Vaarboer Dries Eker in de rubriek Bijzonder Boeren: ‘Het houdt een keer op’

Dwarsgracht - Halverwege de twintigste eeuw woonden er op Dwarsgracht 37 boeren, ook wel vaarboeren genoemd. Begin 2014 was melkveehouder Dries Eker (1933) nog als laatste boer over.

Boer zijn op Dwarsgracht verschilde nogal met elders op het platteland. Door het vele water en de weinige wegen in het gebied ging bijna alles per boot. Eker: ‘Mijn vader had bij het Giethoornsche Meer een stuk of zes koeien lopen. ‘s Ochtends voeren we daar eerst heen om te melken. Je was zo een half uur onderweg. Als we in de turf zaten, bleven we overdag van huis. We hadden brood en koffie mee. ‘s Avonds voeren we eerst naar de koeien om ze te melken. Daarna gingen we pas naar huis. Anders bleef je heen en weer varen.’

Geen fatsoenlijke wegen

Begin jaren vijftig nam Eker de boerderij van zijn vader over. Fatsoenlijke wegen waren er op Dwarsgracht nog niet. ‘De weg aan de overkant van de gracht is pas in 1957 aangelegd. Als er krachtvoer werd gebracht, zetten ze dat op de steiger aan de overkant. We brachten die zakken dan zelf met de bok daar vandaan naar de boerderij.’ Paarden gebruikte Eker niet, vanwege al het water in de buurt: ‘We maaiden het gras altijd met de zeis. En later met de motormaaier. Dat ging ook goed hoor. Er waren hier maar een stuk of drie boeren met een paard. Als dat dier niet in de bok wou, deden ze hem achterstevoren in de boot. Of ze gooiden hem een jas over z’n hoofd. Dan ging het vaak beter.’
Het hooi sloeg Eker op in de hooiberg achter de stal. ‘Op het land maakten we oppers om het gemaaide gras te laten drogen. Die brachten we met de boot naar huis. Zo’n opper tilde je met twee man in de boot. Er pasten er ongeveer zestig in, drie stapels hoog. Dat was zwaar werk. Thuis was je bijna de hele middag bezig om die schuit leeg te prikken. Je was de hele zomer aan het hooien.’ Later liet Eker z’n hooi in pakjes persen. ‘Die haalde ik ook naar huis met de bok. We brachten ze naar boven in de hooiberg met een transporteur. Dat is zo’n lopende band waar je de pakjes op kan zetten.’

Nooit meer dan twintig koeien

De waterrijke omgeving beperkte de Dwarsgrachter boeren in hun uitbreidingsmogelijkheden. Eker heeft op zijn boerderij nooit meer dan twintig koeien gehad. ‘s Winters stond het vee op stal maar in het voorjaar bracht hij ze met de boot naar het land toe, waar ze dan de hele zomer bleven staan. Zijn hele boerenleven molk Eker op het land, bijna zeventig jaar lang. ‘In 1960 heb ik een melkmachine gekocht, een Hektor. Dat was zo’n weidewagen waar je de koeien aan vast kon binden. De laatste jaren heb ik in een doorloopwagen gemolken. Als het regende was dat veel makkelijker, maar in de zomer was het ook weleens verrekte warm! Je kon de deur niet opendoen, want anders vlogen de koeien er weer uit!’

Boot vol met melkbussen

Vroeger werd de melk van de boeren op Dwarsgracht opgehaald door de melkvaarder. Die bracht zijn boot vol met melkbussen naar de fabriek in Giethoorn. Later moesten de boeren hun bussen zelf op een centrale steiger klaarzetten. Na de komst van de melktank werd de melk alleen nog opgehaald door een tankauto. ‘Maar die kon niet bij ons en vijf collega’s aan deze kant van de gracht komen’, zegt Eker. Een groot probleem, want hoe moesten ze dan hun melk aan de fabriek leveren? Om de boeren tegemoet te komen, bouwde de melkfabriek in 1982, met hulp van de provincie en het Rijk, een gezamenlijk melktanklokaal. Dit was een klein gebouwtje met een rieten dak dat nog steeds bestaat. ‘We moesten allemaal onze eigen tank betalen, die in dat lokaal kwam te staan’, legt Eker uit. ‘We brachten de bussen er per boot naartoe, waarna we de melk overgoten in onze eigen tank. Je moest wel samenwerken, noodgedwongen natuurlijk. Anders had ik er direct wel mee kunnen stoppen.’


Na het overlijden van zijn moeder, nu bijna twintig jaar geleden, bleef Eker alleen achter op de boerderij. De laatste jaren heeft hij een vriendin. ‘Anders ben je ook maar alleen.’ Eker boerde nog jarenlang op kleinschalige wijze door, maar op het laatst kostten de koeien hem meer geld dan dat ze opleverden. ‘En je had er veel werk mee, want je moest nog wel grasmaaien en hooien.’ In het voorjaar van 2014 ging het lichamelijk niet meer. ‘Wat er precies aan scheelt weet ik niet, maar ze hebben me helemaal ondersteboven gekeerd en ik slik nu een doos vol pillen! Niks aan, ouder worden.’ Met pijn in zijn hart heeft Eker zijn koeien moeten verkopen. ‘Ze lopen nu bij een boer in Giethoorn-Zuid. De stallen staan er nog allemaal en de melkinstallatie zit er nog in. Ik zou hem zo aan kunnen zetten en weer gaan melken. Maar ja, het houdt een keer op.’

Dit verhaal is een voorpublicatie van het boek Vooruitboeren. Overijssel 1950-2000, dat historici Ewout van der Horst en Martin van der Linde van de Stichting IJsselacademie in Zwolle hebben geschreven. Het boek verschijnt in oktober bij uitgeverij WBOOKS voor 19,95 euro.