‘Het is geven en nemen’

Meppel - De Meppeler Courant gaat de wijken in om te zien wat er leeft onder de inwoners. Wat wordt als prettig ervaren? Zijn er klachten? Hoe zijn de voorzieningen? Is het veilig? Zijn er genoeg activiteiten? In deze 15e aflevering: de Binnenstad.

‘Alles is dichtbij.’ Als je in de binnenstad woont, klinkt dat als een cliché. Toch zegt nog een redelijk aantal inwoners dit op de vraag wat er zo fijn wonen is in de binnenstad. Naast dat alles dichtbij is zijn er zo een paar vraagstukken die in elke binnenstad kunnen opgaan: ‘Hoe vinden de bewoners de activiteiten?’, ‘Wat vinden ze van de leegstand’ en ‘hoe zit het met het groen’, wetende dat er in een binnenstad nooit veel ruimte is voor groen.

Om maar meteen antwoord te geven: behalve over de leegstand zijn er nauwelijks klachten. ‘Ik houd van groen en ik ben erg blij dat we nog wat bomen hebben,’ vertelt de heer Koster, terwijl hij naar de bomen langs de gracht wijst. ‘Ik heb naast het Wilhelminapark gewoond en daar is veel groen. Daarom ben ik blij dat er nog wat groen hier is. Ik zal alleen nog blijer worden als de bomen wat ouder zouden zijn. Laten we maar zeggen dat de bomen hier in bloei staan.’

Vogeltjes

Datzelfde geldt ook voor een andere inwoonster in de binnenstad die boven de Albert Heijn woont. ‘Ik kom uit Ameland en woon hier nog maar een maand. Het is wel even wennen. Toen ik hier kwam wonen, vond ik het jammer dat ik helemaal geen vogeltjes hoorde. Dat was nog echt mijn Amelandse ervaring. In het begin zag ik het groen helemaal niet, maar nu ik wat meer begin te wennen, ben ik erg blij met het stuk groen tegenover mijn huis. Ik heb echter al gehoord dat ze daar huizen op willen gaan bouwen.’

Over het algemeen zijn de bewoners in de binnenstad tevreden over de activiteiten. De heer De Vroome spreekt van ‘geweldige activiteiten.’ ‘Er is markt op het Kerkplein, we hebben onlangs het Grachtenfestival gehad en nu zijn de Donderdag Meppeldagen er weer. Er is voor jong en oud genoeg te doen hier.’ Net als de heer de Vroome is mevrouw Van Deel zeer te spreken over de evenementen. ‘Het is een gezellige binnenstad. We houden van de activiteiten die er zijn.’
Overlast van de activiteiten? Daar hoef je bij de meeste mensen niet mee aan te komen. ‘We houden wel van reuring om de deur. Dat maakt het zo gezellig. En de activiteiten zijn natuurlijk niet elk weekend en elke dag,’ aldus mevrouw Van Deel.

Muziek

Dat is anders voor de heer Heelta. Echt overlast heeft hij niet van alle activiteiten in de stad, maar het zijn er volgens hem wel veel. Te veel. ‘De Donderdag Meppeldagen zijn begonnen en dan heb je nog Meppel Live, terwijl het Grachtenfestival en Meppel Culinair net zijn geweest. Volgens mij zit niet iedereen daar op te wachten, maar dat moeten de mensen zelf weten.’

Voor de mevrouw uit Ameland is het even een switch. Van de rust op het eiland naar de activiteiten in de stad. ‘Ik houd wel van muziek. Ik vond het alleen tijdens het Grachtenfestival te veel. Je had de muziek van het festival en al het lawaai van de kermis er tussendoor. Het was jammer dat het tegelijkertijd gehouden werd, want ik vind het heel tof dat er zoveel evenementen in de stad zijn met muziek. Het moet alleen niet tegelijkertijd zijn.’

Leegstand

Niemand vindt het leuk als er leegstand is in het centrum, maar de Swaenenborgh is volgens velen een doorn in het oog, zeker voor de mensen die er boven wonen. De ‘verpaupering’ zorgt volgens de bewoonsters niet alleen voor een vervallen gezicht, sinds de sluiting van de bioscoop is er ook meer troep en viezigheid te zien op de trappen omhoog. Blikjes, zakjes en restjes voedsel blijken een veel voorkomend verschijnsel in de voormalige ingang van de bioscoop. De heer de Vroome ziet het bijna elke dag gebeuren. ‘Er zaten net twee jongens op het muurtje naast de ingang, maar ze laten de blikjes cola achter. Het is een smerige bende. Laat het duidelijk zijn: ik heb er geen probleem mee dat de jongens er zitten, ze moeten gewoon de rommel opruimen.’

