Ondertoon
Door Ton Henzen

Una historia de mucho ambiente (sfeerverhaaltje)

Uit het linkeroog van Henk Reinders, zonnig gehumeurde eigenaar van de gelijknamige Tapas Bar-Bodega in het internationaal vermaarde cabaretgehucht Oosteinde, ontspringt één keer per jaar nog altijd een heilige traan.

Een portret van Henk hangt in de gang naar de grote zaal uitnodigend aan de muur. In de gemeenschapsruimte van het beroemdste horecabedrijf in De Wolden klinkt vrolijke hammondorgelmuziek waarmee in de jaren zestig en zeventig Cor Stein menigeen met een brok in de keel aan zijn voeten kreeg (‘Geen woorden maar daden’).

Wat heb ik van hem genoten voorafgaande aan wedstrijden van Feyenoord. `Ga je mee naar het stadion, waar je zo gezellig zit, je zoekt een plaatsje in de zon...` De verwachtingen in de jaren zestig, begin jaren zeventig, de glorietijd van Beertje Kreyermaat, Coen Moulijn, Rinus Israëls, Theo Laseroms en Willem van Hanegem waren altijd met recht hooggespannen. Zelden verliet je zwaar teleurgesteld de Kuip. Kom daar nu eens om.
Tijdens de nostalgische orgeldreunen om het retro-sfeertje te accentueren, moest ik aan de frequente bezoeken aan de oude Kuip denken. Ik werd uit mijn overpeinzingen gewekt door een van de gastheren, Jan Weide van het in ere herstelde kwartet organisatoren van DOJAWIWI. Douwe, Jan, Wim en Wim zijn weer bij elkaar dankzij de harmonieuze uitwerking van mediation. Ach, er zal eens wat hebben plaatsgevonden, waardoor een Wim tijdelijk afhaakte, maar de vriendschapsbanden zijn snel opgelapt. Jan Weide staat in afgeslankte vorm op het toneel na een stormachtige buitenechtelijke relatie met een zekere Sonja Bakker. Hij geeft bijvoorbaat de bekende instructies dat de lichte stoelen na afloop achter op zolder moeten en de donkere naar het toneel etcetera. De wereld en haar problemen zijn buitengesloten en achter de gesloten gordijnen van de grote zaal kruipen de 250 bezoekers dicht tegen elkaar aan.

De verzuchting is terecht. `Wat hebben wij het dan goed hè.’ Laat dat nu toevallig ook de titel zijn van het nieuwe programma van Ernesto & Marcellino met bijwerking van Wilfried Finkers. Zij hebben, overigens op uitnodiging, Zaal Reinders geselecteerd voor een van de tientallen try-outs die tot begin februari staan geprogrammeerd. Die vele uitprobeersels verraden ofwel een gebrek aan zelfvertrouwen of een permanente zucht naar vernieuwing, zodat na iedere nieuwe ervaring met het publiek veranderingen in opbouw en uitvoering mogelijk zijn.
Wat ongetwijfeld in het programma worden gehandhaafd, zijn de droge humor van het duo, de hilarische optredens van de broer van, goed voor ongeveer veertig tot vijftig procent van de teksten (eenzelfde percentage haalde Wilfried ook in de programma’s van Herman), de fantastische imitaties van Ernesto, de kolderieke erotische gedichten en het speelse contact met het publiek. Nicole was zaterdagavond het slachtoffer. Ze kweet zich perfect van haar opgedrongen taak.
Het is een try-out en daar wordt volgens de theaterwetten niet over geschreven, geeft Ernesto de verslaggever voor het begin van `Wat hebben wij het dan goed hè` goedmoedig mee. Geen echte recensie, maar een sfeerverhaaltje. Om in de Tapassfeer te blijven: Una historia de mucho ambiente (met dank aan Jolanda de Kruyf).

Ik mag volgens afspraak alleen kwijt dat het soms weer ouderwets bulderen van het lachen is. Schaterlachen om de woordspelingen, de visuele theatervondsten en de archetypische rolverdeling tussen de slimme, gehaaide en goedgebekte Ernesto en de sullige Marcellino bij wie veel, zo niet alles lijkt te moeten mislukken. Het is het klassieke contrast dat we zo goed kennen van Laurel & Hardy. Ernesto & Marcellino geven aan deze rolverdeling nieuwe, eigentijdse impulsen. Sommige acts kunnen rekenen op een verdere uitwerking. De dia-vertoning van Wilfried over het menstruatiefeestje van zijn dochter blijft er geheid in.
Het is alweer de derde keer dat Ernesto & Marcellino met Wilfried in Zaal Reinders staan. Anders dan andere schouwburgen zit het publiek bovenop hun lip, reden waarom de belangstelling voor de donkere stoelen op de eerste rij aanvankelijk niet bijzonder groot is. Traditiegetrouw eindigt de voorstelling met een wedstrijd crowdsurfen tussen Marcellino en Ernesto. Marcellino wint met een neuslengte voorsprong en dit betekent in zijn geval een behoorlijk verschil.

Na afloop drinken we een pilsje met Wilfried en Marcellino. De laatste is werkzaam bij Elsevier voor drie dagen in de week en begint zich al aardig thuis te voelen in de theaterwereld. Jacques d`Ancona ziet het echter nog steeds niet in hen zitten. Collega Theo Geskus spreekt de recensent van het Dagblad van het Noorden binnenkort en zal zijn eigen positieve mening in een persoonlijk onderhoud tegenover die van Jacques zetten.
Wilfried herinnert zich nog goed dat hij een jaar of wat geleden een ingezonden brief heeft gestuurd naar de Meppeler Courant. In een recensie van een theatervoorstelling van broer Herman met bijwerking van Wilfried werd hem verweten dat hij de eeuwige schlemiel is. Wilfried schreef dat hij mede namens zijn moeder moest verklaren dat hij beslist geen schlemiel is en dat zijn broer dat ook vindt. We gierden tijdens de nazit bij Reinders weer van het lachen. Zo kreeg de voorstelling nog een lange spontane toegift.