Landsadvocaat: 'Geen afspraken tussen OM en drugscrimineel uit Meppel'

De veroordeelde drugscrimineel Ivo J. is niet door het Openbaar Ministerie (OM) ingezet als dealgetuige in de strafzaak Maggiora, die draaide om een drugsbende uit Meppel. Ook is er geen bewijs dat het OM de Meppeler heeft toegezegd dat hij na een veroordeling niet meer de cel in hoefde.

Dat zei landsadvocaat Cécile Bitter vrijdag in de rechtbank in Den Haag namens de Staat. Ivo J. (30) uit Meppel had de Staat voor rechter gedaagd, nu hij op 8 januari 2020 de cel in dreigt te gaan voor het uitzitten van zijn straf voor betrokkenheid bij de drugsbende. Hij werd in 2017 veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. Daarvan zat hij een deel al in voorarrest uit. Hij heeft nog ruim tien maanden te gaan.

‘Met een kluitje in het riet gestuurd’

Volgens de veroordeelde drugscrimineel heeft hij in de drugszaak Maggiora veertig verklaringen afgelegd en ook in het geheim over andere misdrijven verklaard, omdat het Openbaar Ministerie hem beloftes heeft gedaan. Na zijn arrestatie in het najaar van 2015 zou zaaksofficier Henk Mous hebben beloofd hem te matsen met de strafeis als hij meewerkte.Landelijk officier Getuigenbescherming Frits van Straelen zegde volgens J. later toe dat hij niet meer de cel in zou hoeven als hij door de rechtbank in Assen zou worden veroordeeld. ,,Mijn client is tijdens het onderzoek bejegend als een dealgetuige. maar wordt nu met kluitje in het riet gestuurd. Hij wordt bedankt voor de bewezen diensten en kan gaan zitten”, aldus J.’s advocaat Bert Kortz.

‘Ook dealgetuigen moeten zitten’

Landsadvocaat Cécile Bitter reageerde namens het OM dat wel met J. is onderhandeld over een deal over de geheime verklaringen, los van het Maggiora-onderzoek, maar dat die er nooit gekomen is. Het OM vond ze niet bruikbaar, aldus Bitter. Ze benadrukte dat er geen afspraken op papier staan. ,,En zelfs als hij wel zou moeten worden gezien als een dealgetuige, wil dat niet zeggen dat hij geen straf hoeft uit te zitten. Ook deal- of kroongetuigen moeten hun straf ondergaan als ze worden veroordeeld.”Volgens Kortz wijst de lage strafeis die het OM destijds op tafel legde - 3,5 jaar cel terwijl J. de rechterhand van de bendeleider was - ook op afspraken met justitie. Bitter: ,,Maar daar komt die eis niet uit voort. Die kwam er vanwege zijn medewerking aan de zaak en de nadelige gevolgen voor hem. Vanwege zijn veiligheid zat hij lange tijd geïsoleerd in de gevangenis en moest hij daarna onderduiken.”

Straf in twee delen

Korts stelt dat uit mailwisselingen tussen J. en de twee officieren blijkt dat er wel degelijk een deal was, maar Bitter spreekt dat tegen. De landsadvocaat haalde verschillende app-gesprekken van J. en Van Straelen aan van na de strafzaak. De Meppeler, die inmiddels in hoger beroep was gegaan, appte de officier in 2018 dat hij dat beroep zou intrekken als hij zijn straf in twee delen zou mogen uitzitten: één deel in 2020 en één deel in 2021.Bitter: ,,Die afspraak is op papier gezet en kort daarop is het hoger beroep ingetrokken. Nergens blijkt uit dat J. uitging van een eerdere toezegging dat hij zijn straf helemaal niet hoefde uit te zitten.” Volgens haar kan het OM zulke dingen ook niet beloven. ,,De Staat is verplicht straffen die de rechtbank oplegt uit te voeren. Het is niet aan het OM om dat niet te doen.”Op de vraag van de rechter waarom J. zijn hoger beroep niet heeft doorgezet als hij zich zo slecht behandeld voelde door het OM, zei de Meppeler dat zijn toenmalige advocaten hem dat adviseerden. ,,Ik heb er heel veel spijt van.”Op 23 december doet de rechter in Den Haag uitspraak.