Kinderen boerderij Ruinerwold: 'We konden shoppen in Amsterdam als we wilden'

Zes kinderen die tegen hun zin zouden zijn vastgehouden door hun vader Gerrit Jan van D. en medeverdachte Josef B. ontkennen dat ten stelligste. Zij konden volgens de advocaat van B. gaan en staan waar zij wilden.

Dat kwam donderdagmiddag naar voren tijdens een pro forma-zitting in de rechtbank van Assen. Volgens advocaat Yehudi Moskowicz, die de 59-jarige Oostenrijker Josef B. bijstaat, blijkt uit nieuwe getuigenverhoren met de kinderen dat zij konden gaan en staan waar ze wilden.

‘Kinderen hoger in hiërarchie dan B.’

,,Ik heb letterlijk gevraagd: Als je zou willen shoppen in Amsterdam, dan kan dat? Ja. Zou er iemand jou een strobreed in de weg leggen? Nee. Dat is unaniem door alle kinderen gezegd”, gaf Moskowicz aan. ,,Niemand zou worden gestraft als een van de kinderen zou vertrekken.”

De raadsman stelt dat de boerderijkinderen hebben verklaard dat zij hoger in hiërarchie stonden dan B. Die zou niets te vertellen hebben. ,,Vader Van D. was de prime father. Wij de prime children en B. was een discipel of een volgeling”, hebben kinderen volgens de advocaat gezegd bij de getuigenverhoren bij de onderzoeksrechter.

B. wordt samen met de 67-jarige Gerrit Jan van D. verdacht de zes kinderen van Van D. tegen hun wil te hebben vastgehouden in de boerderij in Ruinerwold. Van D. wordt ook verdacht van mishandeling van zijn kinderen en het seksueel misbruiken van twee van zijn oudere kinderen. Die woonden niet in de boerderij. In totaal heeft hij negen kinderen. Beide mannen werden op 14 oktober 2019 gearresteerd en zitten sinds die tijd vast.

‘Einde der tijden? Niets van dit alles’

Moskowicz stelt donderdag dat iedereen vrijwillig in de boerderij verbleef. Van wederrechtelijke vrijheidsberoving of gijzeling was volgens hem dan ook helemaal geen sprake. ,,In de media is gesproken over een ‘horrorgezin’ die onder zware omstandigheden onder de grond leefden. Ze leefden helemaal niet onder in een kelder. Dat ze zaten te wachten op het einde der tijden? Niets van dit alles.”

De raadsman vroeg de rechtbank in Assen dan ook om zijn cliënt, die nu nog tegen zijn zin in in het Pieter Baan Centrum verblijft, vrij te laten. Het Openbaar Ministerie verzet zich daar tegen. De officier van justitie zei dat de kinderen bij de onderzoeksrechter weinig anders verklaard hebben dan bij de politie. Vier oudere kinderen, onder wie ‘Jan’ die de boerderij ontvluchtte, hebben wel belastende verklaringen over B. en hun vader afgelegd, aldus de officier. ,,Op het moment dat je kinderen zo’n lange tijd van vrijheid beroofd dan past het niet dat je je proces in vrijheid afwacht.”

Josef B. was zelf ook aanwezig in de rechtbank en wilde tegen het einde van de zitting graag zijn zegje doen. B., inmiddels een woeste witte baard en wat langer grijzer golvend haar, gaf aan dat de media ‘onvoorstelbaar leed heeft aangericht’. ,,Ik ben naar de boerderij gegaan in oktober omdat ik een telefoontje kreeg dat de politie voor de deur stond. Wie heeft dan dat rotverhaal de wereld ingeschopt dat een gezin negen jaar in een kelder heeft gezeten?”

De Oostenrijker trok een vergelijking met de coronacrisis waarbij iedereen was gevraagd zich af te zonderen. ,,En dat mag dan wel. Onze ideeën mogen blijkbaar niet. Als dit is hoe het gaat in Nederland, kies ik ervoor te vasten tot ik dood ben. Dan hoef ik niet meer te leven. Wat hier nu gebeurt, daar wordt over duizend jaar nog over gesproken”, zei hij tegen de rechters. ,,Dat weet ik.”

Volgens hem werden er parallellen getrokken door verschillende mediabedrijven met de zaken Marc Dutroux en Josef Fritzl. Volgens hem is er daar geen sprake van. ,,Negen jaar in een kelder? Het was maar tijdelijk. Gerrit Jan van D. was bezig met een groter verhaal.”

B. zegt dat hij medeverdachte Gerrit Jan van D. sinds zijn hersenbloeding niet meer heeft gezien of gesproken. De vijf jongste kinderen had hij al tien jaar niet gezien. ,,In het eindrapport van het OM heb ik foto’s van de vijf jongste kinderen gezien. Als ik ze op straat was tegengekomen, had ik ze niet herkend.”

Vier woorden gesproken

De 59-jarige verdachte zit sinds drie weken in het PBC in Almere. Daar heeft hij - naar eigen zeggen - nog maar vier woorden gesproken: ja, nee, goedemorgen en goedemiddag. ,,Per ongeluk”, verklaarde B. Hij twijfelde openlijk aan zijn opname in het PBC. ,,Ik zit hier op basis van een gesprek van drie minuten met een psychiater.”

Zijn opname bleek een heikel punt. Want zijn mede-verdachte Van D. zou daar ook worden geplaatst, maar dat gaat in z’n geheel niet door omdat zijn medische toestand dat niet toestaat. ,,Dit viel ons rauw op het dak”, gaf Van D.’s advocaat Robert Snorn aan. ,,Zijn fysieke en medische toestand was ook al lang en breed bekend in januari. En nu stelt het PBC opeens dat het niet mogelijk is.”

De voorzitter van de rechter kon zijn verbazing ook niet onder stoelen of banken steken. Van D. zit door zijn hersenbloeding in een rolstoel, is halfzijdig verlamd en kan niet praten. Hij kan enigszins gesloten vragen beantwoorden, gaf Snorn aan. De advocaat vraagt zich oprecht af of zijn cliënt een drie dagen durende inhoudelijke zitting aan zou kunnen.

De rechters gaven aan over enkele punten langer te willen nadenken. Onder meer over de vraag of Josef B. in vrijheid de inhoudelijke behandeling zou kunnen afwachten. Vrijdag doet de rechtbank uitspraak.