Hoogste motorrijbewijsdichtheid: De Wolden 'echte' Motorcity van het Noorden

Assen heeft de TT, maar zijn dorpen als Ruinen en De Wijk niet de echte Drentse motorcity’s? De Wolden heeft in elk geval bijna de hoogste motorrijbewijsdichtheid van Nederland.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hebben in De Wolden 178 van de duizend inwoners een motorrijbewijs. Daarmee staat de gemeente na het Overijsselse Dalfsen en het Gelderse Bronckhorst landelijk nipt op de derde plaats.

Wat maakt dat veel Woldenaren zich voelen aangetrokken tot de ronkende tweewielers? ,,Lijkt me duidelijk, we hebben een geweldige motorclub in het dorp’’, lacht Jan Boverhof, secretaris van motorclub De Antrappers in De Wijk.

‘Je hoeft niet ver van huis om hier mooi te toeren’

,,Maar zonder gekheid’’, vervolgt hij, ,,we zitten hier in een fantastische omgeving. Je hoeft niet ver van huis te gaan om mooi te toeren. Daar komt bij dat mensen op het platteland vaak wat meer ruimte hebben bij huis om hun motor te stallen. Die hoeft niet buiten onder een stukje plastic te staan, zoals je in stedelijke gebieden vaak ziet. En de aanwezigheid van de geweldige motorzaak van de firma Gebben zal ook zeker een rol spelen.’’

Boverhof weet nog wel een reden: motorrijders die in een tweede jeugd komen. ,,Het Drentse platteland, en dus ook onze gemeente, is erg in trek bij gepensioneerden van elders. Zij komen hier Drenthenieren. Die mensen hebben ooit hun motorrijbewijs gehaald, hebben meer tijd voor hobby’s en pakken het motorrijden zodoende weer op.’’

Die constatering strookt met de bevindingen van het CBS. De leeftijdscategorie, die het rijkst is bedeeld met een motorrijbewijs, is de 50-plusser. ,,De hypotheek afgelost, wat centen in de portemonnee en dan komt er weer een motor’’, ziet ook Barend Martens, voorzitter van MC’80 in Ruinen, om zich heen gebeuren.

Met activiteiten en evenementen proberen beide motorclubs motorminnend De Wolden aan zich te binden. Daar hoort voor de clubs ook het organiseren van een jaarlijkse off the roadrit bij: 8 maart in Ruinen en 15 maart in De Wijk. ,,Daar komen duizenden mensen op af. Uit heel Nederland. Leden van onze club doen ook mee. Vooral de jonkies rijden graag door de modder’’, weet Martens.

‘Dan gaan we met 25, 30 man een paar dagen op pad’

Beide clubs organiseren jaarlijks (lange) weekenden naar heuvelachtige (en dus bochtige) streken in bijvoorbeeld Zuid-Limburg, het Sauerland, de Eiffel en de Ardennen. Boverhof: ,,Dan gaan we met een groep van 25, 30 man een paar dagen op pad. Heel gezellig. In de zomermaanden maken we elke dinsdagavond een rit. Vertrek stipt om zeven uur. Wie te laat is, heeft pech. En samen met motorclubs in Balkbrug, Ommen en Hardenberg organiseren we onze jaarlijkse vierdaagse, waarvan het inschrijfgeld naar de Stichting ALS gaat.’’

Zien rijden doet rijden, stelt Boverhof. Maar ook als motorrijders niet rijden en gewoon bij elkaar zitten, hebben ze altijd iets om over te praten: de motor. ,,Dat matcht altijd’’, lacht Martens.