Henk en Tina zijn gelukkig in Australië

Het is zondagochtend. Henk heeft zijn werkkleding aan, een fluorescerend, oranje werkshirt, een pet, een spijkerbroek met twee messen eraan bevestigd en uiteraard zijn werkschoenen.

Henk Vondeling en zijn vriendin Kirsten Scheepers uit Appelscha reizen momenteel de wereld rond. Voor Boom regionale uitgevers bezoeken zij emigranten uit ons gebied en tekenen hun verhaal op. Acht jaar geleden ruilden Henk en Tina Fledderus het ‘dichtbevolkte’ platteland van Noord-Nederland in voor de Australische Outback, het vrije leven van de boer. Henk groeide op in Wapse, Tina bracht haar jeugd door in  Nagele. Zij vestigden zich in Moora en ze zegden zelfs hun Nederlandse identiteit daarvoor op. Met grote plannen kwamen zij hier aan. Henk zou namelijk graag een eigen boerenbedrijf starten binnen twee jaar. Hoe gaat het nu met hen en leven zij hun droom?

‘Nee, ik werk niet vandaag’, zegt hij, ‘Ik draag dit gewoon, omdat ik dit erg comfortabel vind zitten.’ Tina zit op de bank. Ze kijkt televisie, samen met de kinderen. ‘Hi, I’m Rose’, zegt de 4-jarige dochter van Henk en Tina. Haar ogen twinkelen. Ze vindt het allemaal erg interessant wat er om haar heen gebeurt en ze staat graag in het middelpunt van de belangstelling. Naast haar zit haar 6-jarige broer, Mike. Ze zijn beide in Moora geboren en echte Australiërs, net als hun ouders. Henk en Tina hadden het hier al snel helemaal naar hun zin en ze zeiden hun Nederlandse paspoort op om Australisch staatsburger te worden. ‘We zijn helemaal Aussie nu met alle dingen die de Outback met zich meebrengt. Ik vind het geweldig’, zegt Henk. ‘Kom, ik laat je wat moois zien.’

Creatief

Tina had eigenlijk nooit verwacht dat ze zou emigreren. ‘Ik woonde in Nagele, waar ik op het boerenbedrijf van mijn vader opgroeide aan de Professor Brandsmaweg. We hadden een akkerbouwboerderij en ik hielp al van jongs af mee in de aardappels. Aan de ene kant woonden mijn opa en oma. Mijn opa was boer en mijn oma was voornamelijk heel creatief. Ze was ontzettend goed in handwerk en ze maakte van alles. En daarnaast woonde de familie Vliek, waar ik mijn eerste bijbaan aan te danken heb. Dat was het afvullen van yoghurt/melk en kwark. Hij had een geitenboerderij . Lui thuis zitten was er niet bij. Na mijn tijd aan de Bonifatius mavo in Emmeloord, volgde ik de opleiding tot Farmacie aan het Deltion College in Zwolle. Na mijn opleiding ging ik aan het werk voor Apotheek Wittesteyn (nu Apotheek West) in Emmeloord.’

Melkveebedrijf

Henk, die eigenlijk altijd aan het werk is, heeft het er met de paplepel ingegoten gekregen. Al sinds hij zijn eerste stappen kan zetten, loopt hij al rond op de boerderij. Zijn ouders, Anne en Henny Fledderus, hadden een klein melkveebedrijf in Wapse. ‘Ik vond het fantastisch tussen de koeien en ik heb er eigenlijk een trekkertik aan overgehouden. Mijn vader vond het verstandig om mij te laten studeren. Het heeft geen zin om mijn boerderij over te nemen, er zit geen toekomst in, zei mijn vader tegen mij. Ik ging de lagere en de middelbare landbouwschool volgen in Meppel. Daarna vertrok ik naar Apeldoorn om landbouwwerktuigbouwkundetechniek te volgen. Dat vond ik bar interessant’, vertelt Henk als hij in zijn witoranje auto stapt. Normaal is hij geheel wit, maar de auto zit helemaal onder de rode Outback stof, omdat hij er flink mee door de modder heeft gescheurd. In de Landcruiser rijdt hij naar ‘zijn’ land.

‘In het laatste jaar van mijn opleiding in Apeldoorn moest ik stage lopen. Mijn eerste stage volgde ik in Venlo, maar voor mijn tweede stage had ik een leuker idee. Samen met twee vrienden besloot ik de stage zo ver mogelijk van huis te volgen. Dat plan bedacht ik met Gerard en Gijsbert. Zo kwam ik in Australië terecht. Gerard en Gijsbert ook trouwens. Ik kon naar Moora, Gerard naar Dalwallinu en Gijsbert naar Mukinbuden, allemaal kwamen we in West-Australië terecht. De stage duurde drie maanden, maar het beviel mij zo goed dat ik uiteindelijk langer dan twee jaar bleef. Mijn studiegenoten vonden tien maanden wel lang genoeg.’

