Ondertoon
Door Ton Henzen

Daadkracht bleek valkuil

Het vertrek van commissaris van de koning in Drenthe Jacques Tichelaar is een persoonlijk drama. Het is een triest, maar onvermijdelijk einde van een mooie bestuurlijke loopbaan.

Het aftreden werd ingeluid door de unanieme conclusie van de coalitiepartijen VVD, PvdA, CDA en ChristenUnie dat er onvoldoende vertrouwen was voor een verdere geloofwaardige samenwerking met Tichelaar. Hij deed er in zijn beantwoording van de vele vragen en onomwonden kritiek in het spoeddebat van woensdag alles aan om toch nog draagvlak voor zijn verdere functioneren te vergaren. Hij ging daarbij flink door het stof. Tichelaar bood nederig en dubbel en dwars zijn excuses aan. Hij zegde toe vaker over zijn schouders te kijken of hij als bestuurlijke solist niet te ver voor de provinciale troepen uitliep. Meer overleg met collega’s, statenleden en ambtenaren lag in de lijn der verwachtingen, zo schetste hij. En hij zou zijn emoties beter onder controle willen kregen, ja hij wilde zelfs tot tien leren tellen. Op zijn 64e. Tichelaar had de woorden nog niet uitgesproken of hij gooide de mantel der nederigheid van zich af en ging frontaal in de aanval richting met name PVV en D66. De woordvoerders hadden Tichelaar naar zijn mening vals en insinuerend in verband gebracht met bepaalde affaires. Bij de getergde Tichelaar kwam de stoom bijkans uit zijn oren. Hij had zichzelf geen tijd gegund om met tellen te beginnen. Zijn bijdrage aan het debat was Tichelaar ten voeten uit. Robuust, direct, soms hard en weinig diplomatiek. Op deze manier overtuig je de statenleden niet dat hij ze vaker over zijn schouders laat meekijken.

Daarbij spraken de feiten over de ontwerpopdracht aan zijn schoonzus duidelijke taal. In deze kolommen kreeg Tichelaar maandag nog het voordeel van de twijfel. Tegenover het politieke uitgangspunt dat een bestuurder uitsluitend op zijn daden moet worden beoordeeld, staat de menselijke benadering dat een bestuurder ook op zijn woord moet worden geloofd tot het tegendeel is bewezen. Zijn verdediging in het Radio Drenthe-programma Cassata gaf ruimte om hem vooralsnog het voordeel van de twijfel te gunnen. Hij had sturend meegedacht om een impasse bij de herinrichting van het monumentale Huize Tetrode te doorbreken. In een bief aan de staten die dinsdag openbaar werd, stond te lezen dat Tichelaar in een ambtelijk overleg wel degelijk de naam van zijn schoonzus had genoemd. De kwalificatie ‘onhandig’ was niet langer de juiste term om de lading van twijfelachtige bemoeizucht te dekken.

Betrokkenheid

Mensen uit zijn directe omgeving kennen zijn overmaat aan betrokkenheid, enthousiasme, inzet en daadkracht wellicht op de juiste waarde te schatten. In een omgeving van ambtenaren, onder de indruk van de ontembare scoringsdrift van een eloquente commissaris komt een stimulerende sturing in de richting van een familielid over als een aanwijzing die niet mag worden genegeerd. Wie zich daarvan aan de top van een bestuurlijke piramide onvoldoende bewust is, heeft een gebrekkig ontwikkelde morele antenne, zo werd in het debat opgemerkt. De inbreng van Marianne van der Tol van D66 was even robuust en direct als de Staten van Tichelaar gewend zijn. Zij vroeg zich of de handelswijze van Tichelaar voortkwam uit domheid, zelfoverschatting of arrogantie. Naïviteit kan een man met de statuur en ervaring van Tichelaar niet worden aangerekend. Hij had zich bewust moeten zijn van een eerdere affaire rondom het Kasteel Coevorden waarbij zijn zwager Jos Wijland was betrokken. Tichelaar houdt bij hoog en bij laag vol dat hij slechts als mediator heeft opgetreden. Hij beloofde de staten geen bemiddelende rol meer te spelen in kwesties waarbij familie was betrokken. Deze afspraak over bestuurlijke integriteit geldt evenzeer voor het bemiddelen in een ontwerpopdracht voor zijn schoonzus, ook al is dit in zijn ogen niet op een directieve wijze gebeurd. Hij had beter moeten weten en zodra de gegevens naar buiten kwamen niet moeten draaien en informatie moeten achterhouden. In het commentaar van maandag werd geschreven dat Tichelaar in een vroeg stadium, op het moment dat hem de reikwijdte van een en ander duidelijk werd, de Staten op de hoogte had moeten stellen van zijn bemoeienis.

Vertrouwen

Tichelaar kon het vertrouwen van de Staten niet terugwinnen. Ook al was er geen stemming over een motie van wantrouwen of ontslag - alleen Sterk Lokaal liet blijken voor zijn aanblijven te zijn - de fracties vonden eenstemmig dat door de overtreding van de door hem ondertekende provinciale integriteitscode er geen vertrouwen meer was voor samenwerking. De Staten hebben ten overstaan van de regionale én landelijke media hun rug recht gehouden en naar eer en geweten geoordeeld. Tichelaar heeft de kwestie onderschat. Hij heeft niet adequaat gehandeld met tijdige informatie en een volkomen eerlijk feitenrelaas om zijn daadkracht nog een tijd voor Drenthe te kunnen inzetten. Blijft recht overeind staan dat Jacques Tichelaar veel voor Drenthe heeft betekend. Het royale rijtje bestuurlijke resultaten met als centrale doel de werkgelegenheid te behouden en uit te breiden, is algemeen bekend. Daarvoor past grote waardering. Het is te hopen en te verwachten dat de Drentse geschiedenis hem bijzet als een praktisch uitvoerder, een eigenzinnige no-nonsens bestuurder die te allen tijde de bordjes verboden op het gras te lopen negeerde als er in het belang van Drenthe in de vijver kon worden gevist. Een keer te veel eigenmachtig de hengel uitgooien, werd hem fataal. In een politiek turbulent week die hem pijn heeft gedaan, zo verklaarde hij, maakte Jacques Tichelaar tot slot moedig en verstandig de eindbalans op. Hij voorkwam daarmee de indiening van een motie van ontslag. Deze parlementaire vernedering bleef hem bespaard.