Eerder maaien moet blauwgrasland terugbrengen

Wanneperveen Voorbijgangers aan de Veldweg bij Wanneperveen zal het ongetwijfeld opvallen: een deel van het grasland is gemaaid, een deel niet. „Wij willen dit gebied omvormen tot blauwgrasland. Daarvoor is het cruciaal om zo vroeg en zo vaak mogelijk te maaien”, legt Rosalie Martens van Natuurmonumenten uit.

Zij snapt dat het beeld bij voorbijgangers misschien vraagtekens oproept. Normaal gesproken wordt pas in de tweede helft van juni gemaaid. Op dit stuk maakt Natuurmonumenten een uitzondering. „Uiteraard controleren we eerst goed of er geen vogels broeden of geen reekalveren en jonge hazen in het gras verstopt zitten. Bovendien maaien we in twee delen, waardoor er altijd ruimte blijft voor bijvoorbeeld insecten en reeën.”

Natuurmonumenten werkt op een aantal locaties in De Wieden aan het behoud en terugkeer van blauwgrasland. Voor blauwgrasland is schrale grond nodig, waar vroeger veel meer van was. Dat is een steeds zeldzamere type grasland in Nederland met bijzondere flora, waaronder veel soorten veldbloemen zoals parnassia, welriekende nachtorchis, blauwe knoop en kleine valeriaan. Dat probeert Natuurmonumenten onder andere te bereiken door zo vaak mogelijk maaien en af te voeren in het zomerseizoen.

Het duurt overigens vele jaren voordat blauwgrasland ontstaat. Natuurmonumenten is nu voor het vierde jaar op rij bezig met extra schralen van de grond. Het ongeveer veertig hectare grote gebied ligt langs de populaire wandelroute Veenweidepad. Een gebied waar blauwgrasland nog goed zichtbaar is, ligt bij Giethoorn in De Bramen.