Huisartsen tekenen voor blijvende ondersteuning jeugd

Huisartsen uit de gemeente Meppel hebben woensdag, samen met wethouder Henk ten Hulscher, de overeenkomst praktijkondersteuners huisartsen (poh) jeugd 2020 en volgende jaren getekend.

Dat betekent dat zij zich inzetten voor een sterke voorziening waar kinderen, jongeren en opvoeders met hun vragen terechtkunnen. Waar ze vragen kunnen stellen en een passend antwoord krijgen, zodat ze zelf weer verder kunnen, of waar intensievere hulp wordt bijgeschakeld als dat nodig is.

Een voorbeeld van zo’n voorziening zijn de praktijkondersteuners van de huisartsen. De praktijkondersteuners dragen bij aan de continuïteit van de zorg en de verbinding van de keten van organisaties en instellingen. Huisarts Diever uit Meppel: „Het is essentieel om de resultaten van de zorg duurzaam te maken. Het vereist dat de jeugdzorg niet alleen specialistische hulp biedt, maar ook meedoet aan de versterking van de basis, terugvalpreventie en eerstelijnsondersteuning. Het opbouwen van een lerende werkwijze om kennis en de toepassing ervan te blijven verbeteren, is daarbij een voorwaarde.”

Huisarts Nijstad-Moes uit Nijeveen vult aan: „De vraagstukken en problemen die nu bij de poh-jeugd terecht komen zijn voor ons als huisartsen niet nieuw. Eerder kregen we ze ook, maar probeerden we dit zelf op te lossen of we moesten verwijzen naar specialistische jeugdzorg. Met de komst van de poh-jeugd in onze huisartsenpraktijk kunnen we deze hulp nu in onze eigen praktijk laagdrempelig en licht aanbieden. De poh-jeugd heeft meer tijd om met de ouders en kinderen in gesprek te gaan en ontlast op deze manier ook de huisarts.Voor ouders en kinderen is dit ook veel prettiger. De meeste vragen en problemen blijken met enkele gesprekken of adviezen te beantwoorden en of op te lossen. Waar nodig wordt er in overleg met de huisarts gericht doorverwezen. We zijn dan ook erg blij met de poh-jeugd in onze praktijk.”

Versterking

Deze sterke eerste lijn vermindert het aantal verwijzingen naar intensieve jeugdzorg en het speciaal onderwijs. Zo zijn kinderopvang, school en huisarts niet de ‘vindplaats’ voor jeugdzorg, maar de werkplaats. Jeugdzorg vergroot eerst het eigen probleemoplossend vermogen van kinderen, jongeren, opvoeders en beroepsopvoeders. Het gaat eerder om hulp ‘bijschakelen’ dan om ‘verwijzen’.

Wethouder Ten Hulscher: „En last but not least is de samenleving aan zet. Hoe bouwen we aan sterke gezinnen en stabiele relaties tussen ouders? Want vechtscheidingen brengen te veel kinderen in problemen. Hoe ver willen wij gaan in ons streven naar het perfecte kind? Hoe verschillend mogen kinderen zijn? Niet iedere hulpvraag moet gemedicaliseerd worden, de vraag ‘wat heeft dit kind nodig om te groeien’ zou leidend moeten zijn. Met de aandacht, warmte en veiligheid van het gezin of de omgeving is een kind het meest geholpen. De beste jeugdhulp krijg je meestal thuis.”