Praten over toekomst Dwingelderveld: 'Slechte heide komt niet alleen door stikstof, het ligt ook aan de beheerders'

Om over de toekomst van het nationaal park Dwingelderveld te praten, moeten lessen worden getrokken uit het verleden. ,,Het ligt echt niet alleen aan de boeren, ook aan de beheerders.’’

Jan Arends (87) uit Dwingeloo, gepensioneerd voorlichter/beleidsmedewerker van het ministerie van landbouw, bodemkundige, vogelbeschermer, voormalig lid van de projectgroep Dwingelderveld, IVN-natuurgids en bovenal natuurvorser, is al 65 jaar met grote regelmaat te vinden in het bos en op de heide. Op de fiets en lopend. En niet altijd op de paden.

‘Het machinaal plaggen van de heide noem ik schrapen’

Hij volgt de ontwikkelingen en veranderingen in het Dwingelderveld op de voet. Ziet ook dat op bepaalde delen het pijpenstrootje de heide overwoekert. ,,Tegenwoordig wordt de heide machinaal geplagd. Nou, ik noem het schrapen. De laag met begroeiing wordt onvoldoende verwijderd, waardoor grassen snel terugkomen. Vroeger staken boeren handmatig veel dikkere lagen af. Die plaggen, toen ook wel zudden genoemd, gingen mee naar huis en dienden als brandstof of als strooisel in de potstal. Toen was de heide mooi en gaaf. Nu heeft het plaggen nauwelijks effect, zeggen beheerders. Logisch, want ze doen het niet goed. Wat ze over het algemeen doen, is een beetje tuinieren.’’

Het afbranden van de heide om het pijpenstrootje onder de duim te houden is een riskante onderneming, want gaat ook ten koste van flora en fauna, die wél welkom zijn, zei Ruud Kreetz van Natuurmonumenten zaterdag in deze krant. Arends: ,,Als het in februari had gevroren en de wind stond goed, gingen boeren naar het veld. Zorgvuldig werd een strook heide uitgekozen en daar ging een lucifer in. Geen grote gebieden in één keer, maar strook voor strook. Gecontroleerd. De heide kreeg weer de ruimte en er bleven voldoende insecten over.’’

‘Hoge waterstand werkt pijpenstrootje in de hand’

Ook bepaalde beheersmaatregelen spelen het pijpenstrootje in de kaart, zoals het verhogen van de grondwaterstand, stelt Arends. ,,Waar vind je de mooiste heide? Op de hooggelegen delen. Pijpenstro is een grasachtige en dus gebaat bij water.’’

Met hand en tand verzette Arends zich vergeefs tegen het afgraven van de verrijkte grond in het Noordenveld, de voormalige landbouwenclave in het nationaal park. ,,Toen daar nog boeren actief waren, zaten er volop grutto’s, kieviten, tureluurs, scholeksters, wulpen, kemphanen, patrijzen enzovoort. Nu het is afgegraven, is het reliëf verdwenen. En daarmee ook al deze weidevogels.’’

‘Ontwikkelingen in landbouw hebben natuur ook geen goed gedaan’

Arends wil naar eigen zeggen niet schoppen: ,,Ontwikkelingen in de landbouw, zoals ruilverkaveling, schaalvergroting en mechanisatie, hebben de natuur ook geen goed gedaan. Maar megastallen met kippen en varkens, die veel ammoniak uitstoten, zijn er gewoon niet in de buurt van het Dwingelderveld. En het aantal koeien is de afgelopen 50 jaar in dit gebied met ongeveer 3000 stuks afgenomen.’’

Eerst was er de zure regen, toen speelde fosfaat de natuur parten en nu is het stikstof. ,,Wat is het over 20 jaar?’’ Arends weet nog wel een paar ‘vijanden’: ,,In natuurgebieden zijn vossen beschermd. Hazen en konijnen zijn er daardoor niet meer. En alle grondbroeders zijn zo’n beetje opgeruimd door de vos. Maar ook door de das, ooievaars en de vele roofvogels. Deze rovers waren vroeger een bijzonderheid, nu zijn ze er in groten getale. En ze moeten allemaal eten.’’