Behalve dat dit winkelcentrum er niet aantrekkelijker op is geworden, is er nog een indirect nadeel van leegstand. De heer Steenbergen legt uit: ‘Op de Stoombootkade hangt vaak ’s avonds en ’s nachts wat jeugd rond. Daar hebben we geen last van, maar ze laten wel vaak troep achter. Dat is wel jammer en als je er wat van zegt dan krijg je de bekende reacties: ‘Is dit jouw probleem?’ Enzovoorts. Maar het is geven en nemen als je in de binnenstad woont. Misschien wordt het binnenkort beter, want ik heb gehoord dat er een Roemeens restaurant gaat komen in het leegstaande pakhuis.’

Het is nog maar de vraag of het probleem voorbij is als er minder leegstand is. De grootste klacht van het wonen in de binnenstad gaat over hangjongeren en de troep die ze achterlaten. De heer Koster: ‘Tijdens het Grachtenfestival werd mijn vlag uit de vlaggenstokhouder gehaald en in de gracht gegooid. Je hebt ook uitgaansjeugd, dat soms wel eens wil schreeuwen.’ Hij relativeert het wel door dit te omschrijven als ‘lage overlast’. ‘Op een schaal van één tot tien is dit een twee. Het is totaal andere overlast dan onlangs in Den Haag.’

Voor mevrouw van Dijk is de overlast door de jeugd aan het verminderen. ‘De schooljeugd fietste vaak aan de linkerkant van de weg, maar dat is minder geworden sinds ze allemaal naar Ezinge moeten.’ Tijdens de uitgaansavonden is het geen uitzondering als door het uitgaanspubliek er krassen op de auto zitten of dat de spiegels kapot zijn.

Parkeren

Parkeren in een binnenstad kan altijd voor problemen zorgen. De reacties van de bewoners hierover verschilt enorm. Mevrouw van Deel is uiterst tevreden aan de Looierij, terwijl boven de Swaenenborgh het meer gedoe is. ‘Hier parkeren is een verademing,’ vertelt mevrouw van Deel. ‘Voorheen woonden we in de Kastanjelaan en het parkeren daar was één groot probleem, maar hier hebben we gewoon een plek voor de deur.’ De bewoners boven de Swaenenborgh moeten hun auto een stuk verderop parkeren. ‘Je zou denken dat wij gewoon de auto hierboven mogen parkeren, maar dat is niet zo. Wij moeten onze auto’s achter de ING parkeren, terwijl negen van de tien parkeerplaatsen hierboven altijd leeg staan, ook tijdens de drukkere tijdstippen. Dat is gewoon echt heel stom.’

Goed wonen

Het is volgens de bewoners al met al goed wonen in de binnenstad. Er is nauwelijks overlast van de activiteiten, de mensen weten als ze in de binnenstad gaan wonen dat het niet snel rustig zal zijn. Hoewel er toch relatief veel mensen hebben aangegeven dat het rustig wonen is. Voor zover het groen: het is bekend dat hoe dichter je bij een binnenstad komt, hoe minder ruimte er is voor groen. Daar liggen de bewoners dan ook niet wakker van en het Wilhelminapark is dichtbij.

‘Vroeger liepen we met de hond zo naar het park of naar de Reest. Je bent er snel,’ vertelt mevrouw van Deel. ‘Eigenlijk wilden we al lange tijd hier gaan wonen. Toen we dit huis leeg zagen staan, zijn we er voor gegaan. We wonen nu drie jaar aan de Looierij en we zijn allebei super tevreden. Je hebt hier nog net de rust, maar wel alle gezelligheid en het gemak van gelijkvloers, wat helemaal fantastisch is.’ Natuurlijk zijn er wel wat klachten, vooral de troep, voornamelijk door hangjeugd, is veel genoemd. Het is zoals de heer Steenbergen het omschrijft: ‘Het is geven en nemen in de stad.’

Door Stefan Klomp