb, ik dan klaar ben voor de toekomst.

Ik bof dus maar, dat hij glasvezel bij me aan wil leggen. Ik kan niet wachten om mijn vrienden te vertellen dat de directeur van een groot bedrijf dat voor mij wil doen. Dan hoor ik er voor eeuwig weer bij.