Ondertoon
Door Ton Henzen

Boeken

Er is geen periode die zo allesbepalend is geweest voor het leven van vele generaties als de Tweede Wereldoorlog. Tot op de dag van vandaag zijn we met de oorlog bezig.

We hebben het gemerkt na de voorpublicatie van het boek de Knokploeg van Gerrit Gunnink, verzetsnaam Jan Rap. De naam van Houdel kwam daarin voor. Een NSB`er. Nee, niet Jan Houdel. Dat dachten vele Meppelers. We kregen telefoontjes en enkele brieven dat Jan Houdel beslist geen NSB`er is geweest. Maar dat schreef Gerrit Gunnink ook niet. We hebben dat kort daarna in de Meppeler Courant verduidelijkt.
Na de officiële presentatie van het boek van Gerrit Gunnink donderdag in de kantine van de krant zullen er ongetwijfeld nog meer telefoontjes en brieven komen. De Tweede Wereldoorlog en de nasleep ervan houden ons nog steeds vrijwel dagelijks bezig. Ik sprak daar pas geleden met een collega over tijdens een persbijeenkomst in Amersfoort, een dag over de toekomst van de lokale krant. Deze collega werd achtervolgd door het oorlogsverleden van zijn vader, een NSB`er. Dat betekende nogal wat voor zijn journalistieke werkzaamheden. In zijn geboorteplaats kon hij niet goed functioneren. Te vaak stuitte hij op wantrouwen en achterdocht. Hij heeft werk gevonden bij een andere krant in een andere plaats.
De keuzes van je vader tijdens de oorlog werken door in je eigen leven. Gelukkig was mijn pa Engelandvaarder die uiteindelijk bij de RAF terecht is gekomen.

De uitgebreide familie Gunnink waarvan een groot aantal representanten samenkwam om het boek van ome Gerrit ten doop te houden, staat in Meppel en wijde omgeving in hoog aanzien. Tegelijkertijd is het een bescheiden familie. De tekst op de omslag, dat de familie Gunnink de meest toonaangevende Meppeler verzetsfamilie was, had op deze manier niet geschreven hoeven te worden, hoorde ik. Maar het is natuurlijk wel zo.
Ik ben geen Meppeler van geboorte, ik ben hier ook niet opgegroeid, maar vanaf het moment, eind 1972, dat ik kennismaakte met de Meppeler gemeenschap kwam ik in contact met mensen die het een en ander vertelden over de oorlogsjaren in en om Meppel. De namen gingen in gedachten voor me leven. Eppie Dijkstra, de gebroeders Tom, Benno en Gerrit Gunnink, de Lenstra`s, Pijp Jansen, Klaas van Dorsten, Peter van den Hurk. Ik noem een paar willekeurige namen die ik me vanuit die jaren herinner. Later ben ik me meer en meer in hen gaan interesseren. Ik leerde hen ook persoonlijk kennen.
Eppie Dijkstra was secretaris van het bestuur van Donderdag Meppeldag. In de zomerperiode gaf hij iedere dinsdagochtend om half elf een persconferentie in of op het terras van het café van Frans Kwint. Dat duurde een uurtje. Daarna namen we een paar glaasjes sherry. Op die momenten wilde Eppie Dijkstra nog wel eens over de oorlog vertellen. In die verhalen speelden de broers Gunnink een belangrijke rol.

Het boek De Knokploeg is geen eerbetoon van Gerrit Gunnink aan zijn eigen familie. Het is ook geen kroniek van de heldendaden die wel degelijk zijn verricht. Het boek is vooral een hommage aan de mannen en vrouwen die hun eigen leven in de waagschaal hebben gesteld door de verzetsmensen een schuilplaats te bieden. Zij, de omzwervenden, trokken verder, de boerengezinnen en andere families bleven achter. Het zijn met name ook deze mensen voor wie het Verzetsherdenkingskruis werd ingesteld.

Op hetzelfde moment dat Gerrit Gunnink zijn boek presenteerde, hield collega Peter Nefkens bij Bruna/Appelo zijn boek ten doop. Een samenloop van omstandigheden. Het moet een geweldige kick voor hem zijn geweest toen hij zijn boek voor het eerst in handen nam. Ik zag dat van nabij bij Gerrit Gunnink. Hij was trots en dankbaar tegelijk. Een mooi verhaal hoe het uiteindelijk tot stand is gekomen. Vorig jaar augustus kwam hij van de kaakchirurg vandaan. Er waren een paar gaten in zijn onderkaak geboord, daarin waren schroeven gedraaid voor implantaten. Drie maanden geen tanden in de mond. Met zo`n lege mond wilde Gunnink niet op stap. Hij zei tegen zijn vrouw Gerri: `nou zitten we echt achter de geraniums. Hij had zijn kinderen en kleinkinderen zo vaak en zo uitgebreid over de bezettingstijd verteld dat ze, om van het gezeur af te zijn, zeiden: `erg interessant. Je moet het allemaal eens opschrijven. Omdat Gunnink nauwelijks verstaanbaar kon praten en dus `drie maanden met een mond zonder tanden met de mond vol tanden zat,` zo vertelde hij bij de presentatie, ging hij in een hoekje van de bank zitten schrijven. Het resultaat is inmiddels bekend. Een groot compliment waard. En uiteraard ook voor collega Peter Nefkens.