‘Nieuwveense Landen is een niet te keren olietanker’

Meppel - Hoewel er - puur ideologisch gezien - geen grotere tegenpolen in de Meppeler gemeenteraad te vinden zijn dan Stam en Veldhorst zitten zij voor het eerst sinds vier jaar tegenover elkaar aan tafel voor een stevig gesprek.

In de raadszaal zijn de tweemansfractie D66 en de eenmansfractie van de ChristenUnie buren. De kleine oppositie (GroenLinks flankeert Stam aan de andere schouder) kijkt de coalitiepartijen VVD en PvdA elke raadsvergadering in het gezicht.

In het kader van de gemeenteraadsverkiezingen is het tijd voor een interview met Gert Stam (47), fractieleider/lijsttrekker ChristenUnie en Vincent Veldhorst (32), fractieleider/lijsttrekker D66.

Door Bert Jansen

Bijna elke donderdagavond, in een raads-, commissie- of werkgroepvergadering, treffen Veldhorst en Stam elkaar in het Stadhuis. Welke indruk maakten zij op elkaar als lokale politici en fractieleiders?

Veldhorst: ‘In de voorbereiding op mijn raadswerk volgde ik vooral de grotere fracties.
Gert heb ik gaandeweg leren kennen als iemand die veel tijd en energie in zijn raadswerk steekt. Sowieso petje af voor de eenmansfracties.
Naar mijn smaak volgt Gert Stam wel wat gemakkelijk de collegekoers.Als hij het echt nodig vindt, dan houdt hij zich niet in. Hij steunde de  motie van wantrouwen tegen wethouder Jansen voluit.’

Stam: ‘Het is Vincent goed gelukt om een nieuw geluid en nieuwe standpunten naar voren te brengen. Ik ben het niet altijd met hem eens, maar dat hij van begin af aan de boel wist op te schudden, verdient waardering. Want gezapigheid in de politiek is helemaal niet goed. Ik verwachtte dat D66 meer een bestuurderspartij zou zijn, die constructiever meedacht over het algemene beleid. Veldhorst gaat er meestal vol tegenaan. Het was wel eens te gemakkelijk en voorspelbaar om tegen te zijn.’

Veldhorst: ‘De zorg en verbazing zijn echt niet gespeeld. Mensen zeggen: ‘Je bent vier jaar zuur geweest over Nieuwveense Landen, maar je hebt wel gelijk gekregen.’ Ik had liever geen gelijk gehad, want dit avontuur, het late bijsturen, kost ons allemaal heel veel geld. We zijn nu al zover dat we niet eens meer terug kunnen. Nieuwveense Landen is een niet te keren olietanker op volle zee.’

Geloof in de kracht van God of geloof in de kracht van de mens. Dat is grofweg de ideologische karakterisering van de confessionele politicus Stam en de pragmatische democraat Veldhorst.

Stam: ‘Bij de algemene beschouwingen deed ik een oproep aan mijn collega’s om meer en vaker vanuit hun principes te werken en te spreken.
Politici mogen best aangeven waar zij nu echt voor staan. Duidelijke beginselen zie ik niet zo vaak meer terug in de raadszaal.’

Veldhorst: ‘Aan die discussie heb ik minder behoefte dan sommige anderen in de partij. Ik ben geen scherpslijper en zie mezelf ook niet als apostel van het liberalisme. De wet staat boven geloof en we moeten ook geen stappen terug in de tijd van de verzuiling willen maken. Verder geldt ‘Vrijheid Blijheid’ net zo goed voor mensen met een godsdienstige overtuiging.’

Bij twee maatschappelijke thema’s tekenden zich de ideologische tegenstelling af in de standpunten van D66 en de ChristenUnie: de aanvraag voor de zondagsopening van een supermarkt en de afwikkeling van de peuteropvang.

Stam: ‘De zondagopening van winkels vind ik een voorbeeld van hoe de liberale vrijheid leidt tot beperking van anderen. Ik heb principieel tegen de aanvraag gestemd. Er wordt geen rekening gehouden met ondernemers die helemaal niet open willen op zondag, maar zich economisch gedwongen voelen. Nieuw personeel van een groot warenhuis in Meppel wordt bij het sollicitatiegesprek gevraagd of zij op zondag willen werken. Als het antwoord nee is, dan kunnen ze naar de baan fluiten. Hoeveel keuzevrijheid heb je nog?’

Veldhorst: ‘Toch blijft het ieders eigen keuze om wel of niet op zondag te werken. Net als je een baan in het buitenland kunt weigeren. Het is niet aan de overheid om zich in dat soort zaken te mengen. Het is enorm druk op zondag bij deze supermarkt, terwijl niemand verplicht op zondag werkt of boodschappen doet. Dat de mogelijkheid er is: prima.’

Tot september 2013 werden alle peuterspeelzalen in Meppel en Nijeveen aangestuurd vanuit een neutrale stichting. Nu de gemeentelijke subsidie is stopgezet en de Stichting Peuterspeelzalen is opgeheven en Speelwerk als overnamekandidaat afhaakte, is er een volledig nieuw landschap ontstaan van peuterspeelzalen onder de vlag van verschillende basisscholen.

Veldhorst: ‘Over keuzevrijheid gesproken. Ouders moeten hun kind van 2,5 jaar naar een neutrale peuterspeelzaal kunnen brengen. Naar een plek waar geloof, overtuiging en achtergrond geen rol spelen en zij in contact komen met kinderen uit alle culturen.
Is het nu echt nodig om peuters al in een bepaalde groep te zetten? Er ontstaat nóg eerder en scherper concurrentie dan nodig is. Peuters zijn natuurlijk de vroegste verzekering van voldoende leerlingen op de basisschool.’

Stam: ‘De typering Schoolstrijd in de krant, vond ik zwaar overdreven. Met de neutrale Stichting Peuterspeelzalen heb ik nooit moeite gehad, maar ik vind het ook logisch dat de scholen het peuteronderwijs nu zelf oppakken. Ze zorgen voor de belangrijke doorgaande leerlijn. Ik zie echt niet wat daar mis mee is. Het is al te veel opgeblazen.’

Er wordt veel beloofd en toegezegd door politieke partijen in verkiezingstijd, vinden Veldhorst en Stam. Niettemin ontkomen ook zij ditmaal niet aan één verkiezingsbelofte.

Stam: ‘Burgers gaan we komende tijd nog serieuzer nemen. We moeten als politiek eerlijk vertellen dat de overheid niet overal voor kan zorgen en niet overal meer geld voor heeft. We moeten het samen doen. In bijvoorbeeld wijkgericht werken. Dat de wethouder de wijk intrekt, zou geen nieuws moeten zijn. Dat wijkbudget moet er nu eindelijk eens komen.  Niet alleen laten we mensen meepraten, de politiek moet ook controleren of een maatregel of nieuw beleid de gewenste resultaten heeft. Of de inwoners van Meppel er gelukkiger van worden. Tevredenheid valt best te meten als beoordeling van beleid.’

Veldhorst: ‘Mensen gelukkig maken, is niet de taak van de gemeente en tevredenheid is geen vaste maatstaf. Of je nu wilt of niet, de komende jaren draait het weer om geld. De gemeente financieel gezond maken, is een belofte waar je mij aan mag houden. Het is misschien saai. Financiën raakt alle andere punten op de raadsagenda. Neem de decentralisatie van de zorgtaken.

Die gaan straks gepaard met forse bezuinigingen uit Den Haag. Stel dat de raad die ingrepen met eigen middelen wil verzachten of met aanvullende maatregelen wil ombuigen? Daar is dan simpelweg geen geld voor.’