Natuur om de hoek
Door Paul Mentink

Koolmees

​Misschien is de koolmees wel de meest toegankelijke vogel van ons land. Met z’n allen zorgen we best wel goed voor hem.

We hangen overal nestkastjes op en in de winterperiode zorgen we massaal voor allerlei vogelvoer, zoals pinda’s, zaden en de tegenwoordig zeer populaire potten met pindakaas. Waar de koolmees het voorheen moeilijk had in de winter, komt hij met al dat extra voedsel glansrijk de winter door.

Niet alleen in Nederland verwent men deze vogel, in andere landen is het vaak niet anders. Engeland loopt daarin zelfs voorop. Tot zover geen bijzonderheden. Echter, op de website van Nature Today stond een opmerkelijk bericht over de koolmees. Uit een genetisch onderzoek van het Nederlands Instituut voor Ecologie, Wageningen Universiteit en vier Britse universiteiten blijkt dat er een verschil is ontstaan tussen koolmezen uit Engeland en bijvoorbeeld Nederland. Hoewel het een miniem verschil is, heeft het wel met evolutie te maken.

Bij evolutie denkt men al gauw aan een proces dat zich over een zeer lange periode strekt, soms wel duizenden jaren. Verder is het een proces dat van natuurlijke aard is, met andere woorden de mens komt er niet aan te pas. Uit dat genetisch onderzoek aan koolmezen kwam naar voren dat het evolutionair proces in een korte periode heeft plaatsgevonden en onder invloed van de mens is ontstaan.

Het verschil bleek de snavellengte van koolmezen. Die was in Engeland significant langer dan die van koolmezen in Nederland. De onderzoekers zijn daar op ingedoken en kwamen tot de conclusie dat het te maken heeft met de wijze waarop de Engelse bevolking de vogels in hun tuinen de afgelopen decennia hebben gevoerd.

Het onderscheid tussen Engeland en Nederland is dat de Engelsen veel langer hun tuinvogels verwennen. In dat land doen ze dat al meer dan een eeuw. Verder is het aantal tuinen waarin ze bijvoeren vele malen hoger dan in Nederland. Kortom, de Engelse koolmezen hebben veel langer baat gehad van het bijvoeren. Uit het onderzoek bleek dat koolmezen met een iets langere snavel makkelijker bij het voedsel konden komen. Hun nakomelingen waren daardoor in het voordeel in vergelijking met nakomelingen van koolmezen met kortere snavels. Bedenk hierbij dat men in Engeland veel gebruik maakt van zogenaamde voedersilo’s. Die hebben een zodanige opening, dat slechts één vogel bij het voer kan komen. Dat verklaart waarom langere snavels voordeel hebben.

De grotere lengte betreft slechts een kleine millimeter. Niet veel, maar wel meetbaar. Voor het onderzoek zijn bij vele duizenden koolmezen de lengte van de snavel gemeten, waaronder ook bij museumexemplaren. De lengte van de snavel bleek trouwens vast te liggen op dezelfde genen als die voor de vorm van de snavels van Darwinvinken.

paul@paulmentink.nl


MEER LEZEN?
Mis niets van het nieuws uit Meppel en omgeving!