Minister stelt nieuwe grenzen aan reserves schoolbesturen

Regio - Er komen toch signaleringswaarden voor mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen van onderwijsinstellingen. Dat hebben minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Arie Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media de Tweede Kamer maandag 29 juni per brief gemeld.

De reserves van onderwijsinstellingen blijven toenemen. Er blijft structureel geld over aan het einde van het jaar, in nagenoeg alle onderwijssectoren. Dat blijkt uit de De Financiële Staat van het Onderwijs 2017 van de onderwijsinspectie.

„Het is goed dat besturen een financiële buffer aanhouden, zoals blijkt nu het onderwijs hard wordt getroffen door de coronacrisis. Financieel gezonde besturen hebben nu de armslag om leerlingen en studenten zoveel mogelijk te blijven bedienen van goed onderwijs. Dat neemt niet weg dat besturen niet onnodig geld moeten oppotten. Vooral in het primair en het voortgezet onderwijs zijn er besturen en samenwerkingsverbanden met een eigen vermogen dat boven de signaleringswaarde uitstijgt”, schrijven de ministers in hun brief.

Met deze nieuwe signaleringswaarde, die afwijkt van eerdere signaleringswaarden die de inspectie heeft gehanteerd, wordt de komende jaren gewerkt.

De eerdere waarden hielden rekening met sectorspecifieke kenmerken. Zo werd in het funderend onderwijs anders omgegaan met huisvesting en werd nadrukkelijker rekening gehouden met de grootte van een bestuur. Bij kleine besturen ziet de financiële balans er immers anders uit dan bij grote besturen.

Met de nieuwe signaleringswaarde kiest de inspectie voor één waarde voor alle onderwijssectoren, van primair onderwijs tot universiteiten. Daardoor ontstaan er andere uitkomsten per bestuur en per sector.

Zowel in het Primair Onderwijs (po) als het Voortgezet Onderwijs (vo) was er in 2018 sprake van mogelijk bovenmatig eigen vermogen. In het po hebben 580 besturen (60%) een eigen vermogen boven de signaleringswaarde. In het vo zijn dat er 132 (46% van de besturen). Bij elkaar opgeteld hadden besturen in het po 850 miljoen euro aan mogelijk bovenmatig eigen vermogen. In het vo was dit 244 miljoen euro.


Gerelateerd nieuws