Museum De Proefkolonie is goed op weg

Frederiksoord - Dik twee maanden na de officiële opening is Museum De Proefkolonie er echt klaar voor. De eerste kinderziektes zijn verholpen, de vrijwilligers volledig geïnstrueerd.

Wie zich het oude museum De Koloniehof aan de rotonde in Frederiksoord herinnert, wordt in Museum De Proefkolonie prettig verrast. Geen oubollig, statisch museum meer, maar een bijzonder belevenismuseum waar door royaal gebruik van audiovisuele middelen bezoekers worden meegenomen in het verhaal dat tweehonderd jaar terug gaat. Naar de tijd dat generaal Johannes van den Bosch de eerste kolonisten naar Frederiksoord haalde, de eerste vrije landbouwkolonie. De tijd dat er 52 boerderijtjes klaar stonden om arme stedelingen te ontvangen.  De kolonisten konden er op werk en onderdak rekenen. De kinderen gingen er verplicht naar school en er was een eigen ziekenfonds. Nadat de eerste kolonisten arriveerden kwamen er ook kerken, winkels, scholen en zelfs rustoorden. Met deze sociale voorzieningen liep de Maatschappij van Weldadigheid 80 jaar vooruit op de rest van Nederland en wordt daarmee nu nog steeds beschouwd als de bakermat van onze verzorgingsstaat.

Museumdirecteur Peter Sluiter, ook directeur van het Gevangenismuseum Veenhuizen, kijkt tevreden terug op de eerste weken waarin het museum is geopend. ‘Wij hebben de tijd gehad én genomen om te kijken of alles werkt zoals het zou moeten werken. Veel onderdelen van het museum waren direct goed, sommige dingen hebben we moeten aanpassen. Gewoon omdat het in de praktijk toch anders werd ervaren dan wij vooraf hadden bedacht. Dan heb je het over details, maar wel belangrijke details. Bijvoorbeeld op het gebied van beeld en geluid. Je kunt het namelijk maar één keer goed doen. Maar ik denk dat we er nu helemaal klaar voor zijn.’

Bezoekers van het museum krijgen in De Proefkolonie een beeld van hoe het tweehonderd jaar geleden in Frederiksoord was. Ze worden meegenomen in het verhaal van de eerste vijf armoedige koloniegezinnen, die vanuit de stinkende en hongerige steden vanuit het westen naar Drenthe moesten. ‘We nemen het publiek met beeld en tekst mee terug naar de periode rond 1818’, zo vertelt Sluiter trots. ‘Naar een verpauperde stad ergens in het westen van het land. Bezoekers zien hoe er daar werd geleefd, zien de armoede, ervaren de stank en voelen de ellende van de stad. Alle zintuigen worden zoveel mogelijk aangesproken om de tijd van toen zo levensecht mogelijk te ervaren: je ogen, je gehoor en ook je reukorgaan.’ In een tweede ruimte zet oprichter Johannes van den Bosch van de Maatschappij van Weldadigheid de plannen uiteen die hij met deze paupers heeft. Dat gebeurt met een prachtige audiovisuele presentatie op levensgrote in een halve cirkel opgestelde schermen. Tot slot kunnen de bezoekers zelf aan de slag. Per thema als bijvoorbeeld onderwijs moeten de mouwen opgestroopt worden, bijvoorbeeld met het weefgetouw en boter karnen. ‘Beleven hoe het toen ging’, zegt Sluiter.

De Proefkolonie is gevestigd in het Huis van Weldadigheid, het bezoekerscentrum van de Koloniën van Weldadigheid. Hier is ook de museumwinkel gevestigd en een prachtig grand café waar bezoekers even heerlijk kunnen relaxen. Verder is ook het Toeristisch Informatie Punt hier gevestigd en vindt ‘t Fledder Kerspel, de historische vereniging van Vledder, er onderdak,. Peter Sluiter mikt in het eerste jaar met De Proefkolonie op zo’n 40.000 bezoekers. Dat aantal moet daarna volgens de directeur doorgroeien naar 60.000 tot 80.000 bezoekers per jaar. Ter vergelijking, de oude Koloniehof was in 2018 goed voor 13.000 bezoekers. Sluiter denkt dat de genoemde bezoekersaantallen realistisch zijn. ‘Zeker wanneer volgend jaar de Unesco Werelderfgoed-status voor de Koloniën van Weldadigheid wordt toegekend. Dat gaat namelijk zeker als een magneet werken, zo verwacht de directeur.