Het moderne leven
Door Misja Boonzaayer

Dus…. sonos

Mijn kinderen maken geluid. Nogal veel. En nogal vaak. Eigenlijk bedoel ik continu. En ja, ik weet natuurlijk ook wel dat álle kinderen geluid maken.

En dat mijn kinderen daarin geen uitzondering zijn. Heus wel. En dat alle kinderen ook harde geluiden maken, en veel geluiden. Weet ik ook. Toch maken mijn kinderen vaker meer vreemd geluid. 

Nou weet ik ook dat mijn kinderen echt niet de enigen zijn die vreemd geluid maken. Sterker nog: heel veel mensen maken heel vreemd geluid. Zo heb je bijvoorbeeld de woordvervangers. Dat zijn mensen die het geluid nadoen van iets dat voorkomt in hun verhaal. Die zeggen niet dat ze lekker eten, maar ‘nomnomnom’. Of: ‘hmmmm’. En dan zwaaien ze er vaak bij, naast hun oor.

Een theatralere variant erop is het special effect geluid maken. Dan zeg je “pgdpppggggg” als er iets valt, “vroemmmmmmmm” als je door de bocht gaat en “fffftfffftfffft” als je een band oppompt. Of: ‘klik!’ (bij het aanzetten van de tv, het maken van een foto, het aandoen van het licht, enfin, multi-inzetbaar). 

Bovendien is er nog een onderscheid te maken tussen mannengeluiden en vrouwengeluiden. Vrouwengeluiden zijn hoger van toon en klinken langer door. Als ik een avondje ‘vergader’ met de Duckstadse Damesclub en iemand vertrekt, dan springen bijkans de glazen op de toon van het in koor gedag zeggen. Als mannen elkaar gedag zeggen, dan trilt over het algemeen je trommelvlies nog een paar minuten na van de impact van de kortstondige maar ultralage bastoon waaraan het is blootgesteld.

Maar toch is het geluid van mijn kinderen andere koek. Mijn kinderen weten toonsoorten te halen waardoor de tuin ineens vol staat met eenden, honden en verwarde mensen. Nog nooit eerder vertoonde toonsoorten. Bovendien komen deze geluiden kennelijk pas echt goed tot hun recht in een repeterend karakter. Zodat ik echt al mijn zeilen bij moet zetten op het moment dat mijn kinderen (of een groot deel van hen) tongklakkend, handenklappend, ‘prrrrrrrrrrrrrrrrrt’ zingend door het huis hinkelen. Totdat ik met mijn handen op mijn oren vraag of ze alsjeblieft willen ophouden met dat geluid (om dus een ander geluid te gaan maken).

Dat zou theoretisch natuurlijk niet aan mijn kinderen, maar aan mij kunnen liggen. Ik lijd aan een specifieke vorm van geluidsoverlast. Noem het een combinatie van misofonie, hyperacusis en sonosbesitas.  Zou kunnen. Theoretisch. Maar tot ik een ander geluid hoor, houd ik het erop dat het gewoon aan mijn kinderen ligt.