Meppeler molenaar Kees Vanger vindt oude molenstenen terug: 'Daar lagen ze, op een verloren knullig plekje in Zeewolde'

Er zijn van die dagen dat álles mee zit. Molenaar Kees Vanger had dat dinsdag. De zoektocht naar oude molenstenen bracht hem, John Pragt en Jac Sieben naar een verloren plekje in Zeewolde.

Daar lagen ze. Twee onverwoestbare knoeperds van stenen. Te wachten in het land, overwoekerd, terwijl de tijd voorbij gleed. Zijn hart maakte een sprongetje. „Die moet thuiskomen.”

Al langere tijd was Kees Vanger, maar zeker ook John Pragt (82) en andere molenliefhebbers met hen op zoek naar oude molenstenen, die waren verwijderd na modernisering van molen De Vlijt. Ruimte om ze er te bewaren was er destijds niet. Ze verdwenen uit beeld. Meegenomen door vrachtschepen die bij de molen aan de Sluisgracht lagen en overboord gegooid in de Zuiderzee, zo was de gedachte.

Dijk dichten

„Bij nader inzien klopte dat niet”, vertelt Kees. „Ze zijn pas rond 1952 gedropt in het IJsselmeer, waarschijnlijk om een gat in een dijk mee te dichten. Bij de drooglegging van een deel van de Flevopolder kwamen ze tevoorschijn.” Schokland, of Zeewolde, daar zouden exemplaren liggen zo luidde een verhaal van iemand bij het depot van Rijksoverheid.

In eerste instantie zouden ze een ritje wagen naar Schokland, het voormalig eiland. Ze kozen toch op voordracht van John Pragt voor Zeewolde, achteraf gezien maar goed ook. Na een tijdje rondrijden en speuren, zetten ze de auto aan de kant en schakelden de hulp van Google in. „Zeewolde is best groot, je kunt je daar een breuk zoeken.” Op YouTube stuitten ze op een filmpje over molenstenen, gemaakt door Bouwe van der Weide, raadslid CDA in Zeewolde. Al snel kwamen ze met hem in contact. Hij bleek thuis te zijn. Niet veel later zaten ze aan de koffie bij Bouwe. Enthousiast vervolgt Kees: „En hij bleek een oud-Meppeler ook nog. Prachtig niet. Hij wilde ons met alle plezier helpen.” Gezamenlijk togen ze naar de verloren stenen schat. „Daar lagen ze, op een verloren knullig plekje in Zeewolde. Overwoekerd. Niet zo fraai.” Maar toch. De blijdschap was er niet minder om.

Thuis

Het is de bedoeling dat één oude molensteen terugkeert. „Bouwe gaat zijn best doen om één naar Meppel te krijgen, en eentje blijft in Zeewolde. Een goed compromis. Eentje moet thuiskomen, zo hoort dat.” Deze krijgt dan een mooie plek bij molen De Vlijt.

Het vervoer daarvan is wel een dingetje. „De steen weegt ongeveer een ton, die gooi je niet zo in de kofferbak.” Het pareltje is meer dan honderd jaar oud, zo schat hij in. Gemaakt van natuursteen; daar heeft de tand des tijds geen invloed op. „Blijft altijd goed.” Waarschijnlijk hebben de stenen eikenschors gemalen.

Enkele uren later, thuis, kan Kees het nog steeds amper bevatten wat die dinsdag is gebeurd. „Dat we direct bij de juiste persoon uitkwamen, dat het zo makkelijk ging. Alles zat mee. Dat je op deze manier oude stenen terugvindt. Dat is een gelukje. En het was een mooi tochtje.”