Natuur om de hoek
Door Paul Mentink

Bergeend

Thuis heb ik een aantal kippen. Zonder haan, want ik wil geen problemen met mijn buren. Het zijn Wyandotte en Barnvelders, maar dan de krielversie.

 Het zijn rustige kippen, vliegen amper en leggen frequent een eitje. Een nadeel is dat ze regelmatig broeds zijn. Niet handig, want dan leggen ze niet. Een collega van mij heeft hetzelfde ras, inclusief een haan. Van haar kreeg ik eens een paar bevruchte eieren. Met drie kuikens als resultaat, een prachtig gezicht. Kuikens zijn nestvlieders, dit in tegenstelling tot nestblijvers, die zien er namelijk niet uit.

Toen ik vele jaren geleden in het Lauwersmeergebied was, zag ik daar voor het eerst een bergeend. Niet alleen zag ik deze vogel voor het eerst, ik zag er eentje met, schrik niet, 21 pullen. Een pul is een andere naam voor een niet-vliegvlugge kuiken. Niet alleen het aantal verbaasde mij, maar ook hun uiterlijk. Die was buitengewoon prachtig, zulke fraaie exemplaren had ik nog nooit gezien. Qua kleur springen ze er niet uit, maar hun zwart-wit patroon is simpelweg fantastisch.

Uitbroeden

Normaal legt het vrouwtje van de bergeend acht tot tien eieren in een konijnenhol, haar favoriete nestlocatie. Zij broedt de eieren vervolgens in haar eentje uit. Zodra de eieren zijn uitgekomen voegt het mannetje zich weer bij zijn gezin. Beide ouders bewaken de pullen en zijn zeer agressief tegen mogelijke predatoren. Het komt zelfs voor dat beide ouders achter een potentiële predator aanvliegen, dat de pullen op dat moment onbewaakt achterblijven. Soms met noodlottige gevolgen.

Dat die bergeend in het Lauwersmeergebied 21 pullen bij zich had, wil niet zeggen dat zij ook alle eieren had gelegd. Het komt regelmatig voor dat de pullen uit meerdere legsels zich verzamelen tot één grote crèche. Bewaakt door een of meerdere ouders. Savety in numbers zoals de Engelsen dat simpel kunnen zeggen. In mijn geval was de crèche waarschijnlijk het resultaat van twee legsels. Echter er zijn crèches waargenomen met in totaal 149 pullen.

Het is niet lastig om een bergeend te herkennen. Het mannetje en vrouwtje zijn vrijwel identiek, alleen het mannetje heeft een knobbel op de rode snavel. De kop en hals zijn zwart, die enigszins een donkergroene gloed heeft. De rest van het lichaam is hoofdzakelijk wit, met enkele zwarte en roodbruine delen. Qua formaat zit hij tussen een eend en een gans in. Hij is vooral te vinden in een waterrijke omgeving, mits er ondiepe plekken zijn. Daar zoekt hij naar kleine slakjes, slijkgarnalen, insecten, wormen, schelpdieren en kreeftachtigen. Daarnaast staan groenwieren en plantenzaden op zijn menu. Hij is vooral te vinden op de Waddenzee en langs de grote rivieren en het IJsselmeer. Gelukkig is hij steeds vaker verder landinwaarts te bewonderen.

Paul Mentink (paul@paulmentink.nl)