Natuur om de hoek
Door Paul Mentink

Jaarringen

​Het radioprogramma Vroege Vogels organiseert elk jaar de Jan Wolkers Prijs, een jaarlijkse prijs voor het beste natuurboek. In 2019 heb ik met mijn boek 'Mijn vogels, belevenissen van een vogelaar'meegedaan, maar helaas viel ik niet in de prijzen.

In 2020 was het boek Wat bomen ons vertellen van Valerie Trouet de winnaar. In de aankondiging van dit boek stond: ,,Als je wilt weten hoe oud een boom is, moet je zijn ringen tellen. Maar die jaarringen kunnen ons veel meer vertellen.” Aangezien ik een bijzondere interesse heb voor bomen, kwam dit boek op mijn verlanglijstje. Dit keer niet van de Sint, maar voor onder de kerstboom.

In onze contreien maakt elke boom tijdens het groeiseizoen nieuw hout aan, dat rondom aan de buitenkant van de stam wordt afgezet. De boom wordt daardoor elk jaar wat dikker, met het jongste hout aan de buitenkant van een stam en het oudste hout in het midden. Bij een dwarsdoorsnede van die stam zijn de jaarlijkse afzettingen als jaarringen vrij eenvoudig terug te vinden. Door die jaarringen vervolgens te tellen, kun je exact het jaartal bepalen wanneer die boom als zaailing is opgekomen. Hoe meer jaarringen, des te ouder en dikker die boom is.

Die jaarringen zijn elk jaar niet even breed. Onder optimale omstandigheden, bijvoorbeeld volop zonneschijn en een normale hoeveelheid neerslag, kan de boom meer hout aanmaken en een brede jaarring produceren. Maar onder slechte omstandigheden, bijvoorbeeld bij extreme droogte of overvloedige neerslag, zal er minder houtproductie zijn en dus een smalle jaarring. Kortom, de jaarringen kunnen qua breedte van jaar tot jaar verschillen. Het patroon van brede en smalle jaarringen zal bij veel bomen uit dezelfde omgeving vrijwel identiek zijn, omdat ze onder dezelfde omstandigheden opgegroeid zijn.

Terug in de tijd

Met die patronen van jaarringen kun je vervolgens terug in de tijd gaan. Stel je gaat uit van een dikke, nog levende boom van 300 jaar oud. Met een speciale houtboor kun je, zonder dat je die boom hoeft om te hakken, het specifieke patroon van die boom bepalen. Dat patroon zal van 1721 tot 2021 lopen. Vervolgens bepaal je het patroon van een dikke draagbalk uit een boerderij, die ergens in de 19ᵉ eeuw gebouwd moet zijn. Het patroon van die draagbalk leg je naast het patroon van de levende boom. Een deel van het patroon van het jongste hout van de draagbalk zal met het patroon van het oudere hout van de levende boom overeenkomen. Als nu blijkt dat de grens van beide patronen bij het jaar 1821 ligt, dan kun je daaruit concluderen dat die boom in dat jaar is omgehakt en de boerderij dus vlak daarna gebouwd moet zijn.

Door bovengenoemde werkwijze te herhalen met steeds oudere stukken hout, kun je een onafgebroken patroon over een langere periode bepalen. Dit kan tot duizenden jaren terug. In Duitsland hebben ze op deze wijze een onafgebroken patroon kunnen samenstellen uit eiken- en dennenbomen, die teruggaat tot het jaar 10.500 voor Christus! Veel van de houtmonsters die ze gebruikten kwamen uit grindafgravingen, die door het ontbreken van zuurstof aldaar intact zijn gebleven.

Drieluik

Van de Vlaamse schilder Rogier der Weyden (1400 - 1464) bestaat een beroemd drieluik. Dit drieluik was opgesplitst en men ging ervan uit dat het origineel deels in Granada en deels in New York hing. Een kopie zou in Berlijn hangen. Echter, uit jaarringonderzoek van de panelen bleek dat het drieluik in Berlijn uit 1421 kwam en de drieluiken in Granada en New York uit 1482. Die laatste twee bleken dus na de dood van de schilder gemaakt te zijn. Het drieluik in Berlijn was dus het origineel.

Een onafgebroken patroon kan handig zijn bij een archeologisch onderzoek. Vinden archeologen bijvoorbeeld een nederzetting uit de steentijd (vanaf 5000 v. Chr.) en zitten daartussen resten van houtskool, waarvan de jaarringen nog steeds te bepalen zijn, dan kunnen ze exact het jaartal geven wanneer op die plek onze voorouders leefden.

De pest

Een andere bijkomstigheid is dat van elke stuk hout, dat ze gebruikten voor het onafgebroken patroon, te bepalen is wanneer de betreffende boom is omgehakt. Nu blijkt uit die gegevens dat tussen 1346 en 1353 het aantal omgehakte bomen aanmerkelijk lager was. De reden: toen heerste de zwarte dood, beter bekend als de pest.

Waar klimaatontkenners de pest aan zullen hebben, is dat jaarringen mede aantonen dat de gemiddelde temperatuur op het noordelijk halfrond vanaf circa 1850 aan het stijgen is, terwijl die temperatuur de duizend jaar daarvoor zelfs licht aan het dalen was. Helaas zet die stijging vandaag de dag zich nog steeds door!

Paul Mentink (paul@paulmentink.nl)


MEER LEZEN?
Mis niets van het nieuws uit Meppel en omgeving!