Uitstoot van broeikasgas daalt

Meppel - In de gemeente Meppel lag de uitstoot van broeikasgas in 2017 lager dan het landelijk gemiddelde. De totale uitstoot bedroeg 3,8 kg per vierkante meter. Daarvan was 3,0 kg CO2, 0,55 kg methaan en 0,23 lachgas. De gemiddelde uitstoot in Nederland bedroeg 5 kg CO2 per vierkante meter.

Gemeenten met veel veeteelt of een grote stortplaat zorgen voor een bovengemiddelde uitstoot van methaan. Zware industrie of een elekrticiteitstcentrale verhogen het landelijk gemiddelde van CO2 uitstoot.

De belangrijkste bronnen van lachgas zijn de landbouw (33,5%). Met name het gebruik van mest en kunstmest. Lachgas komt ook vrij door het omploegen van grasland, de chemische industrie (38,2%), verbranding van fossiele brandstoffen (28%) en afvalverbranding (11%). In Noord-Nederland en Overijssel komt vanwege de veeteelt veel lachgas vrij.

In 2018 bedroeg de uitstoot van broeikasgassen in Nederland 189,3 miljard CO2-equivalenten. Dit is 2 procent lager dan in 2017 en 15 procent lager dan in 1990. In 2018 was de Nederlandse economie bijna 80 procent groter dan in 1990. De bevolking nam met 15 procent toe. Om de afspraken in het Klimaatakkoord te halen, is in 2030 een reductie nodig van 49 procent ten opzichte van 1990. De grootste reductieopgave ligt bij de elektriciteitsbedrijven en de industrie. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe emissiecijfers die door RIVM/Emissieregistratie vastgesteld zijn.

In 2018 stootte de industrie 30 miljard CO2-equivalenten minder uit dan in 1990. De sectoren gebouwde omgeving (stoken van aardgas voor verwarming) en landbouw realiseerden allebei een reductie van 6 miljard CO2-equivalenten. Bij de elektriciteitsbedrijven en in de sector mobiliteit (binnenlands verkeer en vervoer) was er een toename van 6 miljard en 3 miljard CO2-equivalenten. Alle vijf sectoren zijn omvangrijker geworden.

Als de sectordoelen gehaald worden, dan zal in 2030 de uitstoot 78,7 miljard CO2-equivalenten lager zijn dan in 2018. Van deze reductie nemen de elektriciteitsbedrijven 42 procent voor hun rekening, de industrie 27 procent, verkeer en vervoer 13 procent, de gebouwde omgeving 12 procent en de landbouw 6 procent. De vervanging van fossiele brandstoffen verkleint de uitstoot in alle sectoren, maar zorgt ook voor een grotere vraag naar elektriciteit. Dit vergroot de opgave voor de elektriciteitsbedrijven om aan de klimaatdoelen te voldoen.