‘Speeltuin Leeuwentand onveilig‘

MEPPEL - ‘Overal in de wijk staan ligusterhagen, behalve rond de speeltuinen. Zo‘n natuurlijke afrastering kan de speeltuin aan de Leeuwentand in elk geval een stuk veiliger maken. De speelplaats lig pal aan het water en aan een drukke weg.‘ De moeders uit de Leeuwentand en omgeving hebben veel aan te merken op de speelplaats in de buurt, maar de onveilige situatie is hun grootste zorg. ‘Of moet er eerst weer een ongeluk gebeuren?,‘ vraagt Gea Sikkenga zich af.

Projectontwikkelaars, samenwerkend in het Berggierslanden Ontwikkelings Bedrijf (BOB) droegen vanmiddag het openbare gebied van fase 2, over aan de gemeente Meppel. Plantsoentjes, sloten, bruggetjes, wallenkanten en de speelplaatsen zijn nu in beheer en onderhoud van de gemeente. Tijdens de buurtwandeling die aan de overdracht was gekoppeld, lieten de moeders uit fase 2 horen was zij van de nieuwe speeltuin aan de Leeuwentand vinden: ‘gevaarlijk en niet uitdagend‘. ‘De speeltuin ligt er onbeschermd bij. Kinderen rennen achter een bal aan en kunnen zo de wetering naast de speeltuin in lopen of zo de drukke straat op. Uitgerekend naast de speeltuin is de nieuwe bushalte geplaatst. Dat maakt het extra gevaarlijk. Een goede afrastering met een ligusterhaag zou al veel onveiligheid kunnen wegnemen,‘ vinden de moeders in de buurt. De haag zou wellicht ook het stuiven van zand uit de speeltuin kunnen voorkomen, zo hopen de bewoners van de Leeuwentand vurig. BOB en gemeente hebben gekozen voor het grove ‘valzand‘ in de speeltuin, in plaats van rubbertegels of kunststofmatten. ‘Sindsdien moeten we aan de voorkant van ons huis de ramen potdicht houden. De wind heeft vrij spel en de auto kun je wel drie keer per week wassen. Het zand beschadigt de lak. Bovendien doen honden en katten hun behoefte in het zand, waar kinderen in spelen,‘ foetert buurtmoeder Patricia Weidgraaf. De moeders en kinderen in de buurt hebben verder weinig op met de speeltuin. De speeltoestellen zijn gevaarlijk of suf. Van het koprolrek staat er maar één exemplaar, de bankjes staan ver weg van de attributen, de glijbaan van metaal wordt gloeiend heet in de zon, het halve trapje is ‘eng‘. En uit de chopper, een ronddraaiend klimrek, valt geregeld een kind. Patricia Weidgraaf en Gea Sikkenga verzuchten: ‘Het had zo‘n mooie tuin kunnen worden als kinderen en ouders bij de opzet betrokken waren. We hebben in oktober 2007 alleen twee opties onder ogen gekregen. Maar een keuzemoment op een informatieavond is er nooit geweest.‘