Frisgroen
Door Ingeborg Swart

Gevallen bomen

Kennen jullie het fictieve hondje Idéfix? Dat is het trouwe viervoetertje uit de stripboeken van Asterix en Obelix.

Bij mijn ouders thuis waren die strips zeer gewaardeerd vermaak, en veel van de karakters komen ook nu nog vaak in mijn gedachten voorbij. Idéfix nog het meest van allemaal. Dat hondje had namelijk een grote liefde voor bomen. In het bos rond hun dorpje vermaakte hij zich perfect, maar zodra een boom was omgewaaid, of erger nog, gekapt, begon hij hartstochtelijk te janken. (Ik zou liever zeggen huilen, maar dat voelt toch niet correct bij een hond.)

Nou goed, waarom ik er over begin: mijn paard en ik voelen ons ook af en toe een beetje zo. Bij elke platliggende boom moet ik toch even slikken om de vergane glorie. Silver blijft ook meestal even verdwaasd staan, waarna ze er luid snuivend met een boogje voorbij loopt, bomen horen immers rechtop te staan! Laatst reden we door het bos, waar naast de omgewaaide bomen van een storm, ook stapels bewust gezaagde bomen lagen. Achter een van die stapels was, niet geheel vreemd gezien de hoeveelheid stammen, een grote kaalslag te zien. Dat blijft lastig. Natuurlijk weet ik dat bomen kunnen omwaaien, dat ze soms gekapt moeten voor de veiligheid, dat bos af en toe verjongd moet om het ecosysteem gezond te houden. Maar op het moment zelf oogt het gewoon wel triest, zo’n woestenij.

Ik troost mezelf op zulke momenten maar met de gedachte dat bosbeheer in Nederland flink gereguleerd is. Als een natuurbeheerder ergens bomen kapt, moet hij die in principe elders compenseren door evenveel nieuwe te planten. Of hij moet een heel goede, gefundeerde reden hebben waarom het voor de natuur nodig is dat er een paar bomen verdwijnen. Ik zo’n geval kan ik me er ook nog bij neerleggen. Het zal vast niet altijd goed gaan, maar het is iets om aan vast te houden. En omgewaaide bomen weg van de paden en afgevallen takken, die mogen vaak gewoon blijven liggen. Ze zijn dan misschien niet meer majestueus, maar ze voeden wel de grond voor hun jonge opvolgers.

Ik had overigens verwacht dat er wel een woord zou bestaan voor het gevoel van triestheid bij het zien van een omgevallen boom. Een van de vele talen op de wereld zou daar toch wel een term voor hebben? Ik kon het helaas niet uitvinden. Het zal vast bestaan, maar ik kan het niet met jullie delen. In plaats daarvan kwam ik op mijn zoektocht wel een paar andere mooie woorden tegen. Niet allemaal natuur-gerelateerd, wel leuk om te kennen. Welke betekenis hoort waarbij?

  1. Gökotta (Zweeds)
  2. Tartle (Schots)
  3. Age-otori (Japans)
  4. L’esprit de l’escalier (Frans)
  5. Iktsuarpok (Inuit)
  6. Yūgen (Japans)

 

  1. Het ongemakkelijke moment van aarzeling als je iemands naam niet meer weet
  2. Het gevoel dat het hele universum een mysterieus, ontastbaar maar echte schoonheid heeft
  3. Er slechter uitzien ná een bezoek aan de kapper
  4. Vroeg opstaan speciaal om buiten de vogels te horen zingen
  5. Onrustig en verwachtingsvol zijn voor verwacht bezoek, zodat je steeds uit het raam kijkt
  6. Een gevatte opmerking die we net te laat bedenken, bijvoorbeeld op het trapje voor het huis

 

 

Antwoorden: 1d; 2a; 3c; 4f; 5e; 6b