Kiespijn in coronatijd: ieder voor zich en tandarts Yvonne voor ons allen

Kiespijn. Als je het hebt, is niets erger dan dat. Dan bestaat er geen coronavirus. Jouw wereld wordt in hoog tempo kleiner: jij tegen die rottige kies met die niet aflatende pijnscheuten. Steeds vaker, steeds heftiger.

Maar er is wel degelijk wereldwijde corona-ellende. Alles is anders, ook het bezoek aan de tandarts. Geen vriendelijke assistente, die vraagt wat er aan mankeert. Een bandje en de boodschap is duidelijk: alleen spoedgevallen. Geef ze eens ongelijk. De tandarts hangt met zijn of haar gezicht vlak boven jouw wijd opengesperde bakkes, kan behandelingen onmogelijk op anderhalve meter uitvoeren. Maar daar denk je niet aan. Je hebt maar één zorg: die kies, die pijn, weg! Nu!

<b>De gangbare middelen doen he-le-maal niets</b>

Ik ben tot alles bereid, zeker na een nacht met nul slaap. Normaal ben ik niet van de pillen, maar nu slik ik alles. De gangbare middelen paracetamol, ibuprofen en zelfs diclofenac (gevonden ergens achterin de lade met zelfhulpmiddelen en overblijfselen daarvan) doen niets. He-le-maal niets. Bij toeval blijkt dat spoelen met koud water het enige is dat helpt. Maar de verdoving is kort. Eerst een minuut of twee, drie, daarna steeds korter. En ik loop de hele nacht naar de wc. Wat erin gaat, moet er ook weer uit.

In mijn geval stak het probleem een week eerder de kop op. Toen de wereld, in tegenstelling tot het gevoel in mijn mond, nog iets rustiger was. Een afspraak was snel gemaakt, kon dezelfde dag nog terecht. Na enig zoeken werd de boosdoener gevonden: een gaatje op de rand van kies en wortel. Gaat even zeer doen, kreeg ik te horen. Geeft niks, zei ik met hetzelfde enthousiasme als de man die ‘B, B, B’ zei toen hij voor de keuze werd gesteld: een leven lang samen met zijn vrouw of ...

<b>Hallo wereld, ik ben er weer!</b>

De ingreep was kort, de opluchting groot. Boren, vullen en klaar. De mededeling dat het nog wel een paar dagen pijn zou doen, wuifde ik weg. Het voelde het al meteen een stuk beter. Heupwiegend de praktijk uit: Hallo wereld, ik ben er weer! Vogels fluiten, de zon schijnt.

De mededeling over de gevoeligheid in de eerste dagen blijkt te kloppen, maar die neem ik voor lief. De pijn blijft een beetje doorzeuren, maar alles onder controle. Ben erger gewend, dit is kinderspel.

Maar dan, krap een week later, begint het ‘s avonds toch wel wat serieuzer te kriebelen. Bij toeval, gewoon door het drinken van een glas, ontdek in de truc met koud water. Helemaal goed, niets aan het handje. Kan gewoon slapen.

De volgende dag slaat het weer in de namiddag helemaal om. Liters water gaan erin en uit. Het verloop van de daaropvolgende lange, lange nacht is bekend. En hakt er goed in, want het baasje is geen 20 meer.

<b>De verlossende woorden: kom vanmiddag maar langs</b>

Nadat de stem op het bandje mij op het hart heeft gedrukt dat alleen spoedgevallen kunnen worden geholpen, krijg ik een noodnummer. Aan de andere kant van de lijn Yvonne Heimink, mijn tandarts. Redder in nood. Goddank. En ze spreekt de verlossende woorden: Kom vanmiddag om kwart over drie maar langs.

Ik ben niet het enige spoedgeval, maar van gedeelde smart is halve smart is geen sprake. Het is ieder voor zich en Yvonne voor ons allen. Ik verwacht een tandarts en assistente met de looks van een asbestbestrijder, inclusief fles perslucht op de rug. Niets van dat alles, gewoon mondkapje, beschermbril en iets van een chirurgenmutsje. Ze houdt eerst afstand, maar als ik eenmaal op de stoel lig, wendt ze zonder aarzelen haar ogen naar mijn mond. Hulde.

In afwachting van de uitkomst van de röntgenfoto kom ik langzaam maar zeker terug op aarde. Mijn redding is nabij. We mijmeren wat over de toestand in de wereld. ,,Ik mag alleen spoedgevallen doen, maar dat gaat niet goed natuurlijk. Want ja, hoe lang gaat dit duren?’‘ Dat weet niemand, wel dat de gewone tandzorg op deze manier in het honderd loopt. En dat ook besmette mensen spoedgeval kunnen worden. Wat dan?

<b>De kies moet eruit en dat is even slikken</b>

Het oordeel is duidelijk: de nog verse vulling drukt tegen de zenuw in de nauwe wortelhals. De conditie van de kies is zodanig dat een wortelkanaalbehandeling geen tot zeer weinig zin heeft. Hij moet eruit. Even slikken, maar alles beter dan nog meer van dit soort nachten. Weg met dat ding! Aldus geschiedt, soepel en pijnloos. Ook als de verdoving is uitgewerkt.

Met een gaasje tussen de kaken geklemd dank ik mijn redder hartelijk. Moet raar hebben geklonken, maar niet minder gemeend. Dat ze mij, ondanks de risico’s voor haar eigen gezondheid, heeft geholpen, staat haar, de assistente en alle andere mensen in de zorg te prijzen. Dank!

Eenmaal buiten sta ik weer met beide benen in de corona-realiteit. Het gapende gat in mijn kaak zal nog wel even blijven, want dat soort vervolgbehandelingen is niet spoedeisend. Ik ben pijnvrij en zou willen dat dit voor iedereen geldt. Ik denk aan de mensen die op de intensive care samen met artsen en verpleegkundigen vechten voor hun leven. En die het soms niet redden.

Dat is pijn.