Klaas Hofstede: 'Ik ben coureur en coach tegelijk'

Staphorst - Drie jaar na de oprichting van de AMBC Staphorst in 1966 zag Klaas Hofstede het levenslicht. En op zijn vijfde verjaardag, in 1974, mocht hij al motorcross beoefenen in de grote tuin tussen de appelbomen.

Dit achter het bedrijf van vader Jan aan de Gemeenteweg in Staphorst. Op 7-jarige leeftijd volgde het bezoek aan de minibanen van Hasselt, Kampen, Heerde, Wezep, Epe, Nunspeet, Rutten, Havelte, Zuidwolde en Assen, om zich voor het eerst in de schijnwerpers te rijden op zijn Homoet-Kreidler 50 cc. Apetrots kwam hij thuis met zijn eerste beker, verdiend op de baan van Heerde, waarna al snel vele triomfen volgden op regionaal niveau. Daarna begon een lange loopbaan op districtsniveau, in het NK en het ONK, internationaal en zelfs in de Grand Prix.

Vele circuits uit die beginjaren zijn inmiddels allang gesloten, maar Klaas Hofstede is er anno 2016 nog immer bij. En ook nog niet onverdienstelijk, want in de nationale motorcross – het NK voor louter Nederlandse deelnemers – draait hij nog steeds in de MX 1-top mee. En hij heeft zelfs ambities om bij het WK voor veteranen – eind augustus in Assen (vorig jaar vierde) – nog voor een verrassing te zorgen.

Diehard

In november wordt hij al 47 jaar en hoewel hij al eerder overwoog om de helm in de wilgen te hangen, is het er nog niet van gekomen. Meer AMBC-clubleden kunnen op een lange loopbaan terugzien – zoals Henk Bloemert, Geert Jellema en wijlen Hans Gebben – maar Klaas Hofstede is onderhand de rasechte diehard die het zo lang op een competitief hoog niveau volhoudt. ‘Ik train er nog steeds voor en zolang ik er nog plezier in houd, het fysiek aankan en ik me ook nog redelijk kan meten met concurrenten, is stoppen nog niet aan de orde. Ik ben wel deels aan het afbouwen en kom dus al een aantal jaren niet meer op het hoogste niveau in actie. Maar ik begeleid ook nog ons eigen Hofstede MX Racing-crossteam, waardoor ik naast mijn eigen wedstrijden ook oog heb voor jonge teamgenoten die in andere klassen actief zijn. Ik ben dus coureur en coach tegelijk en die combinatie gaat me goed af. Zo ben en blijf ik er nog volop bij betrokken’, stelt Klaas Hofstede.

Bij het 40-jarig clubbestaan overwoog hij serieus te stoppen toen hij aan de Industrieweg een eigen cross- en motoronderkomen opende. Maar tien jaar later is hij nog steeds actief en van een handdoek in de ring lijkt nog geen sprake. Klaas Hofstede noemt zichzelf een selfmade man. Hoewel hij onbetwist zijn ouders Jan en Klaasje, Henk Bloemert en Gerard van Dijk veel dank is verschuldigd, noemt hij in ieder geval de crossperiode tot zijn veertiende levensjaar vooral zelfontdekkend. ‘Ik bedoel dan de crosstechniek an sich. Dat heb ik vooral allemaal zelf moeten uitvinden. Natuurlijk waren mijn ouders enthousiast en hebben ze qua tijd en geld best veel in mij geïnvesteerd. Met oud-topper en destijds ons Husqvarna-visitekaartje Henk Bloemert heb ik veel kunnen trainen en de kunst afkijken. En Gerard van Dijk heeft op conditioneel gebied zijn waarde wel bewezen. Ik kreeg wel tips en veel aanmoediging en support, maar de crosstechniek heb ik eigenlijk mezelf compleet eigen gemaakt. Het was in die periode vooral een kwestie van doen, enthousiast blijven en vanwege aanleg en succes steeds naar hogere doelen streven. Van de 50 cc ben ik op jonge leeftijd al naar de 125 cc overgestapt, nu vergelijkbaar met de 85 cc grote wielen-klasse. Op 16-jarige leeftijd ging ik op de 250 cc-tweetakt van start en nationaal was ik via de promotieregeling toen al snel een vaste waarde op NK-niveau. Toen nog immer op ons eigen thuismerk Husqvarna, maar in 1989 kwam daar een einde aan door de overstap op Honda. Bij die kwartliters heb ik veel furore gemaakt en tot pakweg zes jaar geleden was dat mijn klasse. De viertakt zag ik eerst helemaal niet zitten, maar ik moest er toch aan geloven en de overgang is eigenlijk best redelijk verlopen in de MX 1. Elke keer weer een stapje hoger en doelen bijstellen: zo is mijn loopbaan wel te kenschetsen.’

