Kapper Blok gaat vissen en schieten

Nieuwleusen - Kapper voor de man, Marinus Blok (66) stopt met zijn werkzaamheden in zijn herenkapsalon aan de Van Dedemstraat. Hij gaat met pensioen.

Wie in Nieuwleusen Blok zegt krijgt als reactie ‘kapper’ te horen. Dat hij kapper is geworden was direct al na zijn geboorte uitgemaakt: zijn opa en vader gingen hem voor. Opa Blok startte in 1932 als kapper in Nieuwleusen.

Marinus Blok vertelt over zijn jeugdjaren: „Een ding stond voor mij vast: ik word kapper of het voor dames of heren was, dat wist ik niet maar kapper worden wel. Ik ben besmet met het kappersvirus.”

Als jongen was hij al vaak in de herensalon van opa te vinden en mocht kleine klusjes doen. Na het behalen van zijn Mulo diploma in 1969 volgde hij de opleiding aan de kappersacademie in Rotterdam. De 16 jarige Marinus ging op kamers wonen aan de Oostzeedijk. De 1-jarige opleiding was opgebouwd uit vier klassen van steeds drie maanden: overdag dames en ‘s avonds heren knippen.

„Tijdens mijn studie hielp ik opa op de zaterdagen. De langharige jongeren uit het dorp, waar hij zelf ook deel van uitmaakte, vroegen wanneer Marinus weer aanwezig was. Ze wilden door mij geknipt worden.”

Na de opleiding was hij bevoegd kapper, maar deed als stage of medewerker bij verschillende kappers ervaring op. De keuze voor de dames- of de herenafdeling heeft hij nooit echt moeten maken. De medewerker van opa stopte en Marinus nam de zaak over op 21-jarige leeftijd.

Alle papieren had hij nog niet in bezit voor een kappersvestiging maar hij kreeg ontheffing van de Kamer van Koophandel en haalde vervolgens de vereiste documenten.

Het bijhouden van het vak en de trends deed hij door zich aan te sluiten bij de ‘technische club’, zoals hij het noemt. Daar waren de nieuwste toepassingen bekend en werd geoefend. Het was een soort kapperscollectief in Zwolle.

In de kapsalon is altijd tijd en ruimte voor een goed gesprek. De meest gangbare onderwerpen zijn sport met name voetbal, maar ook nieuwtjes en de gemeente politiek ontbreken niet.

Marinus Blok herinnert zich een bijzonder gesprek tussen wachtende klanten. „Op een morgen als er 4 à 5 wachtenden zijn, komt de toenmalige burgemeester binnen. Die neemt plaats en zet zich aan het lezen van een plaatselijk krant. Een van de wachtenden vertelt en geeft zijn kritische mening over de gemeente en de bestuurders, niet wetende wie de krantenlezer is, die zich ook meer en meer in de krant probeert te verdiepen en zich er achter probeert te verstoppen. De andere bezoekers voeden de criticaster, zodat die er nog een schepje boven op doet. Later op de dag word ik gebeld door de eerste burger met de vraag wie die gast was”, vertelt Blok. „Beide heren kregen een uitnodiging voor een verhelderd gesprek.”

Niet alle gesprekken verlopen gemakkelijk of tot tevredenheid. Marinus Blok: „Het was een tijd van mooie, maar soms ook minder mooie momenten. Soms vertelt een klant je over zijn ziekte of hoor je dat hij overleden is. Dat grijp je dan echt aan.”

Over de toekomst van het kappersvak is hij duidelijk. „Dat blijft altijd bestaan.” Wel constateert hij een toename van de thuiskappers.

Over zijn eigen toekomst stelt hij dat twee zaken straks meer aandacht krijgen: het vissen en het schieten. Hij is secretaris van de hengelsportvereniging De Voorn en schutter bij de plaatselijke schietsportvereniging, waar hij hard werkt aan zijn come back naar de hoofdklasse.

Er is voor zijn bedrijf geen overname kandidaat.

Rieks Folkerts