‘Dat is eigenlijk ook de manier hoe ik mijn vrouw heb ontmoet. Gerard is haar broer.’ Henk lacht. ‘En hier zit ik nu samen met haar. We e-mailden vaak toen ik hier voor het eerst zat. Eerst ging dat voornamelijk over mijn werkzaamheden in vergelijking met die van haar broer, later werd dat pure interesse voor elkaar.’

Terwijl ze elkaar nauwelijks kenden, haalde Tina hem op van het vliegveld in 2001, toen Henk eindelijk klaar was met het werken in Australië. ‘Ja, dat deed me wel wat. Iemand die zoiets voor je doet, laat je toch niet lopen?’, zegt Henk met een brede glimlach op zijn gezicht. ‘Ik bleef natuurlijk in de buurt van haar om haar beter te leren kennen. Ik ging aan de slag bij een loonbedrijf in Drenthe en later zelfs in Nagele, waar Tina woonde. Daar had ik de mogelijkheid om een vaste aanstelling te krijgen.’

Onrust

De onrust bleef en het buitenland bleef trekken. Tina besloot de horizon in tussentijd ook wat te verbreden. Ze vertrok voor een maand naar Nieuw-Zeeland met een vriendin en bij terugkomst besloot ze met Henk de plaatsen te bekijken waar hij geweest was.. en waar hij terug wilde. Daar was ik wel heel nieuwsgierig naar geworden’, vertelt Tina.

‘In het begin was ik niet echt blij, omdat Henk hier meteen na aankomst aan de slag ging om met de graanoogst te helpen. Ik zat me bij zijn oude werkgever in de woonkamer te vervelen en kende niets en niemand om me heen. Moora was ook zo bekeken. Het is een dorp net zo groot als mijn oude woonplaats, het had alleen wel wat meer faciliteiten, zoals een eigen ziekenhuis, een supermarkt, een grote school, vier bankkantoren, twee autodealers en twee bouwmarkten. Gelukkig bleven we drie maanden, dus na twee maanden gingen we een maand rondreizen. Ik vond het een mooi gebied en ik was het met Henk eens, hier zou ik ook wel terug willen.’ Terug in Nederland werden serieuze plannen gesmeed. Niet ver van zijn royale woning draait Henk een kilometer lange oprit op. Dit is waar Henk als een van de drijvende krachten zijn ei kwijt kan. Het is niet de rode stof waardoor Henk van die oranje handen heeft, hij werkt op een 210 hectare grote sinaasappelplantage. ‘Hier ben ik de workshopmanager. Ik houd hier met name onze voertuigen en machines en ongeveer de helft van ons personeel draaiende.’

Henk is niet zijn eigen bedrijf gestart, zoals hij eerder hoopte. ‘Dat had gekund, maar de prijzen van het land waren drie keer zo duur dan toen ik hier voor het laatst was, kortom, onbetaalbaar. Ik ben hier nu erg blij mee. Ik heb zekerheid en ik heb absoluut niets te klagen.’ Het bedrijf waar Henk werkt, voorziet heel West-Australië van sinaasappels. ‘We kunnen dit jaar  tweeënhalf duizend ton aan sinaasappels leveren. In vijf jaar hopen we dat de totale productie op zo’n twaalfeneenhalf duizend ton sinaasappels en mandarijnen zal zitten.’ Zelf lust Henk ook wel een sinaasappeltje. ‘Ja, ik eet er zo’n zes per dag. Heerlijk.’

Wateropvang

Zelf bezitten Henk en Tina een erf van vierentwintig hectare, net buiten het centrum van Moora. Ze hebben een oprit van een paar honderd meter, een zwembad - want in de zomer kan de temperatuur wel oplopen tot boven de vijfenveertig graden - en ze zijn geheel zelfvoorzienend. ‘Op de stroom na. Dat komt hier binnen via een lijntje boven de grond, maar we kunnen wel overspringen op een generator. We moeten wel in de Outback, de stroom valt hier ongeveer tien keer in het jaar uit. Dat is niet fijn in de zomer als je dan je airconditioning niet kunt gebruiken.’

