Plofklassen, zijn ze er nou nog wel of niet?

Aangeboden door: The Bagstore

Mensen boven de vijftig jaar kennen het wel, vroeger zat je in een klas met 36 leerlingen. Niets bijzonders. Dat zou tegenwoordig een plofklas heten. Of misschien wel een ontplofklas. Zijn die er nog?

Onlangs kopte RTLnieuws dat de klassen langzaam weer kleiner worden. Twee jaar geleden nog had 32 procent van de klassen meer dan 26 leerlingen. Lange rijen met aan elk haakje van de kapstok een kinderrugzak. Vorig jaar ging het om een procent minder. 23 kinderen in de klas is nu het gemiddelde.

En volgens de statistieken heeft geen enkele school gemiddeld meer dan dertig kinderen in de klas. Maar stel nou dat dat er volgend jaar weer veel meer zouden zijn, mogen we daar dan wat van zeggen?

Liefst niet meer dan dertig leerlingen per klas

Natuurlijk mag je daar wat van zeggen, maar er is in Nederland (nog) geen wettelijke richtlijn voor maximale groepsgrootte op de basisschool. Alhoewel in politieke kringen een wetsvoorstel is ingediend om een stop te zetten op klassen van meer dan dertig leerlingen. Een gemiddelde van 23 zou de ideale klas zijn.

Toch zouden er nog altijd teveel grote klassen bestaan. In 2017 werd in een artikel Jan van de Ven nog geciteerd, mede-oprichter van PO in Actie. “Negen jaar geleden waren de klassen met meer dan 30 kinderen op twee handen te tellen. Nu heeft bijna elke school ze.”

Vandaar dat veel ouders zich nog altijd zorgen maken. Veel ouders zijn bang dat hun kind door de groepsgrootte te weinig aandacht krijgt. Symbolisch is er dan voor de rugzak van hun kind gewoon geen plaats aan die kapstok. Ze ageren tegen de plofklassen van dertig leerlingen of meer.

Meer dan veertig kinderen in de klas? Het gebeurt

Die zouden er dan dus toch nog zijn? Dat is zeker het geval als we het bijkomend probleem van het lerarentekort erbij pakken. Vanwege onvoldoende leerkrachten worden klassen regelmatig samengevoegd. Dan spreek je alsnog van heel veel leerlingen. Getallen van veertig kinderen zijn geen uitzondering.

In zo’n geval zijn er maar twee mogelijkheden. Kinderen naar huis sturen of de kinderen over andere groepen verdelen. In dat laatste geval groeien de klassen.

Al met al lijkt de gemiddelde huidige groepsgrootte van 23 leerlingen niet helemaal representatief voor wat er werkelijk aan de hand is. Volgens de PO raad wordt dat gemiddelde berekend op basis van het geld dat een school via de lumpsum krijgt, dat gebaseerd is op het aantal leerlingen per leerkracht. Schoolbesturen mogen dat geld naar eigen inzichten inzetten. Voor meer ondersteuning of voor kleineren klassen bijvoorbeeld. Daarom lijkt een landelijk gemiddeld cijfer nogal een onzeker getal. De grote van een klas is vooral flink afhankelijk van het beleid van een school.