Natuur om de hoek
Door Paul Mentink

Boekweit

Een pannenkoek met spek en stroop. Ik wil niet beweren dat je mij daar midden in de nacht voor wakker kunt maken, maar veel scheelt het niet. Het maken van pannenkoeken is vrij simpel. Wat meel, een scheut melk en een paar eieren, even mixen en het beslag kan in een hete koekenpan.

Het meel voor de pannenkoeken is tegenwoordig meestal tarwemeel, maar van oudsher gebruikte men het meel van boekweit. Zo was in de provincie Drenthe de teelt van boekweit in het verleden belangrijk. Dit gewas doet het namelijk naar omstandigheden relatief goed op arme gronden. Want op vruchtbare gronden, zoals op de kleigronden, groeit dit gewas te weelderig. Het levert veel bladvorming en weinig zaden op. Bemesting is dan ook meestal niet nodig.

In de periode dat er veel turf in Drenthe werd gestoken, was boekweit een belangrijk gewas voor de lokale bevolking. Die bevolking was natuurlijk arm en voor de teelt waren geen bijzondere investeringen nodig. Het was daarom niet vreemd dat het areaal in de omgeving van Emmen in de 19e eeuw rond de 2.000 hectare bedroeg. In die periode brandde men in het voorjaar de bovenlaag van de veengronden af, zodat belangrijke voedingsstoffen voor de teelt van boekweit vrij konden komen. Dergelijke branden stonden bekend als boekweitbranden en konden zelfs bij bepaalde windrichtingen tot in Holland overlast veroorzaken.

Tegenwoordig bestaat er nauwelijks nog een teelt van boekweit in Nederland. Die vindt vooral plaats in Polen en voor een deel in Frankrijk. Nu weet ik, als gids op het Dwingelderveld, dat ze daar nog een paar akkers met boekweit verbouwen. Het is wel een gevoelig gewas, immers de plant kan niet tegen nachtvorst. Zaaien gebeurt dan ook meestal na de ijsheiligen. Ook bij het wieden dient men voorzicht te werk te gaan. Verder dient de bodem goed losgemaakt te zijn, boekweit heeft namelijk een lange penwortel, die dan ongestoord kan uitgroeien. Overigens is boekweit, ook op vruchtbare gronden, goed te gebruiken als groenbemester.

De plant is vrij eenvoudig te herkennen. De bladeren zijn tamelijk groot, hart- dan wel pijlvormig, zittend op een roodachtige stengel. In de zomermaanden bloeien de witte tot roze bloempjes, die in een soort pluim groepsgewijs bij elkaar staan. De zaden, waaruit het boekweitmeel wordt gewonnen, zijn driehoekig van vorm en lijken een beetje op kleine beukennootjes. Als je de naam boekweit ontleedt, dan duidt het eerste deel ‘boek’ daarop. Dat staat voor ‘beuk’. Het tweede deel ‘weit’ slaat verrassend genoeg op ‘tarwe’. Een alternatieve naam voor boekweit is dan ook beuktarwe. Echter, boekweit is geen graansoort, maar behoort tot de duizendknoopfamilie. Het bevat derhalve geen gluten en kan in een glutenvrij dieet uitkomst bieden.

paul@paulmentink.nl