Verder hebben ze hun eigen wateropvang, waar ze het hele jaar door van drinken en dergelijke, een septietank die als riool dient, zonnepanelen voor extra stroom en hout voor de verwarming van het huis. ‘We hebben een groentetuin waar we van eten, 45 kippen die ons vele eieren bezorgen. Afval wordt in de wintermaanden verbrand, op wat recyclemateriaal na. Elk jaar komt Henk zijn vader langs om te zien hoe het er voor staat. ‘Hij komt hier niet om vakantie te vieren’, zegt Henk. ‘Hij werkt graag. Als hij ‘op vakantie’ is steekt hij liever zijn handen uit de mouwen.’ Net als Henk dus. Hij is een beetje werkverslaafd in de goede zin van het woord. Hij pakt alles aan en de hectares van de familie liggen er stuk voor stuk keurig bij. ‘Elk jaar als mijn vader komt, moet ik een project verzinnen van hem. Een project die we samen uit kunnen voeren, zoals het bouwen van een carport bijvoorbeeld. Zo hebben we aan onze woning en rondom de woning behoorlijk wat dingen bijgebouwd. We hebben een dak boven het terras gebouwd, een kippenhok gerealiseerd en in de schuur hebben we een zolder gemaakt. Ik moet nog bedenken wat we de volgende keer gaan doen. Ook heeft hij gewoon een keer een tijdje meegedraaid op de citrusboerderij. Hij vond het geweldig.’

Tina en Henk hebben vijf hectare van hun land nog niet benut. ‘Wij weten nog niet echt wat we daarmee van plan zijn’, zegt Tina, die zelf als apothekersassistente in Moora begon. ‘Dat doe ik niet meer’, zegt ze. Dat is meer een baan als drogisterijmedewerkster als iets waarvoor ik ben opgeleid. De apotheker doet hier alle recepten. Omdat de kinderen geboren werden, ben ik dus gestopt en ben ik mijn eigen bedrijfje begonnen, TF Creations. Dat is een handwerkbedrijfje met al mijn eigen creaties. Ik maak dingen als quilts en portemonnees en alles daar tussenin. Ondanks de lage dichtbevolktheid loopt het bedrijfje erg goed. Mijn naamsbekendheid heb ik voornamelijk aan mijn tijd als apothekersassistente en mijn vrijwilligerswerk te danken, denk ik. De mensen weten mij goed te vinden en dat is belangrijk.’
Dat Tina veel op haar oma lijkt, is duidelijk; heel creatief, werken vanuit huis en haar man werkt op het land en is altijd druk bezig. Henk komt eraan lopen: ‘Ik heb wel een goed idee voor de onbenutte vijf hectare’, zegt Henk. ‘Misschien zijn kamelen wat. Die kunnen wij dan melken. Dan hoeven we ook geen melk meer te kopen.’ Ze lachen. De kinderen begrijpen er weinig van, want die spreken alleen Engels.

Fietsen

Wat wij missen aan Nederland? Beide denken heel hard na. ‘Echt weinig’, zegt Tina dan. ‘Ik kan niet echt wat bedenken, op familie na natuurlijk. De Nederlandse producten kopen we wel in Guildfort, vlakbij Perth, ongeveer tweehonderd kilometer hier vandaan.’ Sinds de acht jaar die we hier nu wonen, zijn we nog maar één keer terug geweest. ‘Dan zie je het verschil wel hoor. De trekkers in Nederland moeten na drie keer zigzaggend op het land alweer van de openbare weg gebruik maken. Hier in Australië komen ze misschien één keer in de tien jaar op de openbare weg. En wat is Nederland groen vergeleken bij het gebied waar wij wonen. Hier is het meer dan de helft van het jaar kurkdroog en dor. Dat viel ons echt op. O ja, wat ook wel hilarisch was, is dat wij bij het boeken van onze reis naar Nederland werden geadviseerd een verzekering te nemen omdat wij wel eens verrast zouden kunnen worden door de vele fietsers in het land. Dat fietsen kennen ze hier niet. Alles is te ver weg om een fiets te gebruiken.

Ik moet het eerlijk bekennen. Sinds wij hier wonen, hebben wij ook niet meer gefietst en onze kinderen kunnen nog niet fietsen. Wat een fijn weerzien was dat met onze familie en vrienden, echt fantastisch. Het was de eerste keer dat de meesten van de familie en vrienden onze kinderen hebben gezien.

Ook ben ik ontzettend blij dat we vorig jaar een foto hebben gemaakt met daarop vier generaties, want niet veel later is mijn oma overleden’, zegt Tina. ‘Dan zitten we wel ineens erg ver weg.’