Dwingeler vrijwilligers houden das, marter en vos weg bij op de grond broedende wulpen

Voor vogels is het broedseizoen in volle gang. Dan kan ook de Vrijwillige Weidevogelgroep Dwingeloo niet langer stil blijven zitten.

Albert Boers werkt in het onderwijs. Erwin Bruulsema is projectmedewerker bij Landschapsbeheer Drenthe. Peter Saathof is kersvers pensionado, tot en met vorige maand was hij huisarts. Het zijn kortom drie heel verschillende mannen. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze in, of dichtbij, Dwingeloo wonen én de natuur in de omgeving een warm hart toedragen.

Er zijn maanden dat het drietal elkaar weinig ziet of spreekt. Maar in deze tijd van het jaar, als vogels hun eieren leggen en uitbroeden, is dat anders. Het trio heeft dan een missie. Die luidt: steun bieden aan de weidevogels in het stroomdal van de Dwingelerstroom.

Aantallen weidevogels onder druk

Deze vogels, zoals kievit, grutto en wulp, kunnen zo’n zetje in de rug goed gebruiken. Als gevolg van intensieve landbouw en huizen- en wegenbouw, maar ook door de toename van roofdieren als das, marter en vos, zijn hun aantallen afgenomen.

Deze lente is de tweede op rij dat Landschapsbeheer Drenthe, de werkgever van Bruulsema, meewerkt aan de pilot Wulpen in Drenthe. De Dwingeler vrijwilligers lopen zich het vuur uit de sloffen om dat project in hun ‘werkgebied’ tot een succes te maken. Zoals alle weidevogels nestelt ook de wulp op de grond. Doel van Wulpen in Drenthe: een toename van het aantal overlevende kuikens.

Vierkant van 20 bij 20 meter niet gemaaid

Zondag rond de middag gaat het drietal, laarzen aan, met kordate passen door het grasland langs de N855, de doorgaande weg van Spier naar Dwingeloo. Ze kunnen, wijzend en gebarend, hun verhaal het best ter plaatse afsteken, wel zo makkelijk. Alle gras is hier kortgeleden nog gemaaid. Op een vierkant van pakweg 20 bij 20 meter na, dat een paar honderd meter vanaf de weg opduikt.

Deze strook, met inmiddels hoog opgeschoten gras, hebben de vrijwilligers rondom afgezet met vier, op korte afstand van elkaar gespannen stroomdraden. ,,De onderste twee draden moeten dassen en marters tegenhouden”, legt Bruulsema uit. ,,De bovenste twee zijn vooral bedoeld voor vossen.”

‘Een beste schok’ bij aanraken draad

Mensen kunnen over alle vier draden heenstappen. Voorzichtigheid is wel geboden. Raak je toch een draad, dan volgt ‘een beste schok’, waarschuwen de heren.

Midden in het vierkant, verscholen tussen het hoge gras, wijzen ze een handjevol forse, bruine eieren aan. Ze liggen er goed verscholen, een leek zou ze in geen honderd jaar vinden. De broedende ouders zijn heel even gevlogen. Straks, als de rust is weergekeerd, zullen ze weer om beurten hun plek op het nest innemen. Saathof hoort zacht gepiep: ,,Een van deze eieren staat op uitkomen.”

Het is duidelijk dat de weidevogelvrienden niet zonder de medewerking van de boeren in het gebied kunnen. Die moeten met hun maaimachines om de omheinde stroken heen. Over de agrariërs rond de Dwingelerstroom hebben de vrijwilligers weinig of niet te klagen, benadrukken ze.

Nattigheid trekt pieren en insecten aan

Een stukje verderop in het stroomdal, in het grasland langs de Voslanden, maken we nog even kennis met een van deze boeren: veehouder Jan Jaap van Nes. Ter plekke heeft een op een zonnepaneel draaiende waterpomp het weiland ietsje drassig gemaakt. Saathof legt uit dat die nattigheid insecten en pieren aantrekt. En zo snijdt bij de pilot het mes aan twee kanten: de wulpen hebben nu meteen ook meer voedsel tot hun beschikking.

Van Nes geeft de weidevogelvrienden met plezier de ruimte, zegt hij. Maar ook hij eet liever geen droog brood: ,,Dit zijn wel allemaal stukken grond waar wij als boeren even geen inkomsten uit kunnen halen.” Provincie en gemeenten compenseren geregeld de meewerkende agrariërs. Jaarlijks worden deze subsidies toegewezen.