Naar hartenlust

Hij groeide aanvankelijk op in het zogeheten Kerkenbosje. ‘Dat lag over de A28 aan een zandpad richting Meppel, waar we met de motor aan de hand naartoe wandelden of werden gebracht. Toen kon je er naar hartenlust elke middag wel crossen. Bloemert was toen de topper tegen wie we opkeken. We probeerden hem na te doen met nog een aantal enthousiastelingen. En als we vakantie hadden, waren we er elke dag te vinden. Dat kon toen gewoon nog: het werd gedoogd. Er zijn zelfs plannen geweest om daar een baan in te richten. Later is dat toch ’t Wiede Gat geworden, waarop ik uiteraard veel heb gereden en dat ik vanaf het eerste uur ken. In die ruim 40 jaar dat ik op de crossmotor zit, heb ik denk ik wel de meeste clubtitels ooit behaald. Het exacte aantal weet ik nog steeds niet en moet door de AMBC nog een keer uitgezocht worden. Ik denk dat ik meer dan 25 titels op mijn naam heb staan. Dan ben ik ook nog diverse keren motorsportman geworden. Ik ben daar trots op, want deze club is wel de basis van waaruit ik de weg omhoog ben ingeslagen. De club is in al die jaren toch ook wel een beetje vergroeid met onze crosszaak: wederzijds hebben we elkaar ook vaak gesteund en veel aan elkaar gehad. Onderhand heb ik al wel meer dan duizend bekers en trofeeën bij elkaar gereden, die thuis op zolder in dozen staan. Nee, ik kijk er haast nooit naar, maar je zou er haast een klein museum van kunnen inrichten. Maar zo ben ik niet: ik hou niet zo van zelfverering. Ik wil met beide voeten op de grond blijven staan en nuchter blijven. Maar ik realiseer me ook dat het al met al een hele lange periode is dat ik motorcross beoefen.’

Op club- en regioniveau mag Klaas Hofstede zonder meer een topper genoemd worden en een visitekaartje van de streek. Maar nationaal en internationaal noemt hij zichzelf toch liever een subtopper of erkend wedstrijdrijder, waarbij de buitenwacht hem prijst om zijn vakmanschap op de baan: een nette, zuivere en secure rijder, goede lijnen rijdend, technisch een lust voor het oog als ware het een crossatleet. Daarbij krijgen insiders ook steeds meer respect voor de manier waarop hij met zijn sport omgaat en promoot en dat bovenal na zo’n lange staat van dienst. Dat hij zijn krachten ook aanwendt om via zijn eigen crossteam jonge coureurs op te leiden om landelijk hun mannetje te laten staan, krijgt nog eens extra waardering. Hofstede is van de generatie Strijbos, Van den Berk en Tragter (ex-wereldkampioenen), maar vergelijkt zichzelf vooral met mannen als Edwin Evertsen, Gert Jan van Doorn, Willy van Wessel, Remy van Rees, Toine van Dijk en Van Oirschot. ‘Dat waren de rijders uit mijn nationale en internationale jaren, die ongeveer gelijkwaardig aan elkaar waren. Ik noem dat graag subtoppers, onder wie ik mezelf dus ook schaar. Maar wel subtoppers die veel energie in de sport stopten en van wie er toen veel meer waren dan tegenwoordig. Het gat tussen top en subtop is nu gigantisch. Elke cc-klasse had in mijn topjaren zo’n pakweg 18 tot 20 wedstrijden per seizoen en ook nog eens drie manches op een dag. Je maakte destijds flink wat meer wedstrijdkilometers. Maar ook toen trainden we veel meer op de motor dan nu en waren er veel meer kanshebbers op de zege. Als ik nu naar mijn eigen team kijk, moet ik helaas constateren dat we in totaliteit gewoon te weinig uren maken. Tendensen kan ik ook niet tegenhouden en ik wil er ook niet over oordelen. We leven in andere tijden. Waar ik wel van baal is dat jeugd soms tegenslag zo snel op materiaal afschuift. De machine doet het zogenaamd niet goed. Motoren van tegenwoordig zijn gewoon erg goed, dus het is beter de oorzaak bij jezelf te zoeken. Veel meer staat of valt succes met hoe je jezelf wilt inzetten voor de sport: wat heb je ervoor over. Uren maken, trainen, motivatie, discipline en mentaliteit: dat zijn de belangrijke elementen. Zo’n Jeffrey Herlings is zeker veel gestimuleerd door zijn vader Peter, maar het hoge GP-niveau waarop hij nu rijdt is vooral door hemzelf bereikt. Vallen en opstaan, door diepe dalen gaan, volle bak trainen, van fouten leren en een sterke focus hebben. Kampioenen worden nooit geboren, die ontwikkelen zichzelf. Wat dat  betreft zie ik het op crossbanen toch te vaak misgaan. Ouders die alle geld in hun kind steken en voor het kortetermijnsucces gaan en meteen veel te hoge verwachtingen koesteren. Na enige jaren zijn ze afgebrand, maar dan begint het pas. Zo werkt dat dus niet: de motivatie van de coureur is allesbepalend. Gelukkig zijn er mede door de KNMV en trainerscursussen nu lieden die in de begeleiding van wanten weten en het pad van de geleidelijkheid uitstippelen. Trainers ook die zelf op hoog niveau hebben gereden en de valkuilen kennen. Wat dat betreft is die specifieke begeleiding compleet langs mij heen gegaan. Maar door al die jaren ervaring weet ik wel wat goed en niet goed is voor de motorcrosser.’

