Mest moet niet rotten, maar rijpen

Nieuwleusen - „We moeten terug naar de oorsprong, de basis.” Dit is volgens Ger Kappert de belangrijkste boodschap om het mestprobleem en de gevolgen daarvan in de melkveehouderij aan te pakken.

Samen met zijn compagnon Jasper ten Berge probeert hij boeren enthousiast te maken voor de aanpak van hun bedrijf, die de naam ‘Bij de Oorsprong’ heeft. „Door steeds meer welvaartsontwikkeling is de hebzucht van de mens toegenomen. Het motto is ‘meer en meer’ en de mensheid komt steeds verder van de basis af.” Met weemoed denkt hij terug aan de jaren van de oude grupstal, waar de koolstof-stikstof verhouding van de mest goed was, met een verhouding van 20:1. „De ideale mest voor de bodem.”

Nu gaat de poep en de urine van de koe in een mestkelder en ontstaat er urease door de menging van de twee. Hierdoor ontstaat er een rottingsklimaat. Het ammoniakale deel van de stikstof vervluchtigt en er ontstaat ammoniak. Dat levert veel stank op en heeft verder bij het uitrijden van deze rottende mest op de akkers een negatieve invloed op de bodembiologie.

Om alles duidelijk te maken citeert hij een uitspraak van een professor: „als poep en urine bij elkaar hoorde, dan had de natuur bij de koe wel voor één uitgang gezorgd.” Kern is: het rottingsproces moet worden omgezet in een rijpingsproces.

Kappert is meer dan tien jaar geleden tot het inzicht gekomen dat het anders moet. Na de verkoop van zijn confectiebedrijf kwam hij in een crisis terecht en ging door een diep dal. Het waren voor hem zware en zwarte tijden maar het leverde wel een andere kijk op de wereld op. Zijn motto werd „verbeter de wereld en begin bij jezelf.”

Hij ging zich verdiepen in de kwaliteit van het drinkwater en de voeding. Hij doceert: „Als autodidact heb ik mijn kennis over de wereld van de effectieve micro organismen uitgebreid. Dit zijn bacteriën en ze werken volgens het dominantie principe. Van alle bacteriën op de wereld is 5-7 % ziekmakend en 5-7% is gezond makend. De rest, ruim 86%, zijn meelopers en ondersteunen de werking van de groep die in de meerderheid is.”

Oermest-microben

In Beieren en Oostenrijk kwam hij in aanraking met een andere en betere manier van omgaan met de mestproblematiek. Deze manier wordt nu ook door zijn bedrijf wordt gebruikt. De aanpak bestaat uit het toevoegen van oermest-microben, een vloeibare stof in combinatie met karbosave, een koolstof dat wordt gemaakt via een speciale techniek (pyrolyse) van verbrand hout.

„Op dit moment zijn er 40 melkveebedrijven die onze mestbehandelingsmethode gebruiken. De methode levert minder uitstoot van ammoniak op én meer gebonden stikstof in de mest. De toevoeging van deze middelen doen we bij de opstart samen met de boer.”

De middelen haalt Kappert uit Duitsland. Daar wordt het al meer ingezet. “In ons land overheerst de gedachte ‘meten is weten’. Daarom verzamelen wij nu bewijs in de praktijk.”

Dit jaar is dankzij een provinciale subsidie een onderzoek gestart naar de ammoniakuitstoot bij een gangbaar varkensbedrijf waar ‘real-time amoniakmeting’ plaatsvindt. Daar zijn 5 afdelingen mét behandeling en 5 zonder behandeling. Voor de rest is alles identiek. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Tauw, een advies-en ingenieursbureau uit Deventer.

„Voor volgend jaar hopen we op een provinciale bijdrage om ons visieplan voor het melkveebedrijf te kunnen uitwerken met als meet-hoofdpunten: het stalklimaat, de mest, de gezondheid van de koe en het rantsoen van de koe. De doelstelling is om met specialisten antwoorden te vinden op deze items en de bedrijfstak te kunnen helpen.”

Voor de agrariërs die meedoen aan de ‘Bij de Oorsprong’-aanpak betekent dit: drie euro onkosten voor iedere kubieke meter mest. Een koe levert circa 26 kuub per jaar.

Na drie jaar is kunstmest aanbrengen niet meer nodig, volgens Kappert. Dat is het verdienmodel voor de agrariër. Daarnaast wordt er een gezondere bodembiologie bereikt, is de stankoverlast teruggedrongen en de ammoniakuitstoot verminderd.

Door Rieks Folkerts