Participatiewet niet mislukt in Dalfsen

Dalfsen - De invoering van de participatiewet, bedoeld om mensen met weinig kans op de arbeidsmarkt te helpen aan een betaalde baan, is volgens een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau mislukt. Geldt dat ook voor de gemeente Dalfsen?

Wethouder Ruud van Leeuwen, geconfronteerd met deze stelling reageert: „Ik herken me helemaal niet in deze bewoording van mislukt. Op dit moment is het aantal personen dat onder de noemer van de participatiewet valt vrij constant. Het is en blijft rond de 250 personen schommelen. Er gaan er af en er komen weer nieuwen bij.” Volgens Van Leeuwen is er grote vooruitgang geboekt als de situatie wordt vergeleken met 2015, toen stond de teller op 900 personen.

Tijdens de begrotingsbehandeling deelde hij mee, dat er in vorig jaar 102 inwoners waren uitgestroomd naar een werkplek of aan een studie waren geholpen. In de eerste helft van 2019 waren dat er 49.

Hij noemde verder dat dit gemiddeld een besparing per uitkering van 15.000 euro per jaar is. Voor de eerste helft van 2019 betekende dat 735.000 euro en voor 2018 1.530.000 euro. Van Leeuwen wil binnenkort de gemeenteraad verder informeren over de kosten van dit resultaat. “Ik wil weten wat er precies gebeurt, wat het oplevert en wat het kost.”

Maar voegt hij er direct aan toe. “Onze bedoeling is wel om mensen een zinvol leven te laten leven en het mooist is dat met een betaalde baan, met eigenwaarde en door deel te nemen aan de samenleving.”

Er is ook een groep die aangewezen is op een sociale werkplek. „Dat is een gegeven en die groep wordt ook door ons gezien.”

Zijn naaste medewerkster en adviseur werkgeversdienstverlening Regio Zwolle Barbara Lammertink stelt: “Het is onze droom om mensen klaar te stomen voor een reguliere baan.” Als ervaringsdeskundige stelt ze, sprekend over de 250 cliënten: 50% heeft 2 jaar of langer nodig om werk te krijgen; 35% heeft 2 jaar nodig en voor 15% kan het sneller.

Ze legt uit hoe dat in Dalfsen gaat. We gebruiken de participatieladder. Deze loopt van 1 tot 6. De deelnemers lopen de gehele ladder door als dat noodzakelijk is. Onderdelen kunnen zijn dagbesteding, werkstage, en gesubsidieerd werk. Voor ieder plek op de ladder zoeken we een invulling, maar het uiteindelijk doel is betaald werk, de laatste trede.

„Dit is niet in alle gevallen mogelijk”, zegt Van Leeuwen, sprekend over statushouders die hier komen met een oorlogstrauma.

Staatssecretaris Tamara van Ark wil meer druk uitoefenen door een tegenprestatie van de deelnemers te vragen. Van Leeuwen staat hier niet negatief tegenover maar wil wel onderstrepen dat dit wel moet aansluiten bij de mogelijkheden en belevingswereld van de mensen. Het moet passend werk zijn. Veel mensen uit deze groep doen al vrijwilligerswerk.

Ook wordt de taaleis door de staatssecretaris genoemd. Van Leeuwen: „Het onderdeel taal komt vanaf 2021 weer op het bordje van de gemeente te liggen.” Hij denkt dat dit een verbetering is.

Over de medewerking van het Dalfser bedrijfsleven om mensen in dienst te nemen heeft de gemeente geen klagen. Barbara Lammertink: „Het bedrijfsleven heeft haar doelstellingen wel gehaald maar de overheid niet. Gelukkig maakt Dalfsen daar een uitzondering op.”

Van Leeuwen noemt het niet slim dat de overheid de toegang tot de sociale werkplaatsen heeft gestopt. Lammertink, die zowel lokaal als regionaal actief om werkgevers te ondersteunen vult hem aan: „Vergeet alle regelingen niet die voor een werkgever niet meer te overzien zijn.” Zij wil met name daar met haar collega’s de helpende hand bieden.