Vaste waarde

Hofstede MX Racing is al vele jaren een vaste waarde in de nationale rennerskwartieren. Via de 65 en 85 cc wil het team jonge rijders opleiden om op ONK-niveau (nu het internationale Dutch Masters) uit te komen. Met vijf jonge rijders in de 85 cc en MX 2 hoopt men de aansluiting op termijn te kunnen maken. Volgens Klaas gaat dat met vallen en opstaan en spelen ook blessures enige coureurs parten. Elke week wordt een vast programma afgewerkt: fietsen op maandag, gezamenlijke conditietraining op dinsdag, motortraining op woensdag op diverse afwisselende banen (Heerde, Emmen, Makkinga, Nunspeet, Marum, Rutten en Arnhem), donderdag conditietraining, zaterdag en zondag afwisselend wedstrijden en motortraining. Daarbij moet Klaas Hofstede zelf soms verzaken vanwege zijn bedrijf en in het weekend rijdt hij maar één wedstrijd.

‘We zijn hier nu een aantal jaren mee bezig en ik ben blij met mijn naamgenoot Klaas Hofstede (de vader van Christian) die medeteameigenaar is en met de ondersteuning van Jarno Slager, Karl en Roelof Timmerman en Klaasje Hofstede en uiteraard mijn vrouw Anita. Zij is al die jaren ook zo’n trouwe steun en toeverlaat voor ons gezin. Vroeger hadden we in Herjan Brakke ook een teamrijder die gaandeweg als een komeet omhooggeschoten is. In zijn eerste jaren reed hij alleen maar wedstrijdjes, maar gaandeweg heeft hij de sport heel serieus opgevat en is flink  aan het trainen geslagen. Hij had een ongelooflijke wilskracht: hij heeft nog meer bereikt op inzet dan talent. Bij ons heeft hij nog EK gereden, maar Herjan is naar de Grand Prix gepromoveerd en voor andere teams op Yamaha en Kawasaki actief geweest. Zijn familie was mentaal een grote steun en Herjan ontwikkelde ook een professionele instelling. Zelfs op het gebied van voeding, periodisering en fysieke testen wenste hij zich een topper en WK-rijder te voelen. We zijn er trots op hem aanvankelijk in ons team te hebben opgeleid. Hij is ook een tijdje ons visitekaartje geweest. De jeugd kon zich aan hem optrekken en ook aan hem spiegelen. Eens in de zoveel tijd komen zulke kanjers tevoorschijn en die zijn erg belangrijk voor de club. Helaas moest Herjan door een voetblessure definitief afhaken in de WK-strijd, maar hij zet zich nu ook in voor een aantal jonge crossende clubleden en een paar coureurs van elders. Bovendien is hij nu testcoureur voor Yamaha Europe. Natuurlijk hopen we ooit nog zo’n type coureur in ons team te kunnen opnemen.’

Het leven van een motorcrosser gaat nooit over rozen. Over hobbelige zandbanen, door knippen en over de vele stuiters is en blijft het een kunst om de machine onder controle te houden. Dat vergt veel stuurmanskunst, evenwicht, gevoel, ervaring en voorspellend vermogen. Anticiperen dus en dat kon Klaas Hofstede veelal goed op de zandbanen. Geen wonder dat hij de beste resultaten in de GP in de zware zandbak van het Belgische Lommel scoorde. In 1990 lag hij op 20-jarige leeftijd uitstekend op koers voor zijn eerste WK-zege, met de camera’s van de BRT op zich gericht. Ondanks een grotere benzinetank viel hij in het zicht van de haven uit door een gebrek aan benzine. In 1994 werd hij bij de zuiderburen nog tiende allround, als beste WK-score ooit, terwijl hij in Mill een keer dertiende totaal in de 250 cc werd. De harde banen lagen hem duidelijk minder, zodat onder meer Frankrijk, Zwitserland, Italië, Zweden en Finland moeilijke missies waren, mede doordat hij zich moest kwalificeren met soms honderd coureurs aan de start voor de veertig te vergeven startplaatsen. ‘Ik was duidelijk een zandrijder en miste ervaring op harde banen. En wat ik nooit had moeten doen is de stadioncross in Heerenveen, waar ik in dienst van het Bonte Wever Crossteam aan de start werd verwacht. Ik miste die specifieke ervaring, waardoor mijn kniebanden flink in de vernieling werden gereden. Ik heb er nog jaren last van gehad. Ook een pols- en onderarmbreuk is me overkomen, evenals een zware voetblessure. Nu neem ik bewust ook minder risico’s, want ik ben al op leeftijd, niet waar? Ik voel me fysiek nog goed, maar erken ook dat het allemaal wel wat langzamer gaat. Een paar ronden kan ik nog wel supersnel crossen, maar het scherpe is ervan af. Ik verzuur sneller en dat heeft ook met mijn hartslag te maken. Vooral in zwaar zand kom ik de man met de hamer tegen. Nu ik in november 47 word, moet ik daar ook vrede mee hebben. Maar dat ik in het NK MX 1 nog op een mooie vierde plaats sta, doet me deugd. Ze rijden me er zeker nog niet finaal af. Bovendien blijf ik nog in deze competitie actief om teamgenoten bij te staan.’

Aanspreekpunt

Uiteraard hoopt Klaas Hofstede dat de ‘gouden’ AMBC binnenkort een nieuwe omgevingsvergunning krijgt en motorcross weer mogelijk is op een met meer wallen omzoomd complex. ‘Motorcross op ’t Wiede Gat moet haalbaar zijn, hoewel de jeugd er nu wel mag trainen, maar dit is niet bij iedereen bekend’, weet Hofstede uit eerste hand. ‘Mijn bedrijf aan de Industrieweg is nu welhaast tijdelijk het tweede clubgebouw. Ik heb nogal wat aanloop en ben ook geregeld aanspreekpunt. Dat heeft zeker ook met het verleden te maken. Vanuit ons bedrijf zijn er extra impulsen voor de motorcross gekomen en, waar mogelijk vanuit Hofstede, ook diverse hand- en spandiensten verricht. We hielpen veelal bij de Stapperster Veldrit door de route uit te zetten en bij ons te laten starten. Dat doen we nog steeds. Dat AMBC-evenement is vanaf onze locatie de laatste jaren weer erg populair geworden. Ook voor de uitzet van de tijdelijke crossbaan op De Tippe hebben we onze hulp aangeboden. Mocht de nieuwe vergunning er komen, dan zou ik me wel extra willen inzetten voor jeugdpromotie in de motorcross zoals bijvoorbeeld opstapdagen. Je moet aan de weg blijven timmeren en op dit gebied is er nog veel meer te bereiken en aan promotie te doen. We zitten nu deels in een impasse, maar regeren is ook vooruitzien. Laten we hopen dat onze crosstak weer een flinke impuls mag ondergaan. Wat dat betreft ben ik net zoals mijn vader. Zijn inzet voor mij als motorcrosser en AMBC’er was soms nog belangrijker dan de zaak. Hij heeft er ook enorm veel energie in gestoken, mogelijk ten koste van andere kinderen. Ik ben en blijf hem daar dankbaar voor: ook na ruim 40 crossjaren’, aldus een nog immer actieve Klaas Hofstede.