Herman van Veen opent eigen expositie

Meppel - Herman van Veen is de eerste 'buitenlandse' Meppel-ambassadeur die de bekendheid van de stad gaat uitdragen. Hij kreeg de gouden Meppel speld, een gestileerde ooievaar, zondagmiddag uit handen van wethouder van cultuur Henk ten Hulscher.

Herman van Veen had daarvoor de zomerexpositie in Kunsthuis Secretarie getiteld 'De zorgeloze dagen' met als ondertitel 'In liefdevolle herinnering' geopend. De titel slaat op de periode van zeven achtereenvolgende zomers van zijn zevende tot zijn veertiende jaar die hij bij de familie van Veen en Bralten doorbracht.

Bleekneusje uit Utrecht

Herman van Veen werd in maart 1945 geboren. Een baby van negen pond, zo vertelde hij, gegroeid door aardappelen en suikerbieten die zijn moeder tijdens de zwangerschap als eenzijdige maaltijd had gegeten. De kleine Herman was een bleekneusje dat eerst aansterkte op de Veluwe, maar op zijn zevende liefdevol in Meppel werd opgevangen door ome Henk, een broer van zijn in Meppel geboren vader Jan, en tante Klaasje. In een prachtig betoog waarin de begrippen liefde en herinnering centraal stonden, vertelde Herman over de zorgeloze dagen in die jaren.
Na het overlijden van tante Klaasje teerde oom Henk, de kapper in de Woldstraat, weg door eenzaamheid ondanks de goede zorgen van de familie Bralten. Ome Henk kon het verlies van zijn vrouw geen plek geven. Jonge Herman werd met open armen ontvangen door de familie Bralten. Zijn tante Femmy omschreef hij als een prachtige vrouw met een sociaal hart zo groot als de hele Hoofdstraat. Achter de sportzaak had opa Bralten als fietsenmaker zijn werkterrein. 'Hij sprak geen onzin. Als het twaalf uur was dan was het twaalf uur en dat werd dan even later bevestigd door de Meppeler toren.'

Staphorster Klederdracht

Ome Jan, de man van tante Femmy, was volgens neef Herman een gepassioneerde kerel met als passies zaken doen en sport. Tante Femmy runde het gezin en zorgde daarnaast voor haar schoonvader en haar zuster. 'En dan nam dat gezin ook dat mannetje uit Utrecht nog eens op.' De herinneringen aan die zorgeloze dagen heeft hij weergegeven in een aantal schilderijen dat hij titels heeft meegegeven als Zeker zo lief, zeker zo mooi, De goede handel, Een heerlijk ruikend goedje, Zoveel goeds en Het land dat verdween.
De schilderijen zijn het resultaat van gemengde techniek waarin Herman van Veen stoffen heeft verwerkt, waarvan Staphorster klederdracht wordt gemaakt. Hij herinnert zich de kleuren van de Staphorster vrouwen die iedere zaterdag naar Meppel kwamen en door de Hoofdstraat liepen. 'Vrouwen die zich met een zekere overtuiging kleedden in symbolische kleuren. Al die mensen die iedere zaterdag de Hoofdstraat bont maakten door de rijke schakering van hun kleuren, de symbolische uitingen van hun gemoedstoestand.'

Verbluffende rijkdom

Hij is nu bijna zeventig en met het ouder worden, vertelde hij, wordt de herinnering groter, intensiever en gedetailleerder. 'Naarmate het leven verstrijkt, krijgt het de verbluffende rijkdom van de herinnering. Je herinnert je je geweldige jeugd pas als die voorbij is.'
Eén van zijn herinneringen is de tijd van diaconessen en ziekenhuizen, waarin de jonge Herman zich afvraagt of hij het met zijn broze gezondheid wel gaat redden in het leven. 'Ik herinner me angst. En dan kom ik in Meppel bij mensen die mij willen redden.' In een vraaggesprek voor RTV Meppel, dat tijdens de zomerexpositie op de bovenste etage van de Secretarie is te zien, benadrukt Herman van Veen dat hij geëmotioneerder is als hij Meppel binnenrijdt dan als hij in zijn geboorteplaats Utrecht komt.
Na de dood van zijn ouders is hij gaan schilderen. Zijn moeder overleed drie maanden eerder. Vader kon het verlies van zijn vrouw evenmin verwerken als destijds zijn broer Henk het verlies van Klaasje. 'Als papa begon te vertellen over iets uit 1942 waarbij die en die betrokken waren, dan vroeg hij of hij dat al had verteld. ''Ja, pa, dat heb je al eens verteld''. Mijn moeder zou dan gezegd hebben: ''ja Jan, maar ik wil het graag nog een keer horen. Dat is ware liefde.'

Na de dood van zijn vader zag Herman zijn gevouwen handen. 'Ik keek naar de mijne en vroeg me af: wat zou papa gezegd hebben wat ik nu met mijn handen zou moeten doen? Alsof hij tot me sprak: schilderen. En ik ben begonnen.'

De hele zomer is het werk van Herman van Veen te zien in Kunsthuis Secretarie. Hij was zondag vergezeld van zijn vrouw en zijn vaste gitarist Edith Leerkes. Maandag vertrekt hij naar Berlijn om in het grootste theater van de Duitse hoofdstad op te treden. Met herinneringen aan een mooie zondag in de stad van zijn vader die ook zijn stad werd.

Ton Henzen