Na extreem natte winter lijkt natuur nu al weer gortdroog, ook onderhuids?

De overvloedige regenval van afgelopen winter lijkt na een paar weken droog weer als sneeuw voor de zon verdwenen. De natuur oogt en voelt gortdroog, maar is - zo wordt gezegd - onderhuids nog best nat.

Wie een frisse neus haalt in de natuur, en dat zijn in de huidige coronatijd aanzienlijk meer mensen dan op ‘gewone’ doordeweekse dagen, voelt en hoort het knisperen en knarsen onder de voeten. De bladerendeken op de bodem is kurkdroog. Net als in september, na een lange droge zomer. Maar de afgelopen winter was juist kletsnat.

Natuurbrandrisico elders al opgeschaald naar ‘extra alert’

Op de website natuurbrandrisico is te zien dat in een band van Zeeland, Brabant, Noord-Limburg, Gelderland en Overijssel de droogte in de natuur al is opgeschaald naar fase 2, een samenvoeging van voorheen code oranje en rood: hulpdiensten zijn extra alert. In het Noorden is nog sprake van een ‘regulier risico’, maar het blijft de komende dagen droog en de temperatuur gaat verder omhoog. In het Friese Bakkeveen is vorige week al een kleine natuurbrand geweest.

,,De droge oostenwind met een heel lage luchtvochtigheid heeft inderdaad veel water aan het oppervlak doen verdampen, waardoor de bovenlaag aardig uitdroogt. Als gevolg hiervan zien we in het Drentse her en der ook al weer stofstormen ontstaan’’, laat Natuurmonumenten in een schriftelijke reactie weten. Droogte is volgens de natuurbeheerder tijdens en na een koude winter niet abnormaal, wel opmerkelijk is dat deze omstandigheden zich aan het einde van de natte, warme, herfstachtige winter manifesteren.

‘Natste februari sinds tijden’

Na twee extreem warme en droge zomers daalde de grondwaterstand in rap tempo en kreeg de natuur zware klappen te verduren. Volgens ‘waterboswachter’ Rob van Dongen, een van de drie hydrologen van Staatsbosbeheer, is de waterstand in de ondergrond na de zeer natte winter weer aardig op peil ten opzichte van het zogeheten langjarig gemiddelde. ,,We hebben de natste februari gehad sinds tijden. Op bepaalde hoge plekken, zoals op de Veluwe en Sallandse Heuvelrug, staat het grondwater nog wat laag.’’

Volgens Natuurmonumenten is de Drentse natuur, waar het grondwater zowel onder als boven de aanwezige keileemlaag zit, vooral op de droge kwetsbare zandgronden nog niet overal hersteld van de droge jaren. ,,Die keileemlaag zit niet overal op dezelfde diepte. Met name het diepere grondwater is nog niet overal op het oude peil en dat heeft plaatselijk nog steeds een negatief effect op de natuur.’’

Zonder maatregelen was het nóg droger geweest

In veel Drentse natuurgebieden, zoals het Dwingelderveld en Drents-Friese Wold, is de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in de waterhuishouding. Doel: zoveel mogelijk water vasthouden. Toch lijkt het, zeker voor de leek, of droog of nat. ,,Die inspanningen hebben zeker effect. We houden meer en langer water vast’’, stelt Natuurmonumenten. Met andere woorden: zonder die maatregelen zou het nóg droger zijn geweest.

Het Jan Bakkersgat, een beschut ven op de rand van bos en heide in het Dwingelderveld en daardoor bij reeën een geliefde drinkplaats, stond de afgelopen jaren nagenoeg constant droog. Inmiddels is de plas weer vol. Van Dongen: ,,Dat is een heel goede graadmeter dat het meevalt met de droogte. Vennen vullen zich niet alleen met regenwater, maar vaak ook met grondwater uit de omgeving.’’ Natuurmonumenten: ,,Maar het is wel te hopen dat er de komen maanden voldoende regen valt.’’