Binnenstad van Meppel is bedolven onder laag plastic

Voor velen is het een beeld dat ze niet te zien krijgen: de met afval bezaaide straten in de binnenstad van Meppel. Er lijkt eerder oorlog gaande te zijn geweest dan een gezellig feestje. Maar om 06.00 uur in de ochtend is voor veel feestgangers het lichtje wel uit. Voor zes werkers van de gemeentereiniging gaat dan juist het lichtje aan. Zij ruimen de immense troep weer op.

Lampenkappen, notitieboekjes, onaangeraakte sausdoosjes, complete dönerbroodjes, patatbakjes, pistoletjes, wasknijpers, lolly’s, bloemen die uit hun pot zijn gerukt. Als je maar goed zoekt, vind je het wel op de pleinen na een Meppeldag. Maar het is erger geweest, verzekert bedrijfsleider Wim Hilberink van de gemeente Meppel. ‘De samenwerking met de organisatie is echt goed’, stelt hij. ‘Er loopt ’s nachts nu ook al een ‘clean team’ rond en er staan steeds meer grote afvalbakken. Heel wat jaren lag er echt een dikke laag plastic bekers in de ochtend na Donderdag Meppeldag, sinds dit jaar is dat minder.’

Veel tijd om te praten heeft Hilberink niet. De winkels gaan om 09.00 uur weer open en dan moet alles er weer tiptop bij liggen. ‘Er zijn genoeg mensen die niks van doen hebben gehad met de Meppeldag van gisteren. Voor hen moet er gewoon weer een waardige binnenstad zijn, als ze hier arriveren. Want ook vrijdag is het centrum het visitekaartje van de stad.’

Voedseltekort

Maar ook hij moet toegeven dat het wel een naar gezicht is, om de binnenstad zo te zien. Om over de geur nog maar te zwijgen. ‘Gisteren las ik een verhaal over een dreigend voedseltekort wereldwijd. Als je dan dit ziet, is het wel wat idioot’, zegt hij terwijl hij wijst naar een strook etensresten voor de shoarmazaken.

En inderdaad, het aangezicht van de stad doet de vraag rijzen of het wel zo normaal is om al je rotzooi van je af te gooien tijdens een Meppeldag. Maar de aanwezigen op de vrijdagochtend lijken het inmiddels normaal te vinden. Ook zij wijzen erop dat het allemaal wel erger is geweest.

Ondertussen loopt er een man over de pleinen, op zoek naar verdwaalde muntstukken. In een plastic tas heeft hij wat PET-flessen, die hij straks kan inleveren als de winkels opengaan. Hij is al een paar euro rijker, maar kan moeilijk verkroppen wat mensen allemaal wegsmijten tijdens een avondje stappen. Hij wil niet met zijn naam in de krant. ‘Het is goed dat het plastic zo snel mogelijk van de pleinen verdwijnt, maar ik vraag me af of het ook echt verdwijnt.’

Statiegeld op bekers

Hij ziet een oplossing. ‘Het lijkt mij een goed idee om voor elk glas ook twee euro statiegeld te rekenen. Als je hem inlevert en wat nieuws bestelt, betaal je niets extra’s en aan het eind van de avond krijg je die euro’s terug als je een glas inlevert. Ik verzeker je, dan ligt er lang niet zo’n grote bende.’ Is dat niet wat veel gevraagd voor de horecaondernemers? ‘Ach, sodemieter op. Moet je zien wat voor een werk de gemeente hier insteekt om het allemaal schoon te krijgen. Dat moet ook geregeld worden. En betaald.’

Achter de kerk op het Kerkplein verraadt een plas braaksel dat er niet alleen maar gevreeën wordt achter de kerk. De penetrante mix van bier, zweet, afval en urine maakt dat de verslaggever de steeg kokhalzend verlaat. Maar ook dat is drie uurtjes later keurig weggewerkt. Daar ligt het niet aan.

Verantwoordelijkheid

De vuilnisbelt die het centrum tijdelijk vormt, is niet alleen een verantwoordelijkheid van de organisatie. Deze doet samen met de gemeente wat binnen de mogelijkheden ligt om het probleem beheersbaar te houden. Maar wat doe je eraan als het gros van je publiek een stevige borrel op heeft en nauwelijks verantwoordelijkheid neemt voor zijn of haar afval? En de verantwoordelijkheid hoef je eigenlijk niet te nemen, want je gooit je lege glas over je schouder, kijkt er niet meer naar om en vrijdag lijkt alles magischerwijs verdwenen.

De beschonken consument is een gewillige afnemer, met ogen die vele malen groter zijn dan de buik. Er zijn culturen waar ze zich zouden schamen voor dit aangezicht. Die cultuur heerst vooralsnog niet in Meppel. Maar het was gezellig en ook dat is wat waard.

 

Door: Sander Dekker