Jan Maat was tot het laatst toe ondernemend

Giethoorn - Jan Maat, de afgelopen zondag op tachtigjarige overleden markante inwoner van Giethoorn, is tot het laatst toe ondernemend en met een grote mate van maatschappelijke betrokkenheid ‘bezig’ gebleven.

Steeds opnieuw zag hij nieuwe mogelijkheden en uitdagingen. Tot eind vorig jaar zette hij zich als voorzitter nog nadrukkelijk in voor de net opgerichte stichting ‘De Gieterse Koornmeule’ met als doel de door de gemeente aangekochte molen in oude en werkende staat terug te brengen. Hij meldde zich als inspreker tijdens de politieke markt, waarbij hij de gemeenteraadsleden liet weten graag samen te willen optrekken met het gemeentebestuur om dit cultureel erfgoed weer de oude luister te verschaffen. Tegelijkertijd kon naar zijn mening de problematiek rond de veelbesproken loswal worden opgelost. Van het college had hij meer enthousiasme verwacht. Zoals hij zelf in de vorige eeuw als VVD-wethouder van de voormalige gemeente Brederwiede zo vaak had meegedacht, wanneer hij met initiatieven vanuit de bevolking werd geconfronteerd.

Samenleving

Jan Maat heeft zich ingezet voor de samenleving, niet alleen als raadslid en wethouder. Hij behoorde tot de oprichters en was (in 1984-1985) de eerste voorzitter van de Rotaryclub Steenwijk-Regio. Tevens fungeerde hij als voorzitter van het bestuur van de Rabobank, dat in die periode de fusie van de bankinstellingen in Steenwijk en Brederwiede tot stand bracht en tot nieuwbouw besloot van een hoofdkantoor aan de Meppelerweg in Steenwijk. Bovendien maakte hij deel uit van het bestuur van zuivelcoöperatie Novac.

Maar bovenal was hij in die tijd veehouder. Als Gieterse boerenzoon was hij met zijn ouders vanuit een klein boerderijtje in het dorp neergestreken in de Eurohoeve in Dwarsgracht. Aan de Cornelisgracht ontstond een bloeiende veehouderij, waar Jan Maat in 1963 bedrijfsopvolger werd en in de jaren erna de veestapel naar 120 koeien zag groeien. Een van de hoogtepunten was het bereiken van de grens van 100.000 kg geleverde melk door Euro’s Rooske 116, welke gebeurtenis feestelijk werd gevierd.

Het in 1984 ingevoerde melkquotum veranderde de toekomst voor het bedrijf en die van Jan en Bettie Maat. Daarom werd besloten naast de boerderij museum Histo-Mobil op te richten, waarin bezienswaardige antieke automobielen, maar bijvoorbeeld ook andere oude voertuigen en landbouwwerktuigen een plaats kregen. Deze later door zoon Erik overgenomen activiteit werd uitgebouwd tot een toeristische trekpleister, waar gezelschappen zich eveneens konden vermaken met diverse spelonderdelen.

Reizen

Maat mocht graag reizen en begeleidde als reisleider al eens een groep Nederlandse boeren in de Verenigde Staten en Canada. Hij bezocht met een delegatie van Novac een deel van Portugal, waar hij nieuwe mogelijkheden voor een veehouderij ontdekte. Hij ging op Portugese les, kocht er een boerderij en streek er samen met Bettie en zijn in Giethoorn ‘overbodige’ jongvee neer. Hier beleefde de familie Maat een prachtige tijd, waarin Jan zich ook bezig hield met de begeleiding van emigranten, die zich eveneens in Portugal gingen vestigen. Later organiseerde hij er rondreizen met Nederlandse gezelschappen, waarvan de deelnemers met name ook uit deze regio afkomstig waren.

De laatste jaren waren Bettie en Jan teruggekeerd in Dwarsgracht, waar hij als nieuwe liefhebberij naast een heemtuin een arboretum aanlegde. Hij plantte er meer dan tweehonderd verschillende bomen en struiken, die inmiddels tot wasdom zijn gekomen. Zij vormen een blijvende herinnering aan de uiterst inventieve Jan Maat, die vanwege al zijn verdiensten werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.


MEER LEZEN?
Mis niets van het nieuws uit Meppel en omgeving!