Leerlingen Woldstroom leggen bloemen bij Joods Monument

Meppel - Leerlingen van groep 6, 7 en 8 van de Woldstroom hebben donderdagochtend bloemen gelegd bij het Joods Monument in het Slotplantsoen. Dit gebeurde exact 77 jaar na het wegvoeren van Joodse stadgenoten uit hun vertrouwde omgeving.

In de nacht ervoor waren ze door Meppeler politieagenten in hun huizen gehaald: vrouwen, kinderen en ouderen. De mannen waren al eerder gedeporteerd naar werkkampen in de regio en op 3 oktober 1942 net als hun gezinnen op transport gesteld naar kamp Westerbork.

Op initiatief van Stichting Joods Monument leggen het bestuur en het college van B en W ieder jaar op de vroege ochtend van 3 oktober kransen bij het monument met op zestien granieten platen de namen van de weggevoerde stadgenoten. Hetty Mendels wees de leerlingen op de twaalf namen Roos, de familie van haar moeders kant, die op het monument staan: namen van ooms en tantes, nichtjes en neefjes. De jongste, Rudy, was 5 jaar, de oudste, Hein Roos, 80 jaar. Een van de familieleden, Manuel Roos en buurman Salomon van der Sluis, woonde destijds aan de Werkhorst, toen Staphorster grondgebied. Ze staan niet in Meppel als overledene in Auschwitz geregistreerd, maar in Staphorst. Hun namen komen voor op het monument in Staphorst.

Stilstaan

Burgemeester Richard Korteland bedankte in een korte toespraak de leerlingen voor de onderhoudswerkzaamheden aan het Joods Monument. ‘Kinderen van jullie leeftijd en zelfs jonger zijn 77 jaar geleden weggevoerd, niet alleen door Duitsers, maar ook door Meppelers zelf. Dat is zo vreselijk dat we er ieder jaar bij stilstaan. Het is zo ontzettend dichtbij gebeurd, in deze stad en in je eigen buurt.’

Hij wees op 75 jaar bevrijding volgend jaar april en mei. Het is, zei hij, waarschijnlijk de laatste keer dat dit zo groots wordt gevierd in aanwezigheid van mensen die de bezetting hebben meegemaakt. ‘Jullie moeten de herinnering levend houden en er stil bij blijven staan,’ hield hij de leerlingen voor. De burgemeester legde tot slot een krans samen met Piet Dijkstra van het Comité 4 en 5 mei.

Uit huizen gehaald

Voorzitter Jan Oldebesten van Stichting Joods Monument schetste de omstandigheden waaronder de Meppeler stadgenoten in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 door groepjes van steeds drie Meppeler agenten uit hun huizen werden gehaald. Er kwam geen Duitser aan te pas. Ze werden bijeengebracht op drie plekken in de binnenstad waaronder het politiebureau aan de Hagenstraat. Vanuit deze drie locaties liepen de Joodse Meppelers met hun schaarse bagage de volgende ochtend naar het station.

De Meppeler bevolking telde toen circa 14.000 inwoners onder wie 260 Joodse stadgenoten. In Frankrijk overleefde 75% van de Joodse bevolking, in België 60%, in Nederland landelijk 20% en in Meppel minder dan 10%.

Eerste transport

Nadat ze op zaterdag 3 oktober 1942 waren aangekomen in kamp Westerbork, werden op maandag 5 oktober 75 Joodse Meppelers met het eerstvolgende transport van meer dan 2000 mensen naar Auschwitz gedeporteerd en vermoord. In totaal 23 stadgenoten wisten onder te duiken van wie uiteindelijk slechts 18 de bevrijding hebben meegemaakt, aldus Oldebesten.

Hetty Mendels wees de namen van haar familie aan op het monument. De leerlingen van De Woldstroom waren er stil van. Anna (10) vond het wel heel bijzonder. Feven (11) die de korte herdenking voor het eerst meemaakte, was zichtbaar onder de indruk. ‘Nu weet ik wat er voor ergs is gebeurd.’