‘Den Haag moet naar Staphorst kijken’

Staphorst - De gemeente Den Haag zou naar Staphorst moeten kijken als het gaat om de jaarwisseling. Door samen de schouders eronder te zetten en de verbinding te zoeken, behoren rellen al jaren tot het verleden.

Dat vindt Evert Slager uit Staphorst, grondlegger van Stichting Staphorst. Deze week schreef hij op Facebook een brief aan burgemeester Remkes van Den Haag. De vreugdevuren in Scheveningen worden verboden na de bijna-ramp van vorig jaar, maar op die manier gooi je wel het kind met het badwater weg, vindt Slager.

„Dat het anders moet na de toestanden van vorig jaar is duidelijk en dat vindt ook iedereen, maar om zomaar een jarenlange traditie op deze manier de nek om te draaien, lijkt me niet verstandig. Sterker nog, de gevolgen zijn inmiddels al pijnlijk duidelijk”, schrijft Slager. Hij vindt dat de gemeente Den Haag moet doen wat er ook in Staphorst gebeurde: in gesprek gaan met jongeren en samen een oplossing verzinnen. „Zo moeilijk is het allemaal niet.”

Gezond verstand

„Burgemeester Remkes, dit had iedereen met een gezond boerenverstand kunnen bedenken en kunnen zien aankomen. Daar hoef je geen universitaire opleiding voor te hebben gevolgd. In Staphorst hadden we in 1996 een vergelijkbare situatie, een vergelijkbare burgemeester die dacht het wel even met een streng wijzend vingertje op te kunnen lossen en de jeugd op zijn eigen manier - en met veel politie-inzet - vanuit zijn bestuurskamer terecht te kunnen wijzen voor, tijdens en na de jaarwisseling. In Staphorst hebben we de burgemeester destijds gelukkig kunnen overtuigen om niet zo’n beginnersfout te maken zoals nu het geval is binnen uw gemeente.”

Deze Staphorster variant om de jaarwisseling in goede banen te leiden is breed uitgemeten in de media. Sterker nog, er kwamen verschillende ministers op bezoek, omdat ze kennis wilden nemen van de Staphorster aanpak. De Politieacademie nam de Staphorster variant zelfs in haar lesstof op.

Sinds 1996/’97 verloopt de jaarwisseling in Staphorst zonder noemenswaardige incidenten. „Hoe kan het dat er, nadat er ruim twintig jaar geleden in een dorp met ruim 16.000 inwoners een panklare oplossing is bedacht, nu in Den Haag zo’n beginnersfout wordt gemaakt?”, vraagt Slager zich af.

Telefoontje

„Stichting Oud en Nieuw Staphorst bestaat nog steeds, het telefoonnummer is zo op te zoeken Eén telefoontje met één van de huidige bestuursleden had in uw geval veel onnodige schade en politieinzet kunnen voorkomen, en wat misschien nog wel belangrijker is: kunnen zorgen voor een rustige en veilige komende jaarwisseling binnen uw gemeente.”

In de jaren negentig was Staphorst het Den Haag van Overijssel. Tijdens de jaarwisseling waren er altijd rellen en na oud en nieuw leek het dorp op Stalingrad. Dat moest anders. 23 Jaar geleden begon Stichting Oud en Nieuw met het organiseren van een feest in een grote tent op het evenemententerrein. Het doel: de jeugd van straat halen. Het feest lag en ligt buitengewoon gevoelig binnen het behoudende deel van de gemeenschap, maar werkt. Minder vernielingen en een gezellige sfeer. „Het feest is een middel en geen doel op zich.”

Staphorster Evert Slager was samen met Henk Bloemert de initiatiefnemer van de stichting en het feest. Hij bedacht ook de aanwezigheid van stewards die sinds een jaar of elf in Staphorst rondlopen. Het zijn bekende mannen en vrouwen uit de gemeenschap die een oogje in het zeil houden.

Moraal van het verhaal: „Geef de jeugd verantwoordelijkheid, ga samen om tafel om een oplossing te verzinnen en stap over je bestuurlijke ego heen. Het werkt in Staphorst. Dan werkt het ook in Den Haag.”

Evert Slager zit nog altijd in het bestuur van Stichting Oud en Nieuw, maar hij staat niet meer in de frontlinie. „Ik adviseer nog wat.”