‘Parkeerbeleid doodsteek voor Meppel’

Meppel - Zeven markten gaat hij wekelijks af. Tot enkele maanden geleden waren dat er nog acht. In Hattem nam hij op 1 maart afscheid. ‘Het was met pijn in mijn hart. Het afscheid was indrukwekkend. Ik heb de hele dag handen staan schudden,’ vertelt Jaap Buter.

Wie al 45 jaar zelfstandig marktkoopman is, kent niet alleen de kneepjes van het vak, maar ook het publiek van haver tot gort. En de plaatsen. ‘Genemuiden is het drukst. Vorige week verkocht ik er nog vijftig dikke panty’s. Epe draait als een tierelier, Elburg loopt goed en Harderwijk is een topmarkt.’

De drukte in Elburg en Harderwijk is makkelijk verklaarbaar, meent Buter. ‘In beide plaatsen kun je makkelijk parkeren. In Elburg is een parkeerplaats en in Harderwijk, precies onder de markt, zit een parkeergarage met 450 plekken. De eerste twee uur is gratis parkeren. Ik hoop dat de parkeergarage in Meppel er snel komt en betaalbaar is, anders is het de doodsteek voor Meppel. Tien jaar geleden hadden ze het al over een parkeergarage. Vroeger was Meppel een goede markt, nu is het een van de minste. Het Vledder is volgebouwd, daarmee hebben ze mensen weggejaagd naar Staphorst en Steenwijk. Het parkeerbeleid kan een stad maken en breken. In Meppel is parkeren te duur en zijn er te weinig plekken.’

Met zijn kraam voor de Grote- of Mariakerk, tegenover de Trekpleister in hartje Meppel, staat hij iedere donderdag naar alle tevredenheid. Vanuit zijn woonplaats Kamperveen hoeft hij niet voor dag en dauw te vertrekken. Tussen 7.00 en 7.30 uur is de vertrektijd. Nee, hij heeft ook geen uren werk om de boel op te bouwen. De wagen wordt op zijn plek gereden en dan klapt hij open. ‘Mensen staan soms vol verbazing te kijken. We hebben een compacte, kleine aanhanger. Binnen een half uur zijn we verkoopgereed.’

Standwerkers

‘Ik heb vele verzoeken gedaan om hier te mogen staan. Hier stonden standwerkers, maar die kwamen niet meer. Ik dacht een gouden plek en dat is het ook gebleken. Mijn omzet is hier met 40% omhoog gegaan. Veel meer traffic. Als ik hier stop, wat ik overigens nog lang niet van plan ben, mag hier geen markt meer staan. De markt op deze plek zou een storende factor zijn.’

De 63-jarige Buter haalt zijn schouders op. Zijn blik zegt voldoende. Nee, het wordt marktkooplieden niet altijd even makkelijk gemaakt. Maar de liefde voor het vak heeft er nooit onder geleden. Die liefde is immens. Als 11-jarig jongetje ging hij met zijn vader mee. Pa Buter verkocht textiel in de breedste zin van het woord. Jaap had zijn eigen sokkenafdeling.

80-jarig jubileum

‘Ik wilde vroeger vrachtwagenchauffeur worden, maar dat ik mijn vader zou opvolgen, was een logische stap. Hij werd ernstig ziek. Toen hij na twee jaar een beetje bijkwam van een hersenoperatie, kon hij niet meer. Ik was 18 jaar en kwam net van de detailschool. Op 21 december was ik jarig, op 4 januari haalde ik mijn rijbewijs, op 5 januari stond ik op de markt en op 1 februari stond het bedrijf op mijn naam. Als ik het over mocht doen, zou ik het precies zo doen. Mijn vader stond hier al in 1937. Twee jaar geleden hadden we ons 80-jarig jubileum. Dat zijn we vergeten te vieren,’ lacht hij. ‘Joh, ik vier mijn eigen verjaardag niet eens.’

De hete zomer van vorig jaar waren geen goede maanden voor ‘J. Buter, panty’s, kousen en sokken’. Hij zegt: ‘Vrouwen bloot, handel dood. Als het warm is, kijken mensen niet naar panty’s en andere onderbeenmode. De meeste handel hebben we van half september tot en met januari. Voor kerstmis is er altijd drukte. Mensen krijgen het koud en zijn op zoek naar thermosokken en skisokken.’

Internetconcurrentie? Buter merkt er weinig van. ‘Wat je hier vindt, vind je nergens. Natuurlijk, de basisproducten kun je van internet halen, maar iets aparts niet. Dat moet je ruiken, proeven, tasten. Heb je bij je trouwpak bijpassende blauwe sokken nodig, kun je ze op internet bestellen, maar bestaat de kans dat je ze drie keer terug moet sturen.’

58 kleuren panty’s

Om maar een voorbeeld te noemen: Buter heeft de klant 58 kleuren panty’s te bieden. En de topper: de krasvaste, hufterproof panty.

Hij haalt zijn nagels over de uitgestalde panty. Het dameskledingstuk wordt er niet warm of koud van. Bijzondere producten komen niet vanzelf naar je toe, weet Buter als geen ander.

‘Het is een zoektocht. Ik heb veel Nederlandse importeurs, maar ga ook naar Duitsland of Frankrijk. Niet zo vaak, maar ook naar Parijs. Dan stap ik om 2.00 uur in de auto, zeven uurtjes rijden, van 9.00 tot 14.00 uur op inkoop, nog twee uurtjes de toerist uithangen, om 16.00 uur terug en om 23.00 uur ben ik weer thuis.’

Kennis opgebouwd

Alles op de kraam is naadloos en ook mensen met diabetes of allergieën kunnen bij hem terecht. ‘Ik heb artikelen van merino wol. Het is kwaliteit en kriebelt absoluut niet. Mensen weten me hiervoor te vinden. Ik heb kennis opgebouwd en koop kritisch in. Ik ben geen prijsvechter, ik wil gewoon de beste zijn. Het geeft mij zo’n voldoening als ik mensen blij kan maken. In Hattem stond bij het afscheid een file van mensen. Ik heb een schuldgevoel, ik laat ze in de steek.’

Stoppen is voor Jaap Buter dan ook nog helemaal niet aan de orde. ‘Ik zie aan mezelf dat ik ouder word, maar ik voel me niet ouder. Dat koester ik.’ Plots worden zijn ogen vochtig. ‘Ik realiseer me hoeveel geluk ik heb dat ik gezond ben. Om me heen vallen veel poppetjes om. Ik had een collega die op drie markten stond en onlangs is gestopt. Ik moet er niet aan denken. Voor de financiën is het een must, maar dat is niet alleen de drijfveer. Als er iemand bij me komt voor groene sokken en ik kan zes kleuren groen aanbieden, vind ik dat fantastisch.’