Talen Recycling komt niet onder forse boete uit

Staphorst - De Raad van State verwerpt het hoger beroep dat Talen Recycling heeft ingediend tegen de uitspraak van de rechtbank van 1 juli 2016. Daardoor komt Talen niet onder de boete van 50.000 euro uit die de provincie Overijssel in 2014 oplegde.

Op 30 april 2014 heeft de gemeente Staphorst grond geruild met Talen Recycling. Voor de aanleg van een weg heeft de gemeente een deel van het terrein van de inrichting gekregen en Talen heeft in ruil daarvoor een perceel aan de zuidzijde van de inrichting gekregen. Bij deze grondruil zijn ook afspraken gemaakt over een wijziging van de vergunning voor de inrichting. Die afspraken hielden onder meer in dat de gemeente de voor de wijziging van de vergunning te maken onderzoekskosten zou vergoeden.

De provincie  heeft in mei, oktober en november 2014 geconstateerd dat Talen zonder daartoe verleende vergunning zijn inrichting heeft uitgebreid door op het perceel aan de zuidzijde afvalstoffen op te slaan, en dat [appellant] bovendien meer afvalstoffen opsloeg dan op grond van de vergunning is toegestaan: 507 ton droog restafval en bouw- en sloopafval, terwijl 100 ton is toegestaan, en 245 ton banden, terwijl 100 ton is toegestaan. Talen Recycling is op 22 december 2014 onder dwangsom gelast deze overtredingen ongedaan te maken.

Op 15 februari 2015, 16 juni 2015, 20 juli 2015 en 26 augustus 2015 besloot de provincie tot invordering van verbeurde dwangsommen. Toen Talen daar niet op reageerde, werden de dwangsommen omgezet in een boete die is opgelopen tot 50.000 euro.

Volgens Talen was de afspraak gemaakt dat de gemeente een nieuwe vergunning bij de provincie zou regelen voor het nieuwe deel van het bedrijfsterrein. Maar dat is niet gebeurd. Ook had de gemeente schriftelijk gemeld dat Talen het nieuwe deel al kon gebruiken. 

De provincie had daar verder geen boodschap aan. De afvalverwerker moest eerst maar zorgen voor een aanvraag voor een vergunning. Wat dit betreft heeft de rechtbank, volgens de Raad van State terecht geoordeeld dat Talen de drijver is van de inrichting en daarom verantwoordelijk is om te beschikken over een toereikende omgevingsvergunning. Hij kan die verantwoordelijkheid niet ontlopen door te verwijzen naar de